Mossel komt naar de mensen toe

Hang een touwtje in zee en er hecht zich een mossel aan. Voeg de touwtjes tot een net en denk na over het oogsten van de mosselen. Een onderzoeksproject op de Waddenzee.

Zou de haring naar de haven komen, dan hoefden de vissers de zee niet op. Maar de meeste mensen denken dat het niet kan, dat de gebraden eenden naar binnen vliegen als we het keukenraam open zetten. Misschien kan het niet, maar om dat zomaar te beweren zonder enig onderzoek is al te behoudend. Experimenten in de polder hebben al aangetoond dat eenden wel degelijk de keuken binnen kunnen komen vliegen. Alleen nog niet gebraden.

Mosselen kunnen ook uit zichzelf naar de mensen toekomen. Maar bij het grote mosselhuis van Prins & Dingemanse in Yerseke beginnen ze toch eerst met te nadrukkelijk te zeggen dat het niet kan. Altijd zullen de mosselmannen er op uit moeten met hun schepen, zeggen ze. Eerst om kleine mosselen op te vissen die vervolgens op aangewezen percelen in de Waddenzee worden gestort om tot grote mosselen uit te groeien waarna ze weer worden opgevist om ze naar de Oosterschelde te brengen waar ze op aangewezen percelen worden gestort om te wachten op het moment dat België ze kopen wil om op te eten. Dan worden ze opnieuw opgevist, naar de wal gebracht, in zakjes gedaan en in koelwagens naar beneden gereden, naar de Belgen. Omslachtiger kun je het niet verzinnen. Maar zo moet het nu eenmaal, zegt Yerseke.

Toch steekt Prins & Dingemanse geld en energie in een onderzoeksproject op de Waddenzee waar uiteindelijk een systeem uit kan voortkomen dat geheel zelfstandig mosselen produceert. Zonder al die inspanningen van mosselmannen. En zonder dat het milieu nog iets te protesteren heeft.

De mosselhandel Prins & Dingemanse is niet de eerste die een nieuwe vorm van mosselwinning onderzoekt. Eerder begon Kees Groot, ondernemer in Den Helder, aan een experimenteel project. Hij vroeg hulp van TNO Den Helder. TNO hielp, maar haalde even later ook Prins & Dingemanse over om in een ander, gelijksoortig project samen onderzoek te doen. De verhouding tussen TNO en Kees Groot verslechterde snel en ze gingen elkaar in de rechtszaal bevechten. Eeuwig zonde, want het houdt alleen maar op. Beter was het om gezamenlijk te zoeken naar het beste resultaat, naar de gebraden eenden. Nederland loopt achter met dit soort onderzoek.

Het principe is al lang bekend. Hang een touwtje in de Waddenzee en gegarandeerd hecht zich er een mosseltje aan. Of zet een booreiland in de Noordzee en gegarandeerd groeien aan de palen na verloop van tijd zoveel mosselen dat alle eethuizen van Brussel er van bevoorraad kunnen worden. Alleen een goede methode om ze te oogsten is er niet.

Nog een principe. Volwassen mosselen produceren zo gigantisch veel nageslacht dat er werkelijk voor alles en iedereen genoeg is. Het is vanaf de wal maar moeilijk te doorgronden wat ze in de zee bezielt. Vrouwtjesmosselen spuwen eitjes van zich af, de mannetjes hun zaad. De bevruchting vindt plaats in de zee en uit de bevruchte eitjes komen niet te tellen hoeveelheden larfjes. Maar van die larfjes weet maar 1 op elke honderd, 1 procent het tot een nieuwe volwassen mossel te volbrengen. Volgens schattingen van zeebiologen redt 99 procent van de larfjes het niet. Ze worden vroeg of wat later opgegeten of gaan op een andere manier dood. Die 1 procent mosseltjes die het lukt te overleven, dat zijn er bij elkaar toch nog zoveel dat ook mensen daar riant van kunnen oogsten. Maar echt handig doen mensen het niet.

Op de Waddenzee worden kleine mosseltjes, die de vissers mosselzaad noemen, van de bodem geschraapt om elders op mosselbanken te worden uitgezet om te volgroeien. Het vissen op mosselzaad gaat niet zachtaardig, er wordt veel schade aangericht aan het ecosysteem op de zeebodem. Er is ook bijvangst, jonge visjes en andere diertjes die het niet overleven. En nota bene veel jonge mossels zelf ook niet.

Pasgeboren mossellarfjes zweven in het water en vormen al na een paar dagen een schelpje. Eerst nog maar een, het tweede schelpje komt later. En ze maken dunne draadjes aan. Het is de bedoeling dat ze zich daarmee ergens aan vasthechten. Elk obstakel is goed. Het kan een lege schelp op de zeebodem zijn, een gezonken bierblik, een scheepshuid. Of een touwtje. Overal in de wereld hangen touwtjes in zee waaraan mosselen groeien die worden geoogst. Soms worden ze jong geoogst en in sokken opnieuw in het water gehangen om verder te groeien. Uit de sok kunnen ze niet ontsnappen.

De gedachte die in Den Helder en elders bij mosselmannen opkwam: maakt een stelsel van touwtjes, noem het een net, hang het verticaal in zee en we zullen wat beleven. Dat is intussen gebeurd en er is al heel wat beleefd. De netten die aan drijvende buizen in zee hangen groeien helemaal dicht met jonge mosselen, zoveel dat aanvankelijk de drijvers het niet meer konden torsen, ze moesten groter.

Mosselen hechten zich aan iets om daarna op hun gemak het zeewater dat langs stroomt te kunnen filteren. Maar ze zijn niet altijd meteen tevreden. Ze verplaatsen zich om de beste positie te vinden om het meeste voedsel uit het water te kunnen halen. En als ze het niet meer naar hun zin hebben laten ze los. Als het net te vol wordt en bijvoorbeeld de eerste mosselen door een dikke laag laterkomers worden overdekt laten de eerste los en vallen ze met de andere mosselen die aan ze vast zitten in grote kluwens naar de bodem. Voor dat dat gebeurt willen de mosselmannen zelf de mossels van het net halen om ze elders op de mosselbanken te kunnen uitzetten. Bij De Helder in de Waddenzee wordt onderzocht welke methode van oogsten de beste lijkt. Er is een systeem waarbij de netten meter voor meter uit het water worden getild en afgeborsteld, het systeem Kees Groot.

Prins & Dingemanse liet een dubbele borstel bouwen die langszij van een schip onder water de netten aan twee zijden afborstelt. De mossels worden opgevangen en met water omhoog gepompt in het ruim van het schip. De eerste winst: het onderwatermilieu heeft van deze manier van oogsten van jonge mossels geen last. Maar hierna gaat alsnog veel van de oogst verloren op de mosselbanken. Het zou mooier zijn als de mosselen aan de netten gewoon konden doorgroeien. Alleen wat er uit zichzelf af valt hoeft dan nog maar te worden opgevangen om in een bak zeewater nog wat verder te groeien tot op de gewenste dikte. Proeven met een bak stromend zeewater vol mosselen, ook op de Waddenzee, waren succesvol. Maar gebrek aan geld en een weinig doortastende overheid die met vergunningen en geld handjes had kunnen helpen, legden een fantastische ontwikkeling voorlopig weer stil. Dat geeft niet voor wie het wereldser bekijkt. In Noorwegen doen ze al wat in Nederland nog moet worden uitgevonden. In fjorden worden consumptieklare mosselen geoogst die zich aan touwen hechtten. Maar ook hier laten mosselen vaak los net voordat ze geoogst hadden kunnen worden en verhandeld. De Noren werken daarom aan een systeem dat afvallige mosselen alsnog opvangt. Yerseke hoeft het, als het in Noorwegen eenmaal werkt, alleen nog maar af te kijken en op de Waddenzee en de Noordzee na te maken. De mosselen zelf zijn er al.