Het land met het vingertje

De vaart bij Wilnis is door, de Rotte staat op breken. Na een hete, droge zomer staan de Nederlandse dijken er niet al te best voor. En mocht er een natte tijd aanbreken, dan is de plotselinge verzadiging van die dijken ook al niet goed.

Burgers en bedrijven kunnen zich – deels – verzekeren tegen de gevolgen van waterschade door een dijkdoorbraak. Maar hoe zit dat met de overheid? Die verzekert zich traditioneel vrijwel niet. Een verzekering is op te vatten als een onderlinge afspraak tussen veel kleine partijen. Brandt van een van hen bijvoorbeeld het huis af, dan betalen alle anderen de schade in de wetenschap dat dit ook bij hen kan gebeuren. De overheid is daarentegen zó grootschalig dat zij een universum op zich is.

Dat neemt niet weg dat er een schade kan optreden die ook voor een overheid onevenredig hoog is. Taiwan, dat regelmatig door aardbevingen wordt getroffen, haakte vorige week in op een nieuwe trend. Het verzekert zich tegen een nieuwe majeure beving, nadat een vorige in 1999 enorme schade aanrichtte. Dat gaat zo: Taiwan geeft een obligatie uit voor 100 miljoen dollar. Het betaalt daarop rente en lost de lening aan het eind van de looptijd af, tenzij zich een aardbeving voordoet waarvan de schade groter is dan 644 miljoen dollar. In dat geval hoeft de obligatie niet te worden afgelost en heeft Taiwan dus 100 miljoen om de schade van te betalen. De markt voor dergelijke catastrofe-obligaties groeit. Het record van 1,1 miljard dollar van 2002 zal dit jaar worden gebroken nu ook de voetbalfederatie FIFA het WK in 2006 middels een obligatie van 400 miljoen euro heeft verzekerd tegen het niet doorgaan wegens een ramp of politieke instabiliteit.

Idee voor Nederland? Wellicht neemt in de toekomst, door te veel óf te weinig neerslag, de kans op dijkdoorbraken toe. Taiwan, waar het risico op een majeure aardbeving fors is, betaalt voor zijn rampobligatie 3,3 procent rente meer dan het geldende dollarrentetarief in Londen. Die renteopslag – in feite de verzekeringspremie – zal voor Nederland veel lager zijn.

Een markt is er zeker voor. Taiwan meldde dat de obligatie voor de helft overtekend is. Voor Nederland hoeft de marketing van een rampobligatie al helemaal geen probleem te zijn. Het verhaal over het landje beneden de dijken dat dapper vecht tegen de zee is de deelnemers aan de internationale kapitaalmarkt meer dan bekend.

Hans Brinker-bonds, die verzekeren tegen een dijkdoorbraak in de Lage Landen, moeten moeiteloos, en tegen een geringe renteopslag te slijten zijn.