Politieke ambtenaren

HET BLIJFT ONVERKWIKKELIJK een topambtenaar te laten functioneren als bliksemafleider voor zijn politiek verantwoordelijke baas. Middenin het onderzoek van Lord Hutton naar de vraag of de regering-Blair de dreiging van Saddam Hussein niet schromelijk heeft overdreven, kondigde Blairs woordvoerder en belangrijkste politieke adviseur, Alastair Campbell, zijn vertrek aan. Deze man staat erom bekend om dat hij alle politiek ongunstige feiten weet recht te praten. Aan zijn eigen verklaring voor zijn vertrek, ,,om persoonlijke redenen'', wordt dan ook weinig geloof gehecht. Wel is hij erin geslaagd tijdelijk de negatieve aandacht op zichzelf te vestigen en niet op Tony Blair.

De persoon van Campbell is precies het probleem dat het onderzoek van Hutton aan de orde moet stellen. Waar ligt de grens tussen de politiek en de onafhankelijke informatievoorziening? Om Campbell als partijdig topambtenaar te kunnen aanstellen heeft Blair indertijd het ambtelijke statuut veranderd. Campbell was zo invloedrijk dat hij door ingewijden ironisch `de vice-premier' werd genoemd. Het was moeilijk onderscheid te maken tussen de stem van Blair en die van zijn politiek adviseur. Campbell verstrekte als Blairs woordvoerder politiek getinte informatie op basis van wat zijn ondergeschikte ambtenaren in hun onafhankelijke plichtsbetrachting aanbrachten. De professionele rechter Hutton moet uitmaken waar bij de rapportage over de dreiging van de inmiddels verdreven Iraakse dictator Saddam Hussein de grens lag tussen politiek getinte verdraaiingen en onafhankelijk vastgestelde feiten. Dat is een belangrijke taak.

De rol van Campbell is nog niet helder, maar wel is duidelijk dat sommige verklaringen in het inlichtingenrapport over de massavernietingswapens van Saddam zijn overdreven. Daarin had de BBC wel een punt, ongeacht fouten die misschien zijn gemaakt in de verslaggeving en de gekozen bewoordingen. Maar Campbell begon na de zelfmoord van defensiespecialist Kelly, die met de BBC had gepraat, een publieke oorlog tegen de Britse publieke omroep, die toch een belangrijk onafhankelijk instituut is.

ONAFHANKELIJKE en betrouwbare informatievoorziening is belangrijk, zeker als het om vragen van oorlog en vrede gaat. Politisering van de ambtenarij is niet alleen een probleem in Groot-Brittannië. De druk van de media op de politiek, de snelheid waarmee affaires ontstaan, maakt het bijkleuren van de feiten bijna onweerstaanbaar. Ook bij sommige Nederlandse woordvoerders doet zich soms de vraag voor waar de politiek begint en de voorlichting eindigt. En wat te zeggen van het ritueel van de `onafhankelijke adviescommissie' die op kosten van een ministerie rapport moet uitbrengen over een controversiële kwestie?

Een door het volk gekozen president heeft politieke ambtenaren die hem helpen om zijn afgesproken termijn af te maken. Bij problemen kan de president die ambtenaren, ongekozen tijdelijke helpers, ontslaan. Het parlement heeft dan eigen onafhankelijke mogelijkheden om het waarheidsgehalte van regeringsinformatie te onderzoeken. Dat ligt anders bij een parlementair stelsel. Dan steunt het kabinet op de meerderheid van het parlement dat ministers kan heenzenden en niet hun ambtenaren. Die ambtenaren horen zich dus van politiek te onthouden.