Naïef?

Ze liep zo gracieus en zo snel. Op zowel de 100 meter als de 200 meter was Kelli White ongenaakbaar. Verdacht superieur, maar dat mag je niet zeggen wanneer het de moeder aller sporten betreft. Toch dacht ik toen zaterdag het sportblad L'Equipe als eerste (niet de organisatie, de atletiekunie of de Amerikaanse bond, maar een krant) meldde dat White na de 100 meter op het gebruik van een verboden middel was betrapt, niet: zie je nou wel!

Dat White het medicijn Provigil, waarin de stof modafinil, had genomen, moet haar prestatie enigszins hebben beïnvloed. Het is een medicijn tegen narcolepsie, een slaapziekte. White en meer van leden van haar familie zouden eraan lijden. De 26-jarige Amerikaanse nam het middel sinds een halfjaar soms op advies van haar huisarts, en uitgerekend op de ochtend van de finale van de 100 meter, verklaarde ze. Toch meldde ze niet bij de medische commissie dat ze dit medicijn had genomen. Bovendien zei ze niet te weten dat modafinil haar niet alleen op ongelegen momenten uit de slaap houdt, maar ook haar stemming positief beïnvloedt en haar geheugen verscherpt. Tja, wie als topsporter de relatie tussen de (bij)werkingen niet kent is naïef of een bedrieger.

Modafinil staat (nog) niet op de dopinglijst van de atletiekunie. Niet alle stimulerende middelen staan er op, vandaar de toevoeging bij bijvoorbeeld amfetaminen (opwekkende middelen) `and related substances'. Wel op de lijst van de internationale tennisfederatie overigens. Tennissers die door hun drukke leven last van een jetlag hebben, kunnen voor een partij wel een beetje modafinil gebruiken, nietwaar? Zouden White, haar 71-jaar oude Oekraïense trainer `Rem' Korchemny (coach van de Brit Dwight Chambers en vroeger van de Oekraïense oud-olympisch kampioen Valeri Borzov), haar arts en al haar begeleiders dat niet hebben geweten?

Niemand buiten vooral de Amerikaanse atletiekkringen zegt White te geloven. Het is als met wielrenners die met hun hand op het hoofd van hun kinderen zweren dat ze geen dope hebben gebruikt. Ze weten alles over training, zijn bezeten van hun sport, maar ze vergeten op cruciale momenten wat wel en niet mag. Toevallig kwam vorige week nog een Amerikaanse sprinter in opspraak wegens een dopingverleden. Amerikanen hebben een andere opvatting over doping dan de `starre' Europeanen. Wie de beste wil zijn in sport of een andere vorm van amusement, is gebaat bij een stimulerend middel en moet dat kunnen aanwenden. Dat ethische gedoe over puurheid, dat wil toch niemand.

Kelli White jokt. Domweg omdat zij de beste wil zijn en veronderstelt dat wereldtitels en gouden medailles haar gelukkig maken. In de Amerikaanse media wordt ze niet verketterd, zoals de Europese media doen. In Amerika wordt gerefereerd aan een jeugdtrauma. Toen White 17 was en een jeugdkampioene, werd ze op een station aangevallen door een meisje met een mes. Kelli liep een snee van vijf centimeter op rondom haar linkeroog. Haar oog bleef intact. Dat hielp de dochter van de Jamaicaanse olympisch kampioene Debra Byfield en van de Amerikaanse hardloper Willie White relativeren en, zoals ze zelf zegt, volwassen te worden.

Vorig jaar werd bij haar het middel triamcinolone acetonide aangetroffen, een corticosteroïde, een middel tegen onder meer astmatische aandoeningen. Ze is domweg een recidiviste, die niet meer weet wat wel en niet mag. Voer voor juristen en psychologen, met de vraag: is pure sport nog wel van deze tijd? Nee dus. Als de moeder aller sporten niet meer op natuurlijke wijze wordt beoefend, wat dan met andere sporten? Dan rest ons de fascinatie en is onze hang naar ethiek naïef.