Begrotingstekort Frankrijk naar 4 procent

Frankrijk heeft een begrotingstekort van 4 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dit is een punt méér dan is toegestaan volgens de regels van het Stabiliteits- en Groeipact.

Dat pact is destijds overeengekomen door de eurolanden om de gemeenschappelijke munt op peil te houden. Met het gisteren door het ministerie van Financiën bekendgemaakte tekort is Frankrijk de grootste overtreder van de regels, gevolgd door Duitsland (3,8 procent van het bbp). De begroting voor 2004, waarvan de nu bekendgemaakte berekening deel uitmaakt, wordt 24 september gepresenteerd.

Tot gisteren gold een eerder dit jaar aan de Europese Commissie opgegeven schatting van 3,4 procent. Volgens het ministerie weerspiegelt het opgelopen tekort ,,de negatieve gevolgen op de inkomsten van de staat en van de sociale zekerheidsinstellingen van een sinds eind 2002 fors teruggelopen economische groei''. Het ministerie zwijgt over de omstreden lastenverlichting als oorzaak van verminderde inkomsten. Conform de verkiezingsbeloften van president Jacques Chirac heeft de regering van Jean-Pierre Raffarin vorig jaar een lastenverlichting van 5 procent doorgevoerd en dit jaar van 1 procent. Voor volgend jaar wordt gesproken van 3 procent. De lastenverlichting past bij ,,de keuze voor een evenwichtig en verantwoord economisch beleid, dat tot doel heeft de gevolgen van de verminderde groei binnen de perken te houden''.

Het tekort komt neer op 61 miljard euro, bij een staatsschuld van meer dan 1.000 miljard euro, die daarmee al evenzeer het door Brussel toegestane maximum van 60 procent van het bbp overschrijdt. Bovendien vertoont de sociale verzekeringskas een historisch tekort van 10 miljard euro dit jaar, oplopend tot 15 miljard euro volgend jaar. Waarnemers wijzen erop dat de euro ondanks de alarmerende berichten uit Frankrijk stabiel blijft. In het pre-eurotijdperk zou de koers van de Franse franc onmiddellijk onder druk zijn komen staan. Tot zover onze correspondent.

De Zweedse premier, Göran Persson, heeft kritiek geuit op het financiële beleid dat Duitsland, Frankrijk en Italië in de jaren negentig hebben gevoerd. De drie hadden zich beter moeten voorbereiden op de economische achteruitgang, zegt de premier vandaag in de Financial Times. Persson vindt dat Duitsland, Frankrijk en Italië door hun beleid de economie van de eurozone hebben ondermijnd. De drie landen vormen samen 60 procent van de economie van de eurozone. ,,Als ze zich destijds hadden gedragen zoals bijvoorbeeld Zweden, Finland, het Verenigd Koninkrijk, hadden we deze situatie van nu niet gehad'', zei Persson.