Buiten de boot

GENERAAL IS het eenmalig pardon voor uitgeprocedeerde asielzoekers waartoe het kabinet heeft besloten niet geworden. Erg genereus is het ook niet. Naar schatting 2.200 mensen die eigenlijk het land uit moeten, vallen eronder. Hulpverleners – en de parlementaire oppositie – denken veeleer aan zes- tot zevenduizend. Pim Fortuyn, van wie de gedachte van dit pardon afkomstig is, had het al over vijfduizend gevallen. De grote moeilijkheid is dat dergelijke aantallen altijd willekeurig zijn. Dat is typerend voor een pardonregeling. Waar men de grens ook legt, er zijn altijd droevige gevallen die net buiten de boot vallen. Zo legt een pardonregeling al meteen de morele basis voor een volgende, een pardon op een pardon. Illustratief is de zogeheten witte-illegalenregeling. Deze was bedoeld om ingeburgerde illegalen te regulariseren, maar werd vooral bekend door de verwijdering van de Turkse kleermaker Gümüs uit de Amsterdamse wijk De Pijp met zijn gezin.

De aandrang om een tweede ronde werd kracht bijgezet door hongerstakingen. Het kabinet capituleerde niet, maar er kwam wel een tijdelijke regeling waarbij burgemeesters een aantal dossiers mochten heroverwegen. Het gevolg was een stroom van procedures, moest minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) kort na haar aantreden vaststellen. Dit lot bedreigt ook de regeling eenmalig pardon asielzoekers, hoezeer de bewindsvrouw er ook de nadruk op legt dat de grenzen scherp getrokken worden.

IN MENSELIJK OPZICHT is ook het beperkte pardon welkom. Het vormt bovendien een erkenning dat de overheid een kwaad geweten past. Illegale vreemdelingen konden soms met medeweten van de Nederlandse overheid langdurig een schijn van legaliteit opbouwen. Bij de behandeling van asielaanvragen waren de instanties soms wel erg traag en kon er lang worden doorgeprocedeerd. In beide gevallen heeft een drastische beleidsomslag plaatsgevonden. Er is iets voor te zeggen om de overgebleven gevallen niet de dupe te laten worden van de steken die de overheid in het verleden heeft laten vallen. Maar het beroep op het radicale karakter van een beleidswijziging ter rechtvaardiging van een pardonregeling is riskant. Ook de nieuwe regeling zal op haar beurt schrijnende gevallen opleveren. Zo lokt de regeling `eenmalig pardon' ondanks haar titel ook in politiek opzicht een nieuwe uit.

Staatssecretaris Verdonk kan daar weinig aan doen. Zij erfde een onhandige toezegging van haar voorganger minister Nawijn, thans Tweede-Kamerlid voor de LPF. Deze is bij uitstek specialist in vreemdelingenzaken, jarenlang als hoge ambtenaar bij Justitie, later als advocaat. Zijn onvermogen om de suggestie van Pim Fortuyn in goede banen te leiden, mag Nawijn en zijn partij ernstig worden aangerekend.

Gerectificeerd

Minister Verdonk

Het hoofdartikel Buiten de boot (1 september, pagina 7) duidt mevrouw Verdonk aan als minister en als staatssecretaris. Zij is minister van Vreemdelingenzaken en Integratie.