Ahold en de wolf

Door de opleving van de beurzen heeft een aantal bedrijven opnieuw belangstelling gekregen voor claim-emissies teneinde hun buitensporige schulden af te betalen. Ahold wil niet zeggen of het ook tot die bedrijven behoort, maar dat zou geen verrassing zijn.

Het Nederlandse detailhandelsconcern bevindt zich in een lastig parket. Het worstelt met de aflossing van de 12 miljard euro aan schulden die het gevolg zijn van overnames. Dit is een urgent probleem, omdat Ahold volgend jaar 1,8 miljard euro aan schulden moet herfinancieren en nog eens 3,3 miljard euro in 2005. Vanaf maart moet het wellicht ook voor meer dan 1,5 miljard euro de minderheidsaandeelhouders uitkopen uit een Zweedse joint venture.

De meest voor de hand liggende methode om aan geld te komen zou de verkoop van Aholds grootste, niet tot de kernactiviteiten behorende bezit zijn: de groep Amerikaanse cateringbedrijven waarvoor het bijna 7,5 miljard dollar heeft betaald. Maar dat is zeker niet het wondermiddel dat het op het eerste oog lijkt te zijn.

De cateringdivisie zou vrij aantrekkelijk moeten zijn, want het is het enige onderdeel van Ahold met echte groeimogelijkheden. Maar de divisie staat er niet goed voor, na de onthulling van grote boekhoudkundige onregelmatigheden eerder dit jaar en het wegsturen van het hele bestuur. Ahold zou de divisie waarschijnlijk veel te goedkoop van de hand moeten doen als zij nu verkocht zou moeten worden. Volgens analisten zou de divisie op dit moment slechts 3 miljard dollar opbrengen.

Een verkoop op die voorwaarden is niet aantrekkelijk. Ahold zou er nog verder door in de problemen kunnen komen. Het concern zou het enige bedrijfsonderdeel met groeipotentieel hebben verkocht, terwijl de schuldenlast niet zou zijn verlicht. Er zou een met veel vreemd vermogen gefinancierd rompbedrijf overblijven, met weinig groeimogelijkhedem en een beperkt vermogen om dividend uit te keren.

De opleving van de beurzen biedt Ahold een alternatief: het uitstellen van de verkoop van de cateringdivisie en het binnenhalen van nieuw aandelenkapitaal om de wolf buiten de deur te houden. Het concern zou beleggers over de streep kunnen trekken door te beloven alle opbrengsten uit de verkoop van de cateringdivisie aan hun te zullen teruggeven.

Het concern hoeft niet de hele 5 miljard euro binnen te halen die nodig is voor de herfinanciering van de aflopende kredieten. Zelfs een claim-emissie van 2 miljard euro zou voldoende zijn om de behoeften te dekken tot 2005. Tegen die tijd zou de cateringdivisie weer op de rails moeten staan. Institutionele beleggers lijken bepaald niet vies van claim-emissies.

Volgens zakenbank Morgan Stanley zijn de koersen van de bedrijven die dit jaar met de grootste claim-emissies op de proppen kwamen (waarvan de meeste bedoeld waren om de balans te repareren) gemiddeld met 58 procent gestegen. Toch zal Ahold niet in een vloek en een zucht 2 à 3 miljard euro van de markt kunnen halen. Het hangt ervan af of de nieuwe topman Anders Moberg de markt ervan kan overtuigen dat hij de cateringdivisie er weer bovenop zal krijgen. Maar de mogelijkheid tot een claim-emissie lijkt nu aanwezig. Of dat zo zal blijven, is de vraag. Dat is waarom Moberg haast moet maken.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.