Punker in nood

De muziekkoepel in de Haarlemmer Hout is niet meer wat hij is geweest. De witte verf op de pilaren gaat schuil achter een dikke laag graffiti en ongeveer de helft van alle glazen ruiten in de twintig jaar oude koepel is kapot gegooid. Op de rand van de muziekkoepel zit de vijftienjarige Robin met een vriend. Hij haalt een flesje gevuld met roze mixdrank onder zijn jas en zet het aan zijn lippen, om na enkele slokjes te vertellen hoe het is begonnen, hoe hij en enkele vrienden enkele maanden geleden ruzie kregen met een stel jongeren van een geheel andere signatuur, een ruzie die structurele vormen heeft aangenomen en die enkele weken geleden uitliep op regelmatige confrontaties in wat wat geldt als het oudste stadspark van Nederland, zestiende-eeuws, met enkele zeer oude bomen. Meer specifiek ging de ruzie om de macht over de koepel: andere jongeren probeerden Robin en de zijnen eruit weg te jagen om er zelf te kunnen rondhangen.

Robin noemt zichzelf een alto en wijst daartoe naar zijn kapsel, blond haar dat met behulp van gel in zo'n tien punten omhoog steekt. Hij draagt een oversized zwarte broek, een verwijzing naar zijn verleden als skater, een zwart leren jasje met spijkers en een t-shirt met de naam van Slipknot, een van zijn favoriete muziekgroepen. Enkele maanden geleden al zijn er klappen gevallen, en zelfs is de tegenpartij, volgens de politie een clubje binken uit de buurt, hem naar huis gevolgd, alwaar zij zijn vader een gescheurde wenkbrauw hebben geslagen. Dat was niet zo leuk, verzucht Robin.

De ruzies zijn het gesprek van de dag in het park, ook bij andere groepen jongeren die zichzelf niet tot de strijdende partijen rekenen, maar die onlangs daarvan wel het slachtoffer zeggen te zijn geworden. Ze zitten vredelievend op het gras met een blikje bier of een joint in de hand, berinneringen ophalend aan de vele grotere en kleinere feestjes die de afgelopen zomer bij de muziekkoepel zijn gehouden. Wat de ruzie tussen jongeren betreft, zeggen twee van hen vooral over de politie te moeten klagen. Een van hen heeft zestien uur in de politiecel doorgebracht wegens onder meer het beledigen van een politievrouw die volgens hem overijverig optrad. Een ander werd hardhandig weggeduwd terwijl hij nu juist probeerde te bemiddelen tussen de partijen.

De politie is niet onder de indruk van de beschuldigingen. Een politieman laat weten dat de pers de zaak vooral niet moet opblazen, want dat het de laatste week juist weer rustig is gebleven, niet alleen dankzij intensieve surveillance maar ook door de afkoeling, en dat het hier niet ging om twee groepen jongeren die elkaar om ideologische redenen naar het leven staan, maar gewoon om een groep binken uit de buurt die de politie wel vaker tegenkomt en die de alto's op vervelende wijze heeft uitgedaagd. Van een onveilig park is geen sprake, laat ook de gemeente weten, zeker niet als binnenkort zal worden begonnen met het opknappen van het park. En Robin blijft hier, zegt hij, hij laat zich niet wegjagen.