Dreiging burgeroorlog dwingt ieder tot reactie

Sick en slim

Niemand kan met enige zekerheid zeggen wie er achter de bomaanslagen op het VN-hoofdkwartier en het shi'itische heiligdom in Najaf zitten, maar één ding is zeker: zij zijn onvoorstelbaar sick en onvoorstelbaar slim.

Met één bom bij het VN-kantoor hebben zij een waarschuwing gegeven aan ieder land dat erover denkt om zich aan te sluiten bij de door de VS geleide coalitie in Irak: zelfs de VN is hier niet veilig, dus jullie troepen zullen dat zeker niet zijn. Bovendien vliegen nu binnen de westerse alliantie de scherpe beschuldigingen over en weer. Met de bom van vrijdag in Najaf hebben zij mogelijk ook de aangenaamste verrassing tot nu toe van het Irak van na Saddam Hussein in gevaar gebracht: dat de drie voornaamste etnische groepen – de soennieten, de shi'ieten en de Koerden – elkaar niet naar het leven stonden. Na de aanslag in Najaf zijn de shi'ieten begonnen de soennieten te beschuldigen, en elkaar.

Mocht u denken dat wij op dit moment te weinig troepen hebben in Irak – en we hébben er te weinig troepen – wacht dan maar eens tot de partijen daar elkáár te lijf gaan. [...]

President Bush moet kiezen voor een meer VN-gezinde aanpak, met een grotere rol voor het Iraakse leger (de enige strijdmacht die effectief religieuze plaatsen in Irak kan beveiligen en de partijen kan scheiden), en met meer inbreng van minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell en minder van het `wij weten alles en de rest weet niets'-team van burgers dat het Pentagon leidt.

Het staat buiten kijf dat wij zouden profiteren van een nieuw VN-mandaat dat de Amerikaanse troepen in Irak onder een sterkere VN-paraplu plaatst.

Dat zou ons en onze Iraakse bondgenoten meer legitimiteit opleveren en meer steun, en legitimiteit verschaft meer tijd, en tijd is wat we hier nodig hebben. [...]

(Columnist Thomas Friedman in The New York Times)

Plicht voor alle VN-leden

[...]De terroristen achter de explosie die ten minste 85 mensen heeft gedood, onder wie een belangrijke shi'itische leider, en de plegers van de zelfmoordaanslag op het VN-hoofdkwartier vorige week weten wat zij doen.

En wat zij doen vereist een reactie van de buitenwereld – vooral in Amerika, maar elders ook. Het is niet meer mogelijk om simpelweg vol te houden dat de Amerikaanse en Britse (en Australische en Poolse) troepen daar slechts te maken hebben met een guerrillaoorlog, op beperkte schaal van mensen die zich tegen een bezetting keren. [...]

Het lijkt erop dat deze terroristische aanslagen twee oogmerken hadden. Het eerste was, andere VN-leden ervan te weerhouden zich aan te sluiten bij het door Amerika geleide bewind in Irak, wat in de ogen van de meeste Irakezen de legitimiteit van de bezetting zou kunnen vergroten.

Het tweede was, de spanningen tussen de shi'itische en de soennitische Irakezen, en misschien tussen shi'itische facties onderling, te vergroten.

Dat zou het land naar een burgeroorlog kunnen drijven, wat de VS, die nu al boven hun macht werken, nog dieper in de problemen zou brengen.

Dergelijke uitgekiende kwaadaardigheid zou misschien een sprankje nederigheid teweeg kunnen brengen bij de regering-Bush, die zich zorgen zou dienen te maken over de Amerikaanse publieke opinie, die zich op haar beurt toenemende zorgen maakt over de kosten en de duur van haar verplichtingen in Irak. Als dat gebeurt, dan hebben de andere VN-leden de plicht om iedere verantwoordelijkheid te aanvaarden die de Amerikanen besluiten uit handen te geven. [...] Het ergste wat de landen die tegen de oorlog waren, zouden kunnen doen is tegen George Bush zeggen: het was jouw oorlog, zoek jij het nu ook zelf maar uit. De oorlog kan niet meer ongedaan worden gemaakt, en het welzijn van het Iraakse volk staat nu voorop. Dat betekent dat alle VN-leden de plicht hebben om te helpen op te treden tegen de krachten die proberen de Verenigde Staten een burgeroorlog in Irak binnen te sleuren.

(Commentaar in The Independent)

Godsdienstoorlog wordt plausibel

In het Irak van na Saddam Hussein vervliegen veiligheid en stabiliteit zienderogen tot vage formules van hoop op een steeds verder wijkende toekomst. Deze beschrijving van de toestand – die niet slaat op de door de Koerden bewoonde en beheerste gebieden – blijft ook geldig wanneer wij rekening houden met de opluchting van de meeste Irakezen over het einde van het dictatoriale bewind. Maar na de jongste, verwoestende aanslag in Najaf op een geestelijk leider van de shi'ieten, doen de waarschuwingen voor een burgeroorlog, een godsdienstoorlog, al minder alarmistisch en zelfs bijna plausibel aan. Uiterst verontrustend is dat Saddam-getrouwen en ongebonden islamitische terroristen klaarblijkelijk een tactisch verbond zijn aangegaan. Wat hen verbindt is het doel de chaos te vergroten en een algemeen oproer te ontketenen.

[...]

Het contingent dat de veiligheid moet waarborgen, dient dus te worden uitgebreid: door een snel op te bouwen Iraakse militie en vermoedelijk ook door het beschikbaar stellen van meer buitenlandse troepen. Het debat over de vraag onder welke paraplu een internationale stabilisatiemacht zou moeten staan, of liever niet zou moeten staan, moet ten spoedigste worden afgerond, want het is steriel en tamelijk kleingeestig. De gistende situatie in Irak laat niet veel tijd meer. Enkele partijen zouden namelijk graag zien dat het Tweestromenland in chaos ten onder gaat, met Amerika erbij. Dat is geen opwekkend vooruitzicht, voor niemand. De Rus Poetin heeft dat kennelijk ingezien.

(Commentaar in de Frankfurter Allgemeine Zeitung)

Vernederende mislukking dreigt

Zelfs in vergelijking met andere landen in het Midden-Oosten is de moderne geschiedenis van Irak een en al staatsgrepen, bloedvergieten en rotzooi. De bomaanslag van afgelopen vrijdag in de shi'itische heilige stad Najaf, die vermoedelijk door ba'athistische terroristen is gepleegd, zou het begin kunnen zijn van een gewelddadige onderlinge confrontatie tussen diverse elementen van de Iraakse samenleving. Als dat zo is, dan staat ons nog wat te wachten. Weinig landen op de aardbol hebben zo'n gewelddadig verleden als Irak. [...] Het geheugen van de meeste Irakezen is doordrenkt van verhalen over terreur, folteringen en moorden. Als die groepen oude rekeningen gaan vereffenen, zou dat een nieuwe, nog verwoestender fase in de van bloed doordrenkte geschiedenis van Irak kunnen inluiden.

[...] De vredeshandhaving in een land als dit is geen sinecure. Daarom hebben de pogingen van de regering-Bush om het unilateraal en op een koopje te doen zo rampzalig uitgepakt. Vorige week heeft generaal John Abizaid, het hoofd van het centrale opperbevel, in een opvallend interview met de New York Times gezegd dat hij meer troepen nodig heeft. Dat leek in tegenspraak met wat Donald Rumsfeld twee dagen eerder had gezegd. [...] Abizaid probeerde die discrepantie nog te verhullen met de opmerking dat de critici ongelijk hadden; hij had niet meer Amerikaanse troepen nodig, neen, hij wilde buitenlandse troepen. Maar vrijwel niemand die op een uitbreiding van de strijdkrachten heeft aangedrongen, heeft het over Amerikaanse troepen gehad. In de eerste plaats zijn die niet beschikbaar. Wij zouden divisies uit Europa of Oost-Azië moeten halen, of de nationale garde moeten mobiliseren. Afgezien van een paar neoconservatieven die de woorden 'Verenigde Naties' niet over de lippen krijgen, begrijpt iedereen dat er maar één mogelijkheid is om meer troepen in te zetten: een internationale strijdmacht onder VN-mandaat.

Nog curieuzer was de verklaring die Abizaid gaf voor het feit dat wij buitenlandse troepen nodig hebben. Amerikaanse troepen, zo lichtte hij toe, voeden het Iraakse nationalisme, dat geleidelijk overgaat in anti-Amerikanisme. ,,U mag niet onderschatten wat het in de ogen van het publiek, zowel in Irak als in de Arabische wereld, betekent dat zo'n groot deel van de troepen Amerikaans is.'' Maar wie heeft het probleem van het Iraakse nationalisme nu eigenlijk onderschat? [...] De Amerikaanse regering heeft zelf beweerd dat de Amerikaanse troepen als bevrijders zouden worden ingehaald, dat er in de periode na de oorlog weinig troepen nodig zouden zijn, dat de Irakezen een hekel hadden aan de Europeanen en de Verenigde Naties, en dat Amerika volstrekt geen legitimiteitsprobleem zou hebben. [...] Het gaat er nu alleen om of de regering eindelijk haar fouten zal toegeven. Het is misschien al te laat om in Irak nog veel succes te behalen, maar een vernederende mislukking kan nog worden afgewend.

(columnist Fareed Zakaria in

Newsweek)