De angst voor de Chinezen

Het economisch wonder van Italië van na de Tweede Wereldoorlog doet zich nu voor in China. Tegen het goedkope vakmanschap van de Chinezen kunnen de Italianen niet op. `Ik moet toegeven dat het geen slecht materiaal is wat ze afleveren.'

Aan het ogenschijnlijk einde van de wereld, dat in werkelijkheid het begin van Italië's industriële hart is, ligt het bedrijf van Roberto Forelli. Een vierkante stalen doos vol met lassende mannen. Op de eerste verdieping bevindt zich een klein vergeeld kantoortje met ijzeren bureaus, en een portret van vader Forelli aan de muur. Terwijl de vloeren trillen van de activiteit beneden, verhaalt Roberto Forelli van zijn grote angst, een angst die door de Italiaanse politiek wordt gedeeld. De angst voor de Chinezen en hun economische wonder.

Hier in de laagvlakten van de rivier de Po hebben dit familiebedrijf en duizenden andere na de Tweede Wereldoorlog het Italiaanse economische wonder uit de grond gestampt. Van een armoedige agrarische natie klom het land tussen 1950 en 1970 op tot de zesde industriële natie. Iets verderop bij Treviso ligt de thuisbasis van Benetton, Zanussi en Merloni. Hier ook produceert men 80 procent van 's werelds skischoenen, en eenzelfde percentage zonnebrillen.

In dit gebied weet men alles van keramiek en van werktuigbouw. En hier wordt ook 90 procent van alle rupsbanden geproduceerd die in de wereld door tractors en graafmachines worden gebruikt. De Forelli's zijn gespecialiseerd in de ijzeren wielen voor deze rupsbanden. Ze maken de wielen van John Deere, Fiat, Case, Hitachi en andere merken.

Dertig jaar geleden waren het nog ambachtslieden en maakten ze met zijn achten enkel balkons, nu zijn ze met tachtig man en handelen ze met dertig landen. Toch zien ze de toekomst somber in. En dat is de schuld van de Chinezen en hun economisch wonder.

Die doen nu wat zij en vele, vele andere Italiaanse bedrijven twintig, dertig, veertig jaar geleden zelf deden: met veel slimheid, opofferingsgezindheid en vooral tegen lage lonen producten maken die in Amerika niet meer voor die prijs te maken waren.

De Amerikanen stuurden producten of de tekeningen van rupsbanden en onderdelen naar Italië en de Italianen maakten ze perfect op maat na. Zo ook de Forelli's. Eerst in opdracht van de Amerikanen, later toen ze de techniek beheersten in eigen beheer en onder eigen merknamen. Het waren producten voor de zogenoemde niet-originele-vervanging. Ofwel onderdelen die net zo goed zijn als de originelen, maar die goedkoper zijn omdat ze de merknaam niet dragen.

Forelli: ,,Je kunt originele T-shirts in de winkel kopen, of dezelfde maar niet originele merken T-shirts bij de negers hier op de markt. Wij zijn de negers van de ijzerwaren. Onze producten zijn hetzelfde, maar hebben een iets andere vorm, zodat we geen juridische problemen krijgen. Een volstrekt legale en noodzakelijke markt, omdat de tractorproducenten zelf niet genoeg wielen kunnen maken.''

Vorig jaar is de broer van Roberto naar China geweest en hij is zich er doodgeschrokken. In heel Amerika heeft hij niet zo'n moderne stad gezien als Shanghai. Hij kwam thuis en hield niet meer op te vertellen en te waarschuwen. Werken dat ze daar kunnen, zoals de Italianen vlak na de oorlog. Dingen die de Chinezen nooit eerder hebben gemaakt, weten ze toch in een mum van tijd te leveren. Dezelfde producten als de Forelli's maken, maar voor de helft van het geld inclusief aflevering hier in de haven van Ravenna. Roberto: ,,Als ik eerlijk ben, als ik het spul onderzoek, moet ik toegeven dat het geen slecht materiaal is wat ze afleveren''.

Tegen zulk goedkoop vakmanschap kunnen de Forelli's niet op. En dus doen ze wat de Amerikanen bij hen deden. ,,Ik koop het spul nu zelf uit China. We sturen onze tekeningen, zodat ze het kunnen maken. Tot nu toe gaat dat goed en verdienen we flink, maar straks hebben ze mij niet meer nodig en leveren ze wellicht direct aan onze klanten, net zoals wij twintig jaar geleden hebben gedaan. En wat dan?''

De angst van de Forelli's is de angst van veel Italiaanse ondernemers in de maakindustrie op dit moment. Er woedt een heftige discussie in de pers en de politiek. De ene na de andere reportage verschijnt over de hyperefficiëntie, het innovatief vermogen en de logistieke genialiteit van de Chinezen. Angstaanjagende staafdiagrammen illustreren de Chinese groei van tussen de 8 en 9 procent en geven aan dat China Italië al lang gepasseerd is als industriële natie, terwijl Italië is teruggezakt naar de achtste plaats. China produceert 70 procent van de fotokopieermachines, zo kan men in de krant lezen, heeft een groot deel van de witgoedmarkt in handen, beheerst 80 procent van de kunstkerstboomproductie, beheerst de markt voor computercomponenten, mobiele telefoons en golfclubs.

En als er iets negatiefs over Chinese producten kan worden geschreven, dan gebeurt dat in chocoladeletters. Levensgevaarlijke Chinese waterjojo's zijn verboden. Men waarschuwt voor Chinese knuffels die aan overmatige haaruitval lijden. Kranten pakten groot uit toen een kind bijna was gestikt in een speen van Chinese makelij. Er wordt gewaarschuwd voor de levensgevaarlijke Chinese namaak-Viagra.

Minister Tremonti van Economie spreekt van oneerlijke Chinese concurrentie. Het land zou zich niet aan de regels voor bescherming van arbeiders houden, en het verbod op illegaal kopiëren van merkproducten schenden. Beschuldigingen die door EU-commissaris voor Handel Pascal Lamy werden afgewezen. Tremonti's partijleider Bossi ging nog verder en stelde invoerrechten op Chinese producten voor om de eigen markt te beschermen, een plan dat door de werkgeversorganisatie van tafel werd geveegd omdat dat tot Chinese sancties zou leiden.

En zo worstelen Italië en de Forelli's met de Chinezen. Men zoekt verklaringen voor de dip waarin de maakindustrie zit. Historici zoeken historische vergelijkingen. Ondernemers eisen liberalisering van markten, lagere sociale premies en verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Politici vinden dat ondernemers innovatiever moeten zijn, meer onderzoek moeten doen. Maar dat alles overtuigt Forelli niet.

,,We zijn te rijk. Onze werknemers zijn te beschermd. Vroeger moest de jeugd zich een toekomst verdienen, nu menen ze er recht op te hebben zonder ervoor te werken. Iedereen wil architect of poëet worden. Hoe moet dat straks als alles gekocht wordt in China, de toekomstige fabriek van de wereld?''

Dit is de derde aflevering van een serie verhalen over wereldhandel naar aanleiding van de WTO-ministersconferentie in Cancún, 10-14 september. Eerdere afleveringen verschenen op 23 en 29 augustus. Zie ook www.nrc.nl.