Het opmerkelijke succes van het Waals verzet

Ook in het `collectieve geheugen' van de Tweede Wereldoorlog loopt er in België een grens tussen Wallonië en Vlaanderen. Voor veel Walen geldt de 2de september als bevrijdingsdag.

Bruly de Pesche ligt weggestoken in de uitgestrekte bossen in de grensstreek van België en Frankrijk. Tussen klaterende riviertjes en slingerende weggetjes. Het gehucht is minder dan een stip op de landkaart. Toch lag hier in juni 1940 even het epicentrum van de Tweede Wereldoorlog: Hitler vestigde in Bruly de Pesche enkele weken zijn hoofdkwartier om de slag om Frankrijk te leiden.

De kleine betonnen bunker staat er nog. Ook de boerderij waar de militaire staf een kaartenkamer had ingericht. De twee Tiroler chalets voor Hitler zijn opnieuw opgebouwd. Om Hitlers commandocentrum van stromend water te voorzien was boven in de kerktoren een reservoir geplaatst. De kerkklok hangt weer op z'n plek. De chalets in Bruly de Pesche zijn nu kleine musea: een `museum van de agressie' en een `museum van het verzet'. Want nog geen jaar nadat Hitler in Berlijn was teruggekeerd, begonnen verzetsstrijders in het Belgisch-Franse grensgebied een opmerkelijk succesvolle semi-guerrilla, die de Duitse oorlogsmachine grote schade toebracht.

Zo pleegden Belgische maquisards aan weerszijden van de grens veelvuldig aanslagen op treinen, die vanuit Lotharingen ijzererts transporteerden naar Waalse hoogovens in de regio van Maas en Sambre. Het benodigde dynamiet haalden ze uit de kolenmijnen bij Charleroi. ,,We wisselden steeds van plek en zijn nooit ontdekt'', zegt de 81-jarige Marcel Franckson nog steeds met enige trots. Als jonge medisch student was hij al de leider van een van de belangrijkste verzetsgroepen. De nog altijd kwieke ex-hoogleraar van de Brusselse universiteit schreef er een paar jaar geleden het boek Chronique de la guerre subversive (Kroniek van de subversieve oorlog) over.

Francksons vader was een van de grote verzetsleiders. Hij bedacht als ingenieur van de Belgische spoorwegen de strategie om het Duitse spoorvervoer in de hele regio te saboteren. De bosrijke en heuvelachtige Ardennen boden de verzetsstrijders een perfecte natuurlijke dekking.

De sabotage van Duitse railtransporten bereikte een hoogtepunt na de geallieerde invasie van juni 1944 in Normandië. Al op 2 september 1944 stonden de eerste Amerikaanse bevrijders bij Momignies – ten zuidwesten van Chimay – aan de Belgische grens. Een klein museum in Momignies houdt de herinnering levend. Ook dit jaar wordt hier op 2 september weer een herdenkingsplechtigheid gehouden. In Vlaanderen blijven de herdenkingen veelal beperkt tot de 11de november, wanneer ook de doden van de Eerste Wereldoorlog worden herdacht.

België mist in zekere zin een collectief geheugen voor de Tweede wereldoorlog. Volgens de Antwerpse emeritus-hoogleraar Frans-Jos Verdoodt, de belangrijkste initiatiefnemer van een Vlaams-Waalse dialoog over het oorlogsverleden, is er in Wallonië door de prominente rol van het verzet meer behoefte het verleden op te roepen. ,,Het collectieve geheugen in Wallonië is er sterk op georiënteerd'', zegt hij. Het is ook geen toeval dat na de oorlog een meerderheid van de Walen in de `koningskwestie' het vertrek van Leopold III eiste wegens diens welwillende houding tegenover de Duitsers.

En nog steeds zijn er de gevoeligheden over de Vlaamse collaboratie. Vlaams-nationalisten zagen in samenwerking met de bezetter een manier om autonomie naderbij te brengen. Na de oorlog was er bij Vlamingen de neiging collaboratie om die reden te vergoelijken. Ook zijn er in Vlaanderen nog altijd ressentimenten over de vele duizenden Vlamingen die na de oorlog in een sfeer van revanche ten onrechte werden bestraft met verlies van politieke en pensioenrechten. Wallonië kende ook collaboratie – zoals het Légion Wallonne voor het oostfront. Maar die werd na de oorlog niet goedgepraat.

Voorzitter Paul Delahaye van de Fondation Belgo-Americaine, die bij de organisatie van de herdenkingsplechtigheden is betrokken, beaamt dat Walen de Tweede Wereldoorlog anders beleven. ,,Het komt ook omdat Hitler de Vlamingen gunstiger behandelde'', zegt de 72-jarige veterinair uit Momignies. ,,Tienduizend Vlaamse krijgsgevangen mochten naar huis, terwijl veertigduizend Waalse krijgsgevangenen moesten blijven. Het was de listigheid van Hitler.'' Ook werden veel meer Walen gedwongen in Duitse fabrieken te werken, wat het verzet in Wallonië nog verder aanwakkerde. Delahaye was als 13-jarige jongen al actief als koerier voor de maquis.

Volgens oud-verzetsleider Franckson waren Vlaamse soldaten eerder dan Waalse soldaten geneigd zich aan de Duitsers over te geven. Terwijl hij rondwandelt op de Grand Place van Chimay, zoekt hij naar het huis waar de collaborerende burgemeester door zijn verzetsgroep werd doodgeschoten. Op het station van Chimay – nu kantoor van de sociale dienst – wijst hij naar de plek waar zijn verzetsgroep eind juni 1944 enkele grote stoomlocomotieven opblies. Even verderop ligt de abdij van Chimay, waar cisterciënzer monniken hun beroemde trappistenbier brouwen. Daar was in de oorlog een belangrijke Duitse radarpost ingericht om Britse vliegtuigen te spotten. Door de zware bewaking van Duitse soldaten was sabotage er te riskant.

Volgens Franckson moet van het verzet in Wallonië, ondanks alle successen, geen mythe worden gemaakt. Dat het verzet tegen de Duitsers in Wallonië veel sterker was dan in Vlaanderen heeft volgens hem ook simpelweg te maken met de veel gunstiger Waalse geografie. ,,Op het platte Vlaamse land is het moeilijker om je voor de vijand verborgen te houden'', zegt hij met een glimlach.