Gaddafi's lobby

MUAMMAR GADDAFI heeft gisteren vermoedelijk de laatste hobbel genomen naar opheffing van de VN-sancties tegen Libië. De sluwe Libische leider, die al jaren werkt aan het kopen van zijn respectabiliteit, beloofde dat Libië een extra schadevergoeding betaalt aan de nabestaanden van de 170 slachtoffers van de aanslag op een Frans vliegtuig boven Niger in 1989. Voor de aanslag boven het Schotse Lockerbie, waarbij in 1988 270 mensen omkwamen, nam de Libische regering eerder al de verantwoordelijkheid. Waarbij nadrukkelijk geldt dat Gaddafi geen schuld heeft bekend aan de dood van de inzittenden van het PanAm-toestel, elf bewoners van Lockerbie en de passagiers van de UTA-vlucht.

Met zijn recente handreikingen heeft de Libische dictator in ieder geval met succes de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bewerkt. De raad is in meerderheid voor het intrekken van de VN-sancties tegen Libië, in 1992 bij resolutie afgekondigd. Maar Frankrijk was als prominent Veiligheidsraadlid nog niet overstag. Het land vindt dat de nabestaanden van die andere, minder geruchtmakende aanslag een te geringe schadevergoeding hebben gekregen (500.000 euro per dode). De extra regeling met de Fransen werd gisteren door Dominique de Villepin, de Franse minister van Buitenlandse Zaken, bevestigd. Een Franse blokkade van een resolutie die de sancties ongedaan maakt, is nu niet langer waarschijnlijk. De belangrijkste stem in dit geheel, die van de Amerikanen, klonk al eerder. Washington is voor het afschaffen van de VN-sancties tegen Tripoli, maar beraadt zich nog op zijn eigen strafmaatregelen. Blijft Gaddafi de braafste jongen van de klas, dan zullen de VS hem waarschijnlijk ook snel belonen met het intrekken van hún sancties, die voornamelijk de handel verbieden en investeringen onmogelijk maken.

ZO ZET DE INTERNATIONALE POLITIEK de tering naar de nering. Libië laat zien dat het het terrorisme heeft afgezworen; dat het bovendien economisch vooruit wil en bereid is buitenlandse investeerders toe te laten. Als olieland heeft Libië het internationale bedrijfsleven veel te bieden. Een regering van goede wil, stabiel en met harde hand geleid, in een olieproducerend land in het Midden-Oosten is wel een concessie aan zonden uit het verleden waard. Maar dit opportunisme, hoe begrijpelijk ook, mag een gezonde dosis scepsis niet in de weg staan. Nog afgezien van de vraag of deze `pragmatische' houding recht doet aan de slachtoffers van de Libische aanslagen.

De pogingen van Gaddafi om respectabiliteit te kopen mogen dan bijna zijn geslaagd – daarmee is hij nog geen achtenswaardig mens. Hij is een vos die zegt dat hij geen kippen meer lust. Hoe geloofwaardig is een man die liegen tot kunst verhief; die de wereld nog maar vijftien jaar geleden als de Saddam Hussein van die jaren in een greep van terreur hield; die terroristen en mededictators (Idi Amin van Oeganda) onderdak bood, en die, tot slot, natuurlijk wél zijn vingerafdruk achterliet bij de moordpartijen boven Lockerbie en Niger.

In het internationale politieke verkeer gelden andere wetten dan morele. Zo werkt het nu eenmaal, helaas, maar bij het gehuichel over kolonel Gaddafi mag niet uit het oog worden verloren wie hij eigelijk is en waarvoor hij het grootste deel van zijn leven heeft gestaan.