Buren

Met je voetbalburen heb je bij elke ouverture van het nieuwe seizoen een onbelast weerzien. Voetbalburen, dat zijn de mensen die naast je op de tribune zitten.

Onbekenden met een bekend gezicht.

Soms leer je hun voornaam kennen, soms en dat gaat al heel ver – zelfs hun beroep, maar daarmee houdt het op. Een voetbaltribune is geen café, je komt er niet om elkaars privé-besognes aan te horen.

Dat leidt tot een aangenaam soort anonimiteit in het contact. Als je elkaar een hele zomer niet hebt gezien, hoef je niets te vertellen over de voor- en tegenspoed die je op je pad bent tegenkomen. Misschien zat mijn buurman gedurende die periode wel in het gevang, misschien had hij een seriemoord in de Verenigde Staten gepleegd, misschien was hij dubbelganger van Saddam Hussein ik zal het nooit weten. Ik wil het ook niet weten.

Ik heb één buurman gehad die nooit iets zei, zelfs niet groette bij aankomst of vertrek. Hij ging zitten, pakte zijn mobieltje en begon aan een eindeloze reeks fluisterend gevoerde gesprekjes. Als er een doelpunt voor Ajax viel, kon hij in uitzinnig gejuich uitbarsten om even later vreugdeloos in zijn mobieltje te mompelen: ,,2-0 voor Ajax.''

Hij verscheen maar een keer of vijf per seizoen. Dat zijn de mensen van wie je weet dat ze het nooit lang zullen volhouden. Zij hopen op een snel succes, de geboorte van een nieuwe Cruijff in ieder geval iets waarvan ze later kunnen zeggen: ,,Ik was er vanaf het begin bij.''

Voetbalburen zijn niets aan elkaar verplicht, het enige wat ze van elkaar verwachten is een beetje verstand van voetbal. Daarmee kunnen ze de drie maanden dat ze elkaar niet gezien hebben, moeiteloos overbruggen. Er zijn weinig woorden voor nodig.

,,Van der Vaart?''

,,Sinds die nieuwe vriendin is hij uit vorm.''

,,Sonck?''

,,Lijkt me middelmaat.''

,,Soetaers?''

,,Ik moet het nog zien.''

,,Chivu?''

,,Zonder hem wordt het een rampseizoen.''

Er zit iets tragisch in het lot van de supporter. Hij heeft vaak veel kijk op voetbal, maar hij kan er geen enkele invloed op uitoefenen. In dat opzicht is hij te vergelijken met de bekwame, lager geplaatste werknemer van een groot bedrijf die mokkend toeziet hoe `de hoge heren' er een potje van maken.

,,Hoe kan Ajax zijn beste verdediger en zijn beste aanvaller verkopen en er vier middelmatige spelers voor terugkopen?'' vroeg ik mijn buurman gisteren. Hij haalde zijn schouders op, hij wist het ook niet. Machteloos keken we naar het veld waar Ajax een van de slechtste wedstrijden uit zijn geschiedenis speelde. Ons werd nooit iets gevraagd. Wij mochten alleen onze kleine bijdrage leveren aan de fortuinen die clubs, spelers en makelaars aan elkaar verdienen.

Mijn buurman en ik zuchtten en keken elkaar tersluiks aan. Wij wisten dat we dit seizoen elkaars steun nodig zouden hebben. Maar alleen op de tribune.