Blairs operatie Schone Lei

Premier Tony Blair heeft beloofd voorgoed afscheid te nemen van de ongekozen `spin doctors' die hem omringen. Maar dat deed hij al eerder. Volgens de oppositie komen ze via de draaideur meteen weer binnen.

Het is als met de paradox van de Kretenzer die zei dat Kretenzers altijd jokken. Kun je hem geloven of niet? Die vraag is voor Tony Blair actueler dan ooit. Na het aangekondigde vertrek van zijn omstreden mediachef Alastair Campbell, vrijdag, zal de Britse premier deze week beloven een streep te zetten onder de `spin-cultuur'. De verwijten over het aandikken van het Iraakse gevaar en de dood van wapenexpert David Kelly toonden dat zijn obsessie met spin – de agressieve presentatie van het beleid in een zo gunstig mogelijk daglicht – het publieke vertrouwen in zijn regering fataal kan ondermijnen. Mogelijk is het te laat. Blair heeft de spincultuur al twee keer eerder doodverklaard. Wat let de Britten zijn nieuwe belofte te zien als een nieuw rondje spin?

In het mediamodel dat Downing Street deze week ontvouwt zou de rol van de talloze ongekozen `adviseurs' op politieke sleutelposten – van wie Campbell de allermachtigste was – fors worden ingeperkt. Ook zou er een hoge politiek-neutrale ambtenaar naast Blairs nieuwe mediachef komen te zitten, die het laatste woord krijgt over de voorlichting. Het zou voorkomen dat de spin doctors van Downing Street andere ambtenaren (en ministers) orders geven, zoals de afgelopen zes jaar gebeurde.

Maar hoe geloofwaardig is operatie Schone Lei? Campbell mag ontslag hebben genomen, hij zou wel in `nauw contact' blijven staan met Blair, onder meer om de strategie voor de komende verkiezingen uit te zetten. Zelfs de aankondiging van zijn vertrek, al weken publiek geheim, leek een subliem getimed spin-hoogstandje: op de dag nadat Blair had getuigd voor de rechter die Kelly's dood onderzoekt, waardoor de zaterdagkranten vooral over hem schreven en hij zijn baas uit de wind hield.

Ook van een andere special advisor lijkt de rol allesbehalve uitgespeeld. Peter Mandelson, met Campbell architect van Labours verkiezingsoverwinning in 1997 en al twee keer afgetreden als minister, zou van dezelfde adviesgroep deel uitmaken. Mandelson zou tevens een hoofdrol hebben gespeeld bij de regie van Campbells vertrek, bij Blairs optreden in de nasleep van Kelly's dood en in de reorganisatie van het officiële mediabeleid.

Rond Campbells opvolger, Dave Hill, ontstond meteen commotie. Deze ex-voorlichter van Labour is nu directeur van een lobbygroep die het biotechbedrijf Monsanto als klant heeft. Dat diskwalificeert hem als voorlichter van een regering die nog moet besluiten over wijdere toepassing van de omstreden gentechnologie in de landbouw, zeggen sommigen.

Hill heeft intussen beloofd afstand te doen van de 95.000 opties in zijn bedrijf. Volgens Nick Assinder, veteraan-commentator van de BBC, die Hill prijst om zijn niet door spin aangetast cv, geniet hij genoeg goodwill voor een gunstige start. Maar niet iedereen oordeelt zo welwillend. Iain Duncan Smith, de leider van de Conservatieve Partij voor wie de affaire-Kelly een godsend is, zei gisteren dat Campbell en Mandelson ,,na hun schijnvertrek via de draaideur weer binnenkomen''. Volgens hem komt er alleen met Blairs vertrek een eind aan de `cultuur van bedrog' binnen Downing Street.

Ook binnen de Labour-partij is de scepsis tastbaar. Graham Allen, een van de ruim honderd Labour-parlementariërs die tegen Blairs Irak-beleid rebelleerde, dreigt hem vandaag met een nieuwe opstand als hij niet definitief afrekent met de ,,coterie van ongekozen, genotzuchtige adviseurs van wie de geringste opwellingen officieel beleid kunnen worden''. Naar hen heeft Blair de laatste jaren meer geluisterd dan naar zijn eigen parlementsleden, aldus Allen in de Financial Times. Sterker, ,,loyale infanteristen'' hebben niet alleen geen toegang tot Blairs ,,presidentiële premierschap'', ze ,,worden bezien met minachting'' en ,,ontrouw'' genoemd als ze hun frustratie over het gebrek aan dialoog luchten in dezelfde media die de favoriete gesprekspartner van de regering zijn.

Dat is geen loos dreigement. Het komende Labour-partijcongres wordt ongekend zwaar. De parlementariërs, vakbonden en gewone partijleden die later deze maand in Bornemouth bijeenkomen, zullen de regering naar verwachting hard op de vingers tikken. Opnieuw over Irak, natuurlijk. Maar ook over de voorgenomen privatiseringen in de zorg en een verhoging van het collegegeld. Daarmee zou Blair uitverkoop houden van het Labour-ideaal om zorg en onderwijs toegankelijk te maken voor alle Britten, ongeacht hun inkomen.

Het lijkt uitgesloten dat Blair die plannen zonder meer inslikt, zoals de Allens eisen. De hervormingen van de publieke sector zijn volgens Blair nodig om de inefficiënte verzorgingsstaat te moderniseren. Het is ook een zaak van politiek overleven; anders keert de middenklasse zich van New Labour af.

Bij zulke beproevingen staat Blair steeds meer alleen. Een reeks `Derde-Weg-ministers' is opgestapt. Fractieleider Robin Cook trad af over Irak en het lijkt aannemelijk dat Geoff Hoon, minister van Defensie, ontslag moet nemen. Hij bracht de naam naar buiten van de man die, zo bleek uit een gisteren postuum verschenen stuk, de oorlog in Irak steunde, maar de massavernietigingswapens niet meer dan een ,,matig'' gevaar achtte. En ondanks de veronderstelde draaideur van Downing Street is ook het vertrek van Campbell een verlies.

Campbell (47) was Blairs steun en toeverlaat bij de grootste uitdagingen van zijn premierschap. Van de dood van prinses Diana, toen Campbell hem de woorden People's Princess in de mond legde, tot zijn meedogenloze maar doeltreffende mediamanagement tijdens het NAVO-optreden in Kosovo (1999), en twee verbluffende verkiezingsoverwinningen die Blair tot de Labourpremier met de langste aangesloten regeringstermijn maakten. Er was ook frictie: zoals de weigering van Cherie Blair om haar vriendschap met `lifestyle-goeroe' Carole Caplin op te geven, die volgens Campbell ook Blair schade berokkent.

Na het verwijt dat hij het Iraakse wapendossier had `opgesekst' bereikte hij zijn uiterste verkoopdatum. Hij besefte hoe waar zijn adagium was dat een spin doctor niet zelf nieuws moet worden. Gisteren werd hij ontspannen lachend geportretteerd met zoon Callum op de tribune van Burnley, de voetbalclub in de Midlands waarvan hij supporter is. Was het de opluchting bevrijd te zijn van een baan die zijn privéleven te zwaar belastte, het motief dat hij voor zijn vertrek opgaf? Of was het het vooruitzicht dat uitgevers bedragen met zes nullen bieden voor zijn memoires?

Zeker is dat de Britse politieke pers het directe contact met de vileine én geestige man they love to hate zullen missen. Ook Rory Bremner, de acteur die dodelijke imitaties van Tony Blair ten beste geeft, kwam daar gisteren rond voor uit. Met een wrange toegift. Campbell wil zijn leven terug, zei Bremner. ,,Dat is een luxe die David Kelly niet meer heeft.''