Strateeg achter Aznar

Vriendelijk, bescheiden, open voor dialoog en met een droog, bijna Angelsaksisch gevoel voor humor. De karaktereigenschappen van Mariano Rajoy, de nieuwe leider van de Partido Popular, wijken nogal af van het profiel dat in Spanje's conservatieve kring voor aanbevelenswaardig wordt gehouden voor een politieke leider. Menigeen ziet daar liever het aqui mando yo, `hier ben ik de baas', waar de huidige premier Aznar zo'n geslaagd voorbeeld van mag heten. Een premier die geen discussie of kritiek duldt, de partij in een ijzeren greep houdt en de oppositie verwijt dat ze een gevaar voor het land is.

Toch is het diezelfde Aznar die als opvolger iemand met een aanmerkelijk milder karakter heeft aangewezen. De huidige premier blijft daarmee trouw aan de koers die hij vier jaar geleden voor zijn partij uitstippelde, maar waar hijzelf paradoxaal genoeg steeds minder in ging passen: een partij van het midden, die een brede groep kiezers aan moet spreken.

Als politicus is Rajoy misschien minder ervaren en briljant dan zijn beide concurrenten, maar hij roept evenmin grote weerstanden op zoals de eigenzinnige minister van Financiën, Rodrigo Rato, of Jaime Mayor Oreja, die als minister van Binnenlandse Zaken op handen wordt gedragen maar door het nationalistische deel van Baskenland wordt gehaat.

De jurist Mariano Rajoy begon zijn loopbaan in het parlement van Galicië, waar hij werd geboren. Dat hij als een gematigd conservatief geen al te grote vriend was van partijoprichter Manuel Fraga (voormalig minister onder Franco) stond niet in de weg dat hij onder Aznar vanaf 1996 diverse ministerposten bekleedde.

Niet geheel toevallig trad Rajoy in hetzelfde jaar in het huwelijk. Een noodzakelijke voorwaarde in een partij waar men gescheiden en hertrouwde ministers duldt, maar ongetrouwde bewindslieden beschouwt als een onnodig bedrijfsrisico. Het seksuele leven van een politicus is in Spanje vrijwel nooit onderwerp van discussie, maar de veronderstelde dwang om Rajoy aan een vrouw te helpen blijft ook nu nog een zaak die tussen de regels van de politieke commentaren door blijft schemeren.

Geen wonder dat het de meest geharnaste deel van de partij meent dat Rajoy een zacht ei is. Bij een veel bredere groep, inclusief zijn politieke tegenstanders, kan de nieuwe partijleider evenwel op sympathie rekenen. Als minister maakte hij naam als een man die weet te luisteren, zelden uit zijn humeur en met een fijn gevoel voor humor. Een kundig onderhandelaar bovendien, die er in slaagde om voor het eerste kabinet-Aznar de noodzakelijke steun van de Catalaanse nationalisten te verkrijgen, hoewel hun leider Jordi Pujol door de conservatieve aanhang als `dwerg' was weggelachen. Rajoy ontwierp de verkiezingsstrategie waarmee de partij een absolute meerderheid behaalde en hij was de politieke brandweerman die lastige dossiers als de milieuramp met de Prestige en de Spaanse steun aan de oorlog in Irak in het parlement en in de media verdedigde.

Een goede uitvoerder van politieke orders maakt nog geen goed politiek leider. Van Aznars politieke erfenis gaat de strijd tegen de ETA-terreur Rajoy ongetwijfeld het beste af. Moeilijker ligt het met Aznars stokpaardje van de eenheid van de Spaanse staat versus de druk vanuit de regio's om meer grondwettelijke bevoegdheden. En het lastigst voor Rajoy wordt vermoedelijk Spanje's nieuwe Atlantische politiek, waarbij Aznar zich zonder meer achter de Amerikaanse regering-Bush schaarde. Rajoy, die weinig internationale ervaring heeft, zal hierbij vooralsnog moeten steunen op zijn Angelsaksische flegma.