Kritiek na pardon van Verdonk niet verstomd

De pardonregeling van minister Verdonk is niet bestemd voor alle `schrijnende gevallen' onder de asielzoekers. De maatschappelijke onrust is nog lang niet verdwenen.

Op een verblijfsvergunning voor zeker zes- a zevenduizend asielzoekers die al langer dan vijf jaar in Nederland verblijven, hadden de linkse oppositie, VluchtelingenWerk Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gehoopt. Maar de eenmalige pardonregeling die minister Verdvonk (Vreemdelingen Zaken en Integratie) vrijdag door de ministerraad kreeg, beperkt zich tot 2.200 asielzoekers. Het gaat om vluchtelingen die voor 28 mei 1998 een asielaanvraag hebben ingediend en die tot op de dag van vandaag nog geen definitieve afwijzing van de rechter hebben ontvangen. Vaak hebben ze van de IND (Immigratie- en Naturalisatie Dienst) al een afwijzing ontvangen. Daartegen kan beroep worden aangetekend en als dat negatief uitpakt, bestaat de mogelijkheid van hoger beroep. De uitspraak in dat hoger beroep geldt als de laatste stap in een eerste asielaanvraag.

Voor de nieuwe VVD-minister van Integratie en Vreemdelingenzaken is dat het belangrijkste criterium: in die gevallen waarin de rechter nog niet definitief heeft gesproken, heeft de regering nog ruimte om op eigen gezag vluchtelingen aan een verblijfsstatus te helpen.

Die status wordt eerst voor vijf jaar verleend. Wie in die tijd niet in aanraking komt met justitie, krijgt een definitieve verblijfsvergunning. In het regeerakkoord van de coalitie van VVD, CDA en D66 werd aanvankelijk uitgegaan van asielzoekers die door inactiviteit van de overheid langer dan vijf jaar in die eerste procedure zitten. Daaronder vallen zo'n 800 vluchtelingen. Maar Verdonk heeft daar nu ook de mensen aan toegevoegd die in die tussentijd al wel een voorwaardelijke vergunning tot verblijf kregen, maar van wie de status nog niet definitief is geregeld.

Verdonk zegt dat ze hiermee recht heeft gedaan aan de grote maatschappelijke onrust die in Nederland bestaat over de grote groep vluchtelingen die al jarenlang in Nederland woont, maar nog steeds niet definitief weet of ze mag blijven. Maar de linkse oppositiepartijen, VluchtelingenWerk Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn teleurgesteld. De gemeenten pleiten voor een ruimhartiger pardon voor ruim 6.100 asielzoekers die bij de IND geregistreerd staan en geen crimineel verleden hebben.

,,De criteria van minister Verdonk mogen dan wel objectief zijn'', zegt Klaas De Vries (PvdA), ,,maar ze zijn tegelijkertijd ook willekeurig. Ik begrijp niet waarom mensen die in een eerste procedure zitten, meer recht hebben op een verblijfsstatus dan mensen die zich netjes aan de rechtsregels in Nederland hebben gehouden en die wellicht nu in een tweede of derde procedure zitten.''

VluchtelingenWerk Nederland vindt dat minister Verdonk bovendien niet de meest problematische groep bedient. Al jarenlang zijn de duizenden asielzoekers die hier al langere tijd verblijven een blok aan het been van de IND. Het vertraagt de afwerking van de dossiers van de aanvragers van meer recentere datum, terwijl de nieuwe Vreemdelingenwet juist een snelle rechtsgang beoogt.

Een pardonregeling zou de IND ontlasten en tegelijkertijd een einde maken aan de grote maatschappelijke onrust over de lange asielprocedure die veel vluchtelingen ondergaan. Het was Pim Fortuyn die vlak voor zijn dood mei vorig jaar aandrong op een specifiek pardon voor zo'n 5.000 vluchtelingen.

Fortuyn stond een deal voor: een strenger asielbeleid in ruil voor zo'n pardon. Zijn voorstel werd door de huidige premier, en toenmalig lijsttrekker van het CDA, Balkenende, nog een ,,steen in de vijver zonder oog voor het hele traject'' genoemd.

En het was minister Nawijn (Vreemdelingenzaken en Integratie, LPF) die in januari beloofde om alle schrijnende gevallen, naar schatting 2.300, te honoreren met een verblijfsvergunning. Hij werd teruggefloten door de regering, maar onder aanvoering van de LPF ging een nipte kamermeerderheid dit voorjaar alsnog akkoord met een eenmalige pardonregeling.

Het kabinet Balkende-II zette het deze zomer in het regeerakkoord. Verdonk zegt met deze eenmalige regeling eindelijk dé oplossing te hebben gevonden voor een maatschappelijk probleem. Maar vooralsnog lijkt de onrust over wie nu wel en niet mag blijven nog niet verstomd.