Westelijke Balkan verdient plaats in EU

Uitbreidingsmoeheid mag er niet toe leiden dat de EU geen oog heeft voor het gerechtvaardigde verlangen van de westelijke Balkanlanden toe te treden tot de gemeenschap, meent Johan te Velde.

Bij uitsluiting wordt de regio een springplank voor georganiseerde misdaad

Etnische zuiveringen, corrupte overheden en anarchie – menigeen zal bij deze kenschets denken aan Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Albanië, Macedonië, Servië en Montenegro inclusief Kosovo. Toch groeit op de westelijke Balkan het besef dat een betere toekomst binnen handbereik ligt. Dit besef komt vooral op onder nieuwe leiders en bepaalde groepen jongeren. Die nieuwe toekomst zien ze nadrukkelijk binnen de Europese Unie.

Dat dit een realistisch perspectief is, ontlenen ze aan de toetreding van de Centraal- en Oost-Europese landen tot EU. De westelijke Balkan wil zo spoedig mogelijk volgen, Kroatië heeft bijvoorbeeld al een officiële aanvraag voor lidmaatschap ingediend en denkt aan toetreding in 2007.

Al een half jaar verzekert de Europese Unie de landen van de westelijke Balkan dat de EU zonder hen niet compleet is. Het ontbreken van concrete data duidt er echter op dat deze woorden met name voor de Bühne bedoeld zijn. Dat is logisch, want de criteria voor toetreding liegen er niet om. Aan de reguliere toetredingscriteria, die gaan over het functioneren van de markteconomie en de rechtstaat, is de extra voorwaarde toegevoegd van vergrote onderlinge samenwerking. En de verschillende vredesakkoorden brengen ook nogal wat verplichtingen met zich mee. Als de criteria naar de letter worden nageleefd kan het nog decennia duren voordat de hele regio kan toetreden. Maar tegelijkertijd weet Europa dat het toetredingsperspectief aantrekkelijk en realistisch moet schijnen om de vaart op de Balkan er in te houden.

De psychologie van het moment is namelijk belangrijk. Bezien vanuit de Balkan is het eens zo ver schijnende Europa met zevenmijlslaarzen dichterbij gekomen. Toetreding lijkt nu een reële mogelijkheid. Maar de Balkan is een kwetsbare regio met een zeer roerige geschiedenis. In de huidige fase leidt een perspectief snel tot het groeien van het vertrouwen, maar dit vertrouwen ebt ook snel weg als het toetredingstraject onhelder blijft of ver in de toekomst wordt geplaatst.

Een zwart scenario is dat de regio terugvalt in apathie en desinteresse, zoals dat het afgelopen decennium al eerder het geval was, maar nu met als uitkomst een verpaupering van de westelijke Balkan, dat de toegangspoort tot Europa voor drugs en mensenmokkel is en een springplank voor georganiseerde misdaad. Terecht duidde de vorige VN-vertegenwoordiger voor Kosovo, Michael Steiner, er op dat het in het belang van de lidstaten van de Europese Unie zelf, is assistentie te verlenen aan het gevangeniswezen, de politie en justitie in Kosovo.

Gemakkelijk zal het toetredingsproces overigens niet zijn. De regio heeft een enorme sociaal-economische achterstand, de industrie is verouderd en de landbouw is min of meer teruggevallen in autarkie na het communisme. Bovendien zijn er nog verschillende uitstaande politieke kwesties. De status van Kosovo – binnen of buiten Servië en Montenegro – is nog een heet hangijzer en de oplossing is de afgelopen weken niet dichterbij gekomen.

Roemenië en Bulgarije, de buren op de Balkan, hebben al wel duidelijkheid gekregen. Zij kunnen in principe in 2007 toetreden en als kandidaat-lid ontvangen zij omvangrijke financiële steun van de EU. Alleen al het perspectief op toetreding vormt een katalysator voor ontwikkeling. Buitenlandse investeerders – onder anderen uit Nederland – zijn in zulke groten getale op Roemenië afgekomen dat in vijf jaar tijd de buitenlandse investeringen zijn gegroeid van één naar negen miljard dollar.

Tot dusver richtte het EU-beleid zich vooral op stabilisatie van de politieke, economische en sociale situatie en reconstructie na de malaise van de afgelopen tien jaar. Nu is een partnershiprelatie tussen de EU en de westelijke Balkan afgesproken met integratie in de EU als einddoel op het moment dat de landen aan de criteria voldoen. Bovendien is voor de komende twee jaar 200 miljoen euro extra beschikbaar. De EU zal elementen uit het assistentiepakket van de huidige kandidaat-lidstaten ook op de westelijke Balkan toepassen.

De EU-assistentie bij onder meer wetgeving is belangrijk, maar in de regio vormen juist uitvoering en handhaving op lokaal niveau het probleem. Verder zijn de overheden van de westelijke Balkan momenteel niet in staat te voldoen aan de EU-criteria van medefinanciering. De Balkan zou overigens op dit moment een uitbreiding van de EU-fondsen niet verantwoord kunnen besteden volgens de EU-richtlijnen. Die richtlijnen zijn overigens zo veeleisend dat bijvoorbeeld ook Nederlandse instellingen terugdeinzen voor de met Europees geld gepaard gaande verplichtingen.

Er staan de EU ingrijpende veranderingen te wachten: het opstellen van een Europese grondwet waarvoor de conventie voorstellen heeft gedaan en het realiseren van de huidige uitbreiding. Onder de druk hiervan zou de neiging kunnen ontstaan even pas op de plaats te maken.

Maar het zou een strategische blunder zijn om op dit moment toe te geven aan de uitbreidingsmoeheid en lang te discussiëren over de EU-categorie waarin de westelijke Balkan nu zou moeten vallen: externe relaties of pre-toetredingsassistentie. Als de EU zich niet dit jaar serieus over de westelijke Balkan buigt, zou dit later duurder en problematischer uit kunnen vallen. Hierdoor dreigt een scenario waar niemand op zit te wachten. De regio verdient beloning voor de vooruitgang die is geboekt.

Johan te Velde was van 1995 tot 2000 velddirecteur van SNV/Nederlandse Ontwikkelingsorganisatie in Albanië.