Parafrases van verleden tussen eerbetoon en ironie

Het Lowlands Festival was zeer gevarieerd gepogrammeerd en even divers waren de reacties op het Nederlandse debuut van The Polyphonic Spree: weerzin en bijval.

Gedreven muzikanten, onverwacht mooi weer, genoeg ruimte om de bands te bekijken, aantrekkelijk geklede zangeressen: alles en iedereen werkte dit weekend mee om van Lowlands 2003 een heugelijke gebeurtenis te maken. Als er onder de optredende artiesten een ding opviel was het de de drang om het onderste uit de kan te halen. Iedereen blonk uit binnen zijn genre: de zanger van hardrockband AFI in wit overhemd en zwarte broek, tierend als een kelner-from-hell; de leptosome charme van Beck, de onderkoelde agressie van PJ Harvey, de woeste jonge honden-rock van Foo Fighters – waar het crowdsurf-verbod als enige werd geschonden –, de kilometervretende zangeres van Guano Apes, de feestelijke reggae-rappers van Postmen, bijvoorbeeld.

Het was jammer dat de enige reggae-zanger, Sizzla, zijn concert niet haalde omdat hij was verdwaald tussen Parijs en Biddinghuizen. Het was ook jammer dat de nieuwste lichting veelbelovende bands op het programma ontbrak, zoals Kings Of Leon en The Sleepy Jackson.

Maar we kregen hier wel het Nederlandse debuut van The Polyphonic Spree, waar iedere liefhebber van jubelende Texanen in witte gewaden al een half jaar naar uitkeek. Zij openden de zaterdag in de Golf-tent en riepen beurtelings weerzin en bijval op. De 23 mannen en vrouwen, onder aanvoering van de bebaarde zanger Tim DeLaughter, spelen gelaagde harmonieën met de onschuld van The Mamas & The Papas en de toewijding van Brian Wilson. Dwarsfluit, harp, tuba, viool, zes koorzangers op de achtergrond – alles wordt ingezet voor de ode aan het leven en de liefde. Maar laat je je als toeschouwer willig meevoeren op deze hippie-trip of houd je ironisch lachend afstand? De rondhopsende muzikanten in uniform wit, de grootse gebaren van DeLaughter – het kan toch haast niet serieus zijn?

Dat dilemma deed zich tijdens deze Lowlands-editie vaker voor. Meerdere groepen parafraseerden het verleden, en schipperden daarmee tussen eerbetoon en parodie. Niet voor niets was dit jaar het ABBA-orkestje Björn Again weer van stal gehaald om nog een keer de oude hits te spelen. Er was bovendien het duo Fischerspooner met hun prehistorische techno, er was Electric Six met een rock-versie van de Village People, en de naar de jaren zestig lonkende Raveonettes. Na al die humor is een ondubbelzinnge band ook weer welkom.

Dan was er gelukkig de furieuze rock van The Blood Brothers uit Seattle waarvan de twee jonge zangers in een permanente krijsruzie verwikkeld leken, maar tussen de nummers door reuze gemoedelijk samen een keyboard versjouwden. De ruzie-toon kwam terug bij PJHarvey die na een paar jaar afwezigheid nu in trio-bezetting (met `Bad Seed' Mick Harvey op bas) een fantastische rentree maakte. Harvey stond er ingetogen bij maar loeide als een misthoorn, en liet in een nieuw nummer horen dat de briesende stijl van haar laatste cd (Stories From The City, Stories From The Sea) nog maar het begin was. Ze vloekte, schold en sneerde.

Alsof ze het hadden afgesproken: verschillende zangeressen droegen dit weekend hoge zwarte laarzen en jurken die niet lager hingen dan hun billen. PJHarvey, maar ook Els Pynoo van Vive La Fete en Allison Goldfrapp van Goldfrapp showden zo hun benen. Van deze laatste twee groepen, die allebei electronische dance spelen, won de Belgische Els Pynoo het moeiteloos van de kille Goldfrapp. Pynoo kan niet echt zingen, maar compenseert dit gebrek met vriendelijk gekir en gehijg, terwijl ze stimulerend ronddanst. De Depeche Mode-achtige, volle klanken van de electronica werden aangevuld door partner Danny Mommens op een krassende gitaar. Het geheel leidde tot een uitbundig dansfeest in een uitpuilende tent. Vergeleken bij Vive La Fête was de `electro' van het Amerikaanse duo Adult. heel wat strammer en duisterder.

Gedanst werd er ook al vroeg in de middag bij The Rapture, een van de hoogtepunten van het festival. Dit viertal uit New York speelt transparante funk met zweverige gitaarversiering. De ijle hoge zang van de twee zangers en de stuwende ritmes zwemen naar het verleden (bands als 23 Skidoo, Medium Medium), maar is tegelijk zo avontuurlijk dat er voldoende eigen terrein gewonnen wordt. Wat dat betreft lijkt de muziek die de nadruk legt op de groove het makkelijker te hebben dan de rock-bands. Op dat gebied valt wellicht meer nieuws te ontginnen. The Streets trok zaterdagavond een volle tent met plat Engels gerapte teksten en geraffineerd lichtvoetige begeleiding van samples en een live-band. Ook het Nederlandse Olabola betoverde weer met haar ritmes die kronkelen als aardwormen en opzwepen als vuurwerk. De onverbiddelijk coole Ro Krom met zijn spontane uitroepen is een waardig voorman van dit exclusieve clubje muzikanten.

Even verderop speelde op dat moment Caesar. En al zag voorman Roald van Oosten er met die scheve stropdas uit als een verlopen kantoorklerk, het trio speelde strak en vurig. Van Oosten heeft een snedige dictie die een tent vol publiek trok. Het was jammer dat bij Benny Sings, uit Den Haag, niet meer mensen waren komen kijken. Hier was een zanger die alleen al met zijn stem een hele ritmesectie kan vervangen: soepel, soulvol en staccato. Hoewel hij voor het eerst op Lowlands speelde was ook de presentatie van deze Benny alsof hij al jaren niets anders doet.

Rapper Redman had wat meer moeite om zijn publiek te boeien. Hij begon meteen op de voorste rijen te schelden en werd steeds chagrijniger toen niet iedereen op afroep de juiste koortjes leverde. Zo bood Lowlands 2003 niet alleen een baaierd aan muzikale stijlen, maar ook een grote variatie in sterrengedrag.