Een wel zeer klassieke La traviata

Zó bijzonder en vernieuwend is het artistieke beleid van de Nederlandse gesubsidieerde operagezelschappen, dat het `ijzeren repertoire' er vaak karig afkomt, al gaat het hier per definitie om de beste en geliefdste stukken. Het gevolg is dat het publiek de mooiste opera's vooral hoort in goedkope buitenlandse producties van discutabel artistiek belang, zeker nu er geen compensatie meer is met de commerciële prachtproducties van Peter Kroone in de Rotterdamse Ahoy'.

Verdi's La traviata, hoog in de opera-toptien aller tijden, is een goed voorbeeld. De Nederlandse Opera kwam tien jaar geleden met een nieuwe productie van Alfred Kirchner, artistiek helaas een zeldzaam treurige mislukking, in 1997 nog eens herhaald. Voordien was de laatste La traviata van de Nederlandse Opera een herhaling in 1983 van een productie uit 1974. Opera Zuid bracht in 1992 een brave remake van een productie die de toen al overleden Zweed Göran Järvefelt ooit maakte voor de Opera van Wales. De laatste La traviata van Opera Forum, de voorganger van de Nationale Reisopera, dateert uit 1985.

Maar nu is er bij de Nationale Reisopera, als opening van het Enschede Muziek Festival, een opzienbarende nieuwe productie van La traviata van regisseuse Monique Wagemakers, waarbij Jaap van Zweden het Orkest van het Oosten dirigeert.

Opzienbarend in het eeuwig vernieuwende Nederlandse kunstklimaat, is het volstrekt klassieke karakter van deze La traviata. Actualisering en conceptualisme ontbreken, maar niet het goede acteren, het perfect gemodelleerde groepswerk en de Spaanse dansscène in salonstijl.

Minder opzienbarend is dat Jaap van Zweden deze Verdi zóveel beter dirigeert dan destijds Graeme Jenkins en Ralf Weikart bij de Nederlandse Opera of Martin André bij Opera Zuid – dat was na zijn enerverende uitvoering van Beethovens Fidelio (2001) bij de Nationale Reisopera natuurlijk wel te verwachten.

Wagemakers demonstreert één grote greep, die La traviata in een historische 19de-eeuwse sfeer neerzet als een zwarte kroniek van een aangekondigde dood. Al zijn er in de drie actes enkele wisselende kleurige elementen, het vaste decor van hoge spiegels en foto's in een duistere ruimte en de integraal zwarte kostumering maken Violetta's dood aan de tering onontkoombaar. Die sinistere vormgeving kan men `eigentijds' noemen. Maar in sfeer, meubilair en uitwerking – zoals de piramide van champagneglazen – ademt alles de 19de eeuw, waarin La traviata de eerste fel-realistische opera was.

Vanaf het eerste moment op het feest waarop haar nieuwe minnaar Alfredo verschijnt, staat de tragische afloop vast. Dan is er nog extra ellende met de door Alfredo's vader afgedwongen scheiding tussen de hartstochtelijke jonge gelieven. Ze worden hier vertolkt door uitstekende zangers met een erg jeugdige uitstraling. Inga Kalna, die dit seizoen ook bij de Nederlandse Opera zingt in Händels Samson, geeft fascinerend gestalte aan de treurige titelrol. Peter Auty is als Alfredo acterend èn vocaal onstuimig en onbesuisd.

Monique Wagemakers tekent de gevoelige detaillering van het dubbele leed met hartverscheurende effecten, waarbij vooral de scène tussen Violetta en de oude Germont zorgt voor betraande ogen – het is geen wonder dat Verdi de vader met zijn wrede boodschap als compensatie zulke meeslepende muziek te zingen gaf.

Van Zweden, die een verbluffend gevoel voor theater heeft, weet met het uitstekende Orkest van het Oosten het drama contrastrijk en gepassioneerd te belichten: roerig, opzwepend en typisch ouderwets Verdiaans stuwend in de massascènes, diep inkervend bij aangrijpende confrontaties en etherisch en schrijnend op de stilste momenten van leed en wegglijdend leven.

Naast Kalna en Auty mag ook de rest van de cast er zijn. Andrzej Dobber (vader Germont), die eerder dit jaar bij de Nederlandse Opera gezagvol de titelrol vertolkte in Verdi's Macbeth, bleek bij de première goed genezen van een keelontsteking. Bij de kleine rollen is de bezetting vaak pure luxe: Tania Kross als een temperamentvolle Flora Bervoix, Quirijn de Lang als markies en Richard Coxon als Gastone.

De vocaal intieme sfeer in de eerste acte is hoogst bijzonder. Inga Kalna, die zich later krachtig mag laten horen, houdt hier nog alles welbewust klein. De grote coloratuurscène E strano is geen opzichtig spektakelwerk, maar een bijna `authentieke' benadering van het veel bescheidener maar intens zo emotionele originele 19de-eeuwse belcanto.

Voorstelling: La traviata van G. Verdi door de Nationale Reisopera en Orkest van het Oosten o.l.v Jaap van Zweden. Decor: John Otto; kostuums: Rien Bekkers; regie: Monique Wagemakers. Gezien: 29/8 Twentse Schouwburg Enschede. Herh. aldaar: 3, 6/9. Tournee t/m 11/10. Inl.: (053) 4878500.