Roeiers zakken voor examen

Minder dan een jaar voor de Spelen in Athene stelde de Nederlandse roeiploeg teleur bij de WK in Milaan.

Negen boten, twee finaleplaatsen, één zilveren plak het optreden van de olympische roeiploeg bij de WK verliep rampzalig. Van de twee boten die om de medailles roeiden, ging alleen de lichte mannen vier-zonder-stuurman met zilver naar huis. De lichte vrouwen dubbeltwee greep met een zesde plaats, op zestien seconden van winnaar Duitsland, bleef ver verwijderd van het erepodium. Bij de tien niet-olympische disciplines won Nederland tweemaal zilver.

Bij de roeiers uit de twee boten die de finales bereikten op roeibaan Idroscalo, staat sport eenzaam op de eerste plaats. Werk of studie volgen op ruime afstand. ,,We hebben in de winter veel op de Bosbaan getraind, daar was 't niet erg druk'', zei Gerard van der Linden. Zijn ploeggenoot uit de lichte vier, Karel Dormans, omschreef de WK-voorbereidingen als ,,extreem hard''. De roeiers volgden nauwgezet een plan van een fysioloog en streden het hele seizoen onderling om de plaatsen in de boot. Aanvankelijk telde de groep van bondscoach Susannah Chayes dertien lichte mannen (gemiddeld ploeggewicht 70, maximaal 72,5 kilo per roeier). Uiteindelijk bleven Joeri de Groot, Dormans, Ivo Snijders en Van der Linden over.

Om tot een succesvolle ploeg te komen, moeten offers worden gebracht. Jeroen Spaans, achtste bij de Spelen van Sydney (2000) met de Twente Vier, werd gedegradeerd tot reserve. Alwin Snijders kreeg na een blessure zijn plaats niet terug. Samen eindigden de reserve-roeiers op een verdienstelijke vierde plaats. Dormans en De Groot wonnen in juni bij de wereldbekerwedstrijden op het water ten oosten van Milaan goud in de lichte twee-zonder. Van der Linden en Ivo Snijders roeiden toen ,,op de grens van olympische kwalificatie'' in de lichte dubbeltwee.

De twee boten werden samengevoegd. Bij de NK won het lichtgewichtkwartet de titel in de open klasse, bij de wereldbekerwedstrijd in München was het zilver, net als ditmaal bij de WK in Milaan. ,,In wedstrijden wordt altijd flink doorgetimmerd, niemand laat z'n kop hangen'', constateerde Van der Linden.

Joop Alberda omschreef het resultaat drie boten kwalificeerden zich voor de Spelen van Athene (2004) als ,,magertjes met de vier als lichtpuntje''. De roeibond moet volgens de technisch directeur van NOC*NSF ,,eerst intern stevig evalueren''. Begeleiding en roeiers tastten in het duister over mogelijke oorzaken. De hitte speelde de zware roeiers misschien parten, hun lichte collega's zijn gewend hun lichaam constant in de gaten te houden. Bij de vrouwen bezweek de dubbeltwee onder druk. In de dubbelvier van bondscoach Diederik de Boorder heerste de sfeer als die van een schoolreisje. Zolang er geen ruzie was, kon er niets fout gaan. Winnaarsmentaliteit ontbrak. In juli zaten de dames aan de vooravond van de finales van de Rotsee Regatta om half twaalf nog gezellig in de binnenstad op een terrasje te keuvelen.

Over mogelijke bootindelingen werd binnen de roeiploeg druk gespeculeerd. Bij de olympische kwalificatiewedstrijden, medio juni, zal voor één vrouwen dubbelvier een plaats beschikbaar zijn. Alleen bij de vrouwen acht is kwalificatie niet uitgesloten. Maar de groep is klein en de kwaliteit gering. Nederland won bij de Spelen van Sydney zilver met de acht.

,,Een roeiploeg moet altijd uit minstens een acht en een skiff bestaan'', meende Alberda in Milaan.

Na de WK van 1998 bevroor de roeibond alle plannen voor de achten. Onder druk van hoofdsponsor en sportkoepel werden vervolgens toch twee achten naar Sydney gestuurd. Bij de mannen begonnen dit jaar zestien roeiers zelf aan een avontuur dat moet leiden tot eremetaal bij de Spelen van 2008. Alberda: ,,De roeibond dacht toch niet: `verrek we hebben een acht'. Ik heb niet het idee dat die jongens vorig jaar zijn geboren. Bij de roeibond zou de acht entiteit moeten zijn.”