Een heel lieve man op Defensie

Minister Kamp heeft voor Defensie en niet voor Vreemdelingenzaken en Integratie of VROM gekozen omdat hij na vijfentwintig jaar binnenlandse politiek ,,graag iets met het buitenland wilde, met internationale contacten''. Dat vertelt hij in een gesprek in het septembernummer van het maandblad Opzij. Dat gesprek `langs de feministische meetlat' moet in vele talen worden vertaald als buitenlandse collega's en andere internationale contacten hem echt willen leren kennen. De Nederlandse minister van Defensie is gewend, om maar iets te noemen, dagelijks om zes uur op te staan en vervolgens stukken te lezen, zijn flat op te ruimen, zich te wassen en scheren, schoenen te poetsen en elke ochtend een overhemd te strijken. Soms twee, als er genoeg tijd is, zegt hij erbij. De lieverd.

Je voelt je heel bevoorrecht dat je dat mag weten, maar dat is nog niet alles, want Kamp wil ook nog wel wat kwijt over de techniek van het strijken voor de gevorderde. ,,Belangrijke voorwaarde is het mouwplankje'', waarschuwt hij, ,,zonder mouwplankje wordt het niks. Dan krijg je lelijke vouwen in de mouwen en manchetten. Ik heb het wel eens opgezocht in een etiquetteboek, die vouwen schijnen wel te mogen, maar ik vind het lelijk. Ik begin dus met de mouwen op dat mouwplankje, dan het achterpand, dan de voorkant, de manchetten en tenslotte de boord. Ik zet het strijkijzer op iets minder dan katoen, want katoen vind ik wel erg heet, dan ben ik bang dat ik de stof kapotmaak''. De verslaggeefster, die toch wel iets gewend is met de mannen die zij maandelijks verhoort, roept dan al tamelijk aan het begin van het interview dat zij nog nooit zo'n man heeft ontmoet en dat Kamp zich langs de feministische meetlat geslaagd mag noemen.

Maar deze bewindsman maakt haar nóg gelukkiger door te vertellen dat hij dat mouwplankje ,,gewoon gekocht'' heeft. ,,Want dat zit niet standaard bij een strijkplank, gek genoeg''. En, nog wat intiemer: ,,Ik strijk ook altijd een zakdoek. Nee, m'n sokken en ondergoed worden niet gestreken. Ik begrijp wel dat u wat voorbeelden zoekt om te zien hoe een man zich opstelt in z'n relatie, maar ik vind die aandacht voor mijn overhemden eigenlijk een beetje gênant.''

Niettemin zegt hij over dat strijken nog: ,,Waarom zou je dat niet doen? Ik heb net zoveel handen als m'n vrouw, er is dus geen enkele reden waarom ik dat niet zou kunnen. En verder vind ik het heerlijk 's ochtends naar de radio te luisteren. Dat combineer ik dan met strijken. Ik heb zo mijn vaste ritmes.''

Het is een schat, die Kamp, een geweldige schat. Hij heeft zijn vaste ritmes en als hij tijd heeft doet hij 's morgens meteen wel twee overhemden. En dan begrijpt hij ook nog heel goed dat Opzij zoekt naar voorbeelden die wat laten zien van de opstelling van mannen in hun relatie. Je hart zwelt als je het leest, daar hoef je geen vrouw voor te zijn, al vraag je je bij dat tweede overhemd op één dag wel af hoe dat de volgende dag met dat vaste ritme moet. Of zou zijn vrouwtje soms ook overhemden dragen? Al was het maar om hem te plezieren? Echtelijke kicks via de overhemden, als het ware. Nasty, nasty, very nasty.

De minister was nóg liever VVD-fractieleider in de Tweede Kamer geworden, nadat Zalm weer minister van Financiën was geworden. Fractieleider is ,,de mooiste politieke functie die er bestaat'', vindt hij en dacht ,,dat ik er wel geschikt voor zou zijn''. Maar geen nood, nu de VVD-fractie niet hem of Frank de Grave maar Jozias van Aartsen heeft gekozen, is dat ook ,,prima'', babbelt hij door. Hij vindt natuurlijk eigenlijk dat die onverstandige fractie niet die enge Van Aartsen maar hem voor die mooiste baan had moeten kiezen, maar dat zeg je zo niet. Integendeel, je bent een good sport en je doet dus alsof je het allemaal heel goed begrijpt.

De afgelopen tien jaar, sinds het verschijnen in 1993 van de bijna overal als minimalistisch beoordeelde Prioriteitennota van PvdA-minister Ter Beek, heeft Defensie jaarlijks met het snoeimes te maken gehad, soms nogal stevig. In dat opzicht heeft Nederland binnen de NAVO qua budgethoogte maar zelden gelijke tred kunnen houden met de kwaliteit van zijn analyses aangaande het gedrag van partners (Washington, Londen, Parijs). Zo mag Kamp in Balkenende II liefst 380 miljoen euro per jaar bezuinigen. Dat betekent onder meer 9.000 tot 10.000 arbeidsplaatsen, drie vliegbases, twee kazernes, vier fregatten en bijna dertig F-16's minder. Wat zegt Kamp daarover in Opzij? ,,Tja, we zijn er niet voor de werkgelegenheid, maar voor het bijdragen aan vrede en veiligheid in de wereld. Als je een organisatie hebt die je stabiel kunt financieren, met mensen die je goed kunt betalen, waarmee je kunt voldoen aan je internationale verplichtingen en als je dat doet voor het geld dat je van de belastingbetaler daarvoor krijgt, doe je je werk goed. Dat kunnen we met zestig- in plaats van zeventigduizend mensen en met 108 jachtvliegtuigen in plaats van 137 en met tien fregatten in plaats van veertien. [...]''

Dat is een opvatting waar de minister mee vooruit kan en die aan ons gevoel voor logica appelleert. Maar er komt een vraag op. Namelijk deze: wie houdt wie voor de gek, of wie heeft wie de afgelopen jaren voor de gek gehouden? Want waar er in het takenpakket van Defensie de afgelopen jaren nauwelijks veranderingen zijn aangebracht, verbaast het dat Kamp ondanks nog eens viermaal 380 miljoen euro (2003-2007) bezuinigingen budgettair toch goed meent uit te kunnen komen. Het is maar goed dat Kamp in het interview aankondigde dat hij alle vrouwen wil uitzonderen van de voorgenomen personeelsbeperkingen bij Defensie. Want dat de vraag of het wijs en goed is om vrouwen naar geslacht (positief) te beoordelen, niet vooral naar geschiktheid voor een baan kreeg de afgelopen weken heel veel aandacht. Wat onze politiek correcte minister van Defensie zal hebben voorzien. Want dat is hij: een correcte politicus als een natuurtalent. Hij houdt van ons, wij van hem. En strijken als marsmuziek!