`Advies over hypotheken onduidelijk'

De Nederlandse hypotheekmarkt is ondoorzichtig. Tussenpersonen die in hypotheken bemiddelen zouden voor meer helderheid moeten zorgen, maar in de praktijk gebeurt dit vaak niet.

Dit concluderen onderzoekers van het Centraal Planbureau (CPB) en de Universiteit Utrecht in een gisteren verschenen studie naar hypotheekrentes in de periode 1996 tot 2002.

Hypotheekaanvragers krijgen ,,niet altijd de juiste informatie om de meest gunstige hypotheek te kiezen''. Oorzaak van dat gebrek aan informatie kunnen de bonussen zijn die tussenpersonen kunnen krijgen op het moment dat zij producten van specifieke aanbieders verkopen. Zij hebben er dan belang bij om bepaalde informatie wel of niet te verstrekken.

Door het gebrek aan transparantie lopen de renteniveaus sterk uiteen en ontbreekt de noodzaak voor de financiële aanbieders om scherp te concurreren. Bij levensverzekeraars bedroeg het verschil tussen de hoogste en de laagste rente 1,28 procentpunt. Bij banken is dat verschil 0,6 procentpunt. ,,Er zijn aanwijzingen dat de concurrentie tussen de levensverzekeraars minder sterk is dan bij de banken'', zegt CPB-onderzoeker M. van Leuvensteijn. Maar aanwijzingen voor samenspanningen op de markt zijn er niet gevonden.

Het onderzoek geeft nog een andere mogelijke verklaring voor de grote verschillen in rente bij met name levensverzekeraars: die verzekeraars beschikken vaak over minder kennis van hun klanten – vergeleken met de banken – en om de risico's van wanbetaling te beperken, zullen ze extra hoge rente berekenen. ,,Klanten verschijnen bij banken bij wijze van spreken geregeld aan de balie. Het betalingsgedrag is door banken wellicht beter te bepalen'', zegt Van Leuvensteijn.

Het renteverschil tussen de hypotheken (met een rentevaste periode van tien jaar) wordt niet veroorzaakt door een fluctuerende obligatierente, want daarmee is door de onderzoekers rekening gehouden. Bij een huis van 205.000 euro – de gemiddelde prijs van dit moment – veroorzaakt het renteverschil van 1,28 procent jaarlijks een extra last van 2.624 euro.

Banken hebben met 40 procent het grootste deel van de Nederlandse hypotheekmarkt in handen – verkoop meestal via hun eigen kantorennetwerk. Levensverzekeraars hebben 15 procent van de markt in handen en maken gebruik van tussenpersonen. De rest van de markt wordt vooral ingenomen door pensioenfondsen en bouwfondsen.

De grotere spreiding in rentes maakt verzekeraars niet per definitie duurder of goedkoper dan banken. De laagste rente bij een verzekeraar is lager dan bij een bank, de duurste rente duurder.