Na het opstaan wéér doorgaan

De 31-jarige Duncan Stutterheim heeft met zijn bedrijf ID&T de Nederlandse dance-industrie tot wereldwijd voorbeeld gemaakt. Hij denkt sneller dan hij doet en is altijd in voor een nieuw geldverslindend plannetje. ,,Dat heeft hem al een miljoen gekost.''

`Ik heb eens een schilderij gekocht, samen met mijn broertje Miles, van Hans Kanters. Als uit de nacht gekomen, heet het. Daar haalden wij onze inspiratie vandaan. Uit het nachtleven, uit het strandleven. Ik moet geïnspireerd raken door de plaatsen waar ik kom, daardoor kan ik weer verdergaan. Ik zie het als `cocoonen' in de ware zin van het woord: de vlinder wordt een rups en de rups wordt een vlinder. En het gaat maar weer door.''

Duncan Stutterheim, oprichter, grootaandeelhouder en, naar eigen zeggen, ,,inspirator'' van de `dance-onderneming' ID&T, kan niet stoppen. Dat heeft het bedrijf gemaakt tot wat het nu is: organisator van zeven enorme dance-feesten per jaar, waarvan Mystery Land vorige week zaterdag met 40.000 bezoekers er één is. Eigenaar van een tijdschrift met een oplage van 70.000. Van een platenmaatschappij. Van een restaurant in de Amsterdamse Pijp, een strandtent in Bloemendaal èn een radiostation dat twee maanden geleden een etherfrequentie wist te bemachtigen en 24 uur per dag dance-muziek uitzendt.

Duncan Stutterheim is de belichaming van de Nederlandse dance-industrie, een sector waar jaarlijks 500 miljoen euro in omgaat en die internationaal gezien een voorbeeldfunctie heeft. Tien jaar geleden, nog maar net puber-af, was hij de eerste die de vraag naar grootschalige dance-feesten aanvoelde. Als kind stond hij al vooraan, vertelt jeugdvriend Irfan van Ewijk: ,,Dunc was de knikkerkampioen. Hij stond altijd vooraan, trok alles naar zich toe.'' Volgens een andere jeugdvriend, Theo Lelie, ,,dacht Duncan vroeger ook al in het groot. Altijd vol plannen. Hij bepaalde waar we naar toegingen en wat we gingen doen. Meestal kwam dat neer op uitgaan.''

Na slechte resultaten ging Stutterheim in zijn laatste jaar van school. Hij maakte het atheneum nooit af. In die tijd bestond zijn leven uit ,,Ajax en Amsterdam'', zegt vader en topondernemer Cor. Duncan was een ,,uitermate populaire jongen''. En: ,,toen al een thrillseeker''. Als kind was hij judoka en zeilde in de kleine optimisten-klasse. Ook zocht – en vond – hij vermaak in de Amsterdamse danstempel iT – daar hingen de broertjes Stutterheim 's avonds rond. Diplomaloos begon Duncan al snel een eigen koeriersbedrijfje maar dat duurde niet lang. In 1992 organiseerde hij met twee vrienden, Irfan (de I uit ID&T) en Theo (T) een nieuwjaarsfeest voor 250 bezoekers, wat hem goed afging. Een paar maanden later besloten de drie het groter aan te pakken: het eindexamenfeest dat Duncan zelf nooit gekregen had, organiseerde hij nu voor wél geslaagden: `The Final Exam'.

Hiervoor leenden Duncan en zijn vriend (en tot op heden collega) Irfan van Ewijk allebei 80.000 gulden van hun vader, die als voorwaarde stelden dat ze met een behoorlijk businessplan kwamen. Ze huurden de Jaarbeurs in Utrecht af voor zesduizend mensen, er kwamen er tienduizend. Op één avond maakten ze honderdduizend gulden winst.

Meteen na dit feest viel de `T' van ID&T af. Gevraagd naar het waarom, heeft Stutterheim moeite zich de naam van zijn toenmalige compagnon te herinneren. Irfan van Ewijk weet nog wél hoe het gegaan is. ,,Theo stond heel anders in het leven dan wij, veel minder energiek en initiatiefrijk, dat botste te veel.'' Volgens Theo Lelie zelf, die sinds deze periode in de ziektewet zit, was de oorzaak van de breuk dat hun karakters op zakelijk gebied niet bij elkaar pasten.

Vanaf dat moment ging het hard. De feestjes van Irfan en Duncan kregen een merknaam, `Thunderdome', die stond voor massale feesten waar `hardcore' housemuziek werd gedraaid, vooral gericht op de toen nog omstreden Nederlandse gabbergeneratie. ID&T maakte handig gebruik van de populariteit van de feesten en zette merchandiseproducten als schoolagenda's en kleding in de markt. Zo wist Duncan een belofte aan zichzelf gestand te doen: voor zijn 25ste verjaardag was hij miljonair.

Maar het succes duurde niet voort. Eind jaren negentig was gabberen te commercieel geworden en zakte de gabberscene in elkaar. ID&T ging zo goed als failliet en moest het over een andere boeg gooien. Dat gebeurde met Innercity, een feest voor 25.000 jongeren in de Amsterdamse RAI met minder harde dance-muziek en een ouder publiek. Deze lijn werd voortgezet en inmiddels organiseert ID&T jaarlijks ten minste zeven grote feesten, waarvan Sensation het grootst is: twee zaterdagavonden achter elkaar in de Amsterdam Arena, 40.000 bezoekers per keer.

Zijn kwaliteiten als zakenman zijn sindsdien onbetwist. ,,Hij kan snel denken, ziet overal opportunities'', zegt Sander Groet, sinds 1994 werknemer van ID&T. Zijn vader: ,,Hij is een fenomeen. Een entrepreneur. Hij durft risico's te nemen.'' Armin van Buuren, dj met een eigen programma op ID&T Radio: ,,Bij hem kun je `visie' in hoofdletters opschrijven.'' Lex Harding, directeur van de commerciële zender Radio 538: ,,Hij durft gigantische risico's te nemen. Durf maar eens een dance-feest in de Amsterdamse Arena te organiseren. Stutterheim is daarin een koning. Ik bewonder hem.'' Zelf is Stutterheim ook helder over zijn kwaliteiten: ,,Ik ben een sterk persoon, niet makkelijk klein te krijgen. Heb nooit dat ik moe ben en iets daardoor niet kan. Ik ben een visionair.''

Op kantoor heeft de ID&T-baas geen vaste dagindeling. Als hij een uur per dag achter zijn bureau zit, is dat veel. Meestal loopt hij wat rond, kletst met mensen. E-mailberichten leest hij nauwelijks. Zijn aandachtsspanne is intensief, maar beperkt. Neem bijvoorbeeld zijn bemoeienis met zijn vorig jaar geopende strandtent Bloomingdale. De pers had negatief geoordeeld over de enorme pretenties van de strandtent, die niet alleen hip en trendy wilde zijn, maar ook nog eens excellent eten zou gaan serveren. Het publiek bleef weg. Samen met zijn vriendin betrok Duncan drie maanden een nabijgelegen hotel om toezicht te houden. Maar deze zomer heeft hij zich er nauwelijks meer laten zien. Dat moet verwarrend zijn voor zijn werknemers, beseft hij. Maar soms kan iets hem opeens niet meer boeien. ,,Daar maak ik me dan gewoon niet meer druk over. Dat is wel een goede eigenschap van mezelf.''

Tussen de bedrijven door werd vorig jaar in de hotelkamer in Bloemendaal zijn dochter June geboren. Haar moeder, Lisca Wiebenga, had Duncan ontmoet toen zij op een van zijn feesten achter de bar stond. Zij vindt hem ,,erg lief voor anderen, vrijgevig. Hij zal nooit `kan niet' zeggen.'' Op maandag zorgt hij nu voor June, wat erop neerkomt dat hij afspraken afwerkt en gaat sporten – met zijn dochtertje van dertien maanden erbij. Zo ging hij onlangs wakeboarden, een spannender vorm van waterskiën, met June in de speedboat voorop. Hij vindt dat zoiets kan, zijn dochter heeft immers haar zwemvest aan en wordt goed vastgehouden. Lisca: ,,Maar deze week heeft hij wel een hele middag thuisgezeten met June. Dat vertelt hij me dan heel trots.''

Stutterheim praat liefdevol over zijn familie. Zijn vader spreekt hij dagelijks, tijdens een gesprek noemt hij expres zijn moeder als heldin (,,Want ik noem haar veel te weinig'') en zelf stelt hij voor een foto te maken in de binnentuin, naast het borstbeeld van zijn broertje Miles. De broertjes Stutterheim waren onafscheidelijk, totdat de jongste met zijn porsche tegen een boom reed en vlak daarna overleed. Dat is vandaag exact drie jaar geleden, wat Duncan en zijn ouders vanochtend herdachten met advertenties in de Telegraaf. Duncan verkocht zijn huis, droeg de leiding van het bedrijf over en verzette zijn zinnen in India en op de Malediven.

,,Wij weten: waar iets beweegt, gebeurt iets'', zegt vader Cor. ,,Als je niet beweegt, ga je ook dood.'' Dat Duncan nog steeds in raceauto's rijdt en kort na Miles' overlijden zijn eigen blauwe Lamborghini in een race van zakentijdschrift Quote kapot reed, kan zijn vader niet deren. ,,Iedereen gaat op zijn eigen manier met dat verdriet om. Miles was altijd al een stuk roekelozer. En Duncan racete al voordat Miles overleed.'' Nadat Stutterheim was teruggekeerd in Amsterdam richtte hij de `Stichting Mick' (dat was Miles' bijnaam) op, een liefdadigheidsinstelling.

In zijn werk kan Duncan ook hard zijn. Toen hij vorig jaar twintig van zijn zestig personeelsleden moest ontslaan, ging hij de confrontaties niet uit de weg. ,,Dan is hij open en eerlijk en laat tegelijk zien hard en radicaal te kunnen zijn'', zegt werknemer Sander Groet. Vrienden binnen het bedrijf werden niet gespaard – maar dat waren volgens Stutterheim dan ook mensen die aangenomen waren zonder dat gekeken was naar hun capaciteiten.

Vorige maand diende voor de Amsterdamse gerechtshof een rechtszaak die was aangespannen door oud-werknemer en voormalig vriend Bas Frenkel Frank. Hij was door Stutterheim aangesteld om het Amsterdamse ID&T-restaurant Mme Jeanette te leiden. Frenkel Frank stelde dat hij al een tijdje niet meer werd ingelicht over de financiële situatie van de bedrijven waar hij mede-eigenaar van was, Mme Jeanette en strandtent Bloomingdale. Stutterheim en Frenkel Frank kregen ruzie, de laatste werd ontslagen en eiste voor de rechter een onderzoek naar de gang van zaken in de ondernemingen, met als uiteindelijk doel een betere financiële vergoeding voor zijn belang in de twee zaken. Na tijdens de zitting kritische vragen te hebben gesteld, wees de rechter het verzoek uiteindelijk toe noch af. Beide partijen besloten dat een onafhankelijke accountant moet uitzoeken hoeveel Frenkel Franks aandelen in ID&T waard zijn.

`Dat werkt dus niet meer'', zegt Stutterheim over het voorval. ,,Vriendschappen op het werk. Dan krijg je ruzie. Nu sta ik dan ook niet meer open voor nieuwe vriendschappen.''

Stutterheim laat te gemakkelijk mensen toe tot zijn vertrouwenskring, zegt Sander Groet. ,,Er komen vaak mensen op zijn pad die financieel beter van hem willen worden. Goudzoekers. Hij heeft er een handje van beloftes te doen of aandelen te geven aan mensen die hij later moet uitkopen. Dat gaat om flinke bedragen. Ik denk dat dit hem al wel een miljoen gulden heeft gekost.''

Cor Stutterheim, tot eind vorig jaar bestuursvoorzitter van automatiseerder CMG, is vanaf het begin betrokken geweest bij de onderneming van zijn zoon. Recentelijk stak hij nog een miljoen gulden (450.000 euro) in Mme Jeanette. Vader noch zoon willen zeggen hoeveel schulden het bedrijf in totaal heeft bij Stutterheim senior, maar deze laatste wil over het geld niet al te moeilijk doen. ,,Ik zie het als een bewuste belegging'', zegt hij. ,,Dan verdien ik meer dan wanneer ik het op een bankrekening zet.'' De ID&T-bestuurders overleggen nog steeds regelmatig met senior, die binnenkort commissaris wordt bij het bedrijf. Vaders mening wordt niet altijd meer gevolgd. Dat vindt hij niet erg, maar hij ziet wel gevaren. ,,Je kunt ook te veel te snel doen. Bij ID&T gaat niet alles even goed als men soms denkt.''

Als hoofdreden voor de rommeligheid waarmee het bedrijf opereert, noemen collega's, vader, vriendin en concurrenten zonder uitzondering de wispelturige instelling van de baas zelf. Fouten of kritiek van anderen kan hij slecht verteren. Op kantoor gaat hij soms opeens hard schreeuwen, zegt Lisca. ,,Hij kan heel boos reageren. Dan wordt iedereen bang.'' Maar zelf maakt hij ook fouten. Zo nam ID&T eens een belang in een drukkerij in Wormerveer. De zaken liepen slecht, een faillissement dreigde en het belang werd al snel weer afgestoten.

Een andere keer bedacht Duncan een reisbureau. Dezelfde middag nog werden visitekaartjes gedrukt. ID&T-bestuurder Groet: ,,De volgende dag gingen we pas denken. Willen we dit eigenlijk wel?'' Verder heeft ID&T in het verleden weinig succesvol een discotheek in Zaandam uitgebaat en een eigen energy-drankje verkocht. Binnenkort opent hij onderin zijn huis aan de Amsterdamse Prinsengracht een galerie annex kapsalon en van het voormalige Planet Hollywood bij het Rembrandtplein wil hij een nachtclub maken.

De toekomst van zijn radiostation is nog ongewis. Vooralsnog komt het marktaandeel niet boven 0,5 procent uit. Pas vanaf 1,5 procent wordt er winst gemaakt. De afgelopen jaren heeft Stutterheim plannen gesmeed voor eigen tv-programma's of zelfs een eigen tv-station. Businessplannen en programmaformules liggen klaar, maar banken tonen zich nog weinig enthousiast. ,,Ik vind het ongelooflijk dat de publieke omroep ons nog niet benaderd heeft'', zegt Stutterheim. ,,Als zenders het niet willen inzien, ga ik het gewoon zelf doen.''

Want dat wil hij het allerliefste. ,,Bedenken, opzetten, dát vind ik leuk. Maar echt uitvoeren, nee, dat niet.'' Meestal is hij al bezig met het volgende project voor het vorige is afgerond. Toch heeft hij in tien jaar veel bereikt. Een publiek van honderdduizenden die zijn cd's hebben gekocht, naar zijn feesten gaan, naar het radiostation luisteren. Wat verder nog, Duncan Stutterheim? ,,Ik zie mezelf over tien jaar niet meer op de dansvloer in een discotheek rondlopen. Natuurlijk, het blijft leuk te zien wat er speelt. Ik herken het talent ook vast nog wel, maar mijn inspiratie? Die wil ik dan niet meer daaruit halen.''