`Meer middelen voor profijtelijke studies'

De overheid moet opleidingen in het hoger onderwijs die een economische meerwaarde bieden, zoals bèta- en techniekstudies, extra geld geven. Ook hebben studies van hoge kwaliteit recht op meer overheidsgeld.

Dat stelt de Onderwijsraad, het hoogste onderwijsadviesorgaan van de regering, in een rapport dat vanmiddag gepresenteerd zou worden. Volgens de raad moet het huidige systeem waarin alle instellingen volgens dezelfde verdeelsleutel subsidie krijgen, op de schop. De koepel van universiteiten, de VSNU, onderschrijft het advies.

Staatssecretaris Nijs (Onderwijs) had de raad om advies gevraagd, omdat zij het financieringsstelsel van universiteiten en hogescholen wil veranderen.

De raad is bezorgd over de positie van de Nederlandse kenniseconomie in Europa. Volgens een recente vergelijking is Nederland op de Europese ranglijst voor innovatie in één jaar tijd gedaald van de derde naar de vijftiende plaats. Sommige studies, zoals landbouw-, bèta- en techniekopleidingen, zijn zo goed voor de economie dat extra financiële inspanningen van de overheid nodig zijn, aldus de raad. Op die manier kan ,,het innovatievermogen van de Nederlandse economie toenemen''.

Gisteren pleitte premier Balkenende in een toespraak ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar in de Pieterskerk in Leiden voor het ,,opschudden'' van de ,,gelijkheidsdeken die nu nog grote delen van onze kennissamenleving bedekt''.

Volgens Balkenende moeten onderzoekers die bijzondere prestaties leveren beloond worden met meer overheidsgeld en moet het economisch rendement van het hoger onderwijs omhoog. De Onderwijsraad vindt dat ook uitblinkende studies recht hebben op extra geld. Het huidige systeem van kwaliteitsbeoordeling, waarin alleen wordt gekeken of een studie aan de basisvoorwaarden beantwoordt, voldoet volgens de raad niet. ,,Extra kwaliteit mag worden beloond'', aldus het advies.

De raad vindt dat universiteiten van studenten die een mastersopleiding volgen een hoger collegegeld mogen vragen, ,,gezien het grote persoonlijke profijt dat zij van het volgen van een mastersopleiding hebben''. [Vervolg ONDERWIJSRAAD: pagina 2]

ONDERWIJSRAAD

'Onderwijs niet te snel laten sponsoren'

[Vervolg van pagina 1] Met het extra collegegeld zouden universiteiten de meestal eenjarige mastersopleidingen met bijvoorbeeld een jaar kunnen verlengen. Opleidingen in de bachelorsfase (de eerste fase van de studie, die drie à vier jaar duurt), moeten geen hoger collegegeld vragen, vindt de Onderwijsraad, omdat dan de toegankelijkheid van universiteiten en hogescholen in gevaar komt.

Het plan van Nijs om het aantal opleidingen aan universiteiten en hogescholen te beperken, kan ten dele op de steun van de Onderwijsraad rekenen. Het aantal mastersopleidingen moet dalen, maar er moet wel een ,,royaal aanbod'' blijven van bachelorstudies. Studenten moeten de eerste jaren van hun studie de opleiding van hun keuze relatief dicht bij huis kunnen volgen, vindt de raad.

De Onderwijsraad waarschuwt de overheid ervoor niet onbezonnen om te gaan met extra bijdragen van het bedrijfsleven voor opleidingen en onderzoek. Staatssecretaris Nijs vindt dat bedrijven meer mogen meebetalen aan het hoger onderwijs zolang zij de inhoud van het onderwijs maar niet bepalen. De Onderwijsraad waarschuwt er echter voor dat commerciële onderwijs- en onderzoeksinstituten snel ,,de indruk van concurrentievervalsing'' kunnen krijgen als door de overheid gefinancierde onderwijsinstellingen zich ook mogen laten `sponsoren'. Hogescholen en universiteiten moeten voortaan in ieder geval de publieke en private geldstromen gescheiden houden, vindt de raad.

De raad is kritisch over de fraudebestendigheid van het huidige systeem van overheidsbekostiging. Universiteiten krijgen geld als een student zijn diploma haalt. Dat leidt volgens de raad snel tot ,,tactisch gedrag'' van de instellingen, bijvoorbeeld doordat zij studenten sneller aan een diploma helpen. De overheid moet het systeem veranderen om dit gedrag uit te sluiten. Over de manier waarop, doet de raad geen uitspraken.