Balkenende: beloon goede onderzoekers

Bijzondere prestaties van onderzoekers moeten gehonoreerd worden met meer overheidsgeld. ,,De gelijkheidsdeken die nu nog grote delen van onze kennissamenleving bedekt, mag wat mij betreft flink worden opgeschud.''

Dat zei minister-president Balkenende vanochtend in de Leidse Pieterskerk, in een toespraak ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar. ,,Willen we de sterren echt laten stralen, dan is het onvermijdelijk dat we in de eerste geldstroom (directe overheidssubsidie, red.) een relatie gaan leggen tussen kwaliteit, prestaties en bekostiging.'' Ook collegevoorzitter A.W. Kist van de Universiteit Leiden zou graag meer concurrentie zien tussen de universiteiten. ,,Wij zouden het toejuichen als de universteiten bij de bekostiging gaan wedijveren om de extra middelen.''

Regering en universiteiten zijn het eens over het belonen van uitmuntend onderzoek en over de noodzaak om studenten te interesseren voor bèta-studies. Maar bovenal stellen ze dezelfde centrale vraag wat kunnen universiteiten doen om de Nederlandse kenniseconomie te versterken? En geven ze hetzelfde antwoord meer samenwerken met het bedrijfsleven.

Kenniseconomie was vandaag een van de meest voorkomende woorden in de openingsredes van de universiteitsbestuurders, op de voet gevolgd door innovatie. Balkenende nam in zijn toespraak een voorschot op het Innovatieplatform, dat aanstaande vrijdag van start gaat en door hem wordt voorgezeten. Dat platform wordt volgens de premier een ,,ijsbreker, een middel om doorbraken tot stand te brengen in het pakijs van de Nederlandse kenniseconomie''.

Het ontbreekt Nederland volgens Balkenende niet aan kennis (,,We zijn niet dommer dan andere landen''), maar wel aan de mentaliteit en de middelen om die kennis te gebruiken voor economische groei. Dezelfde analyse was te horen in veel andere universiteitssteden. Maar allemaal constateren ze inzake de wisselwerking tussen wetenschap en samenleving een forse Europese achterstand ten opzichte van de Verenigde Staten. De kloof tussen Europa en de VS is niet zozeer een knowledge gap maar een innovation gap, betoogde minister Brinkhorst van Economische Zaken, gastspreker in Maastricht. Europese universiteiten genereren genoeg kennis, maar anders dan in de VS levert die kennis de samenleving weinig op. En dat komt omdat investeringen in hoger onderwijs en onderzoek in Europa vooral worden gezien als een overheidstaak, aldus F. van Vught, collegevoorzitter en rector magnificus van de Universiteit Twente. In zijn openingsrede schetst Van Vught het verschil met de VS, waar particulieren investeren in hun opleiding en bedrijven in onderzoek en ontwikkeling.

Europese universiteiten moeten afstand nemen van het klassieke ideaal van kennis en inzicht als einddoel, volgens Van Vught, en in navolging van de Amerikaanse collega's meer samenwerking zoeken met de buitenwereld.

Private financiering moet de publieke middelen aanvullen, vindt ook UvA-voorzitter Noorda. Het huidige staatsmonopolie op het hoger onderwijs dwingt iemand die wil afwijken van het standaardaanbod naar het buitenland te gaan. Noorda benadrukt dat de bijdragen van het bedrijfsleven want daar gaat in de praktijk om bij private financiering geen excuus mogen zijn voor de overheid om te bezuinigen op het publieke budget.

Mogelijke bezwaren van de grotere wisselwerking tussen bedrijfsleven en universiteiten verminderde toegankelijkheid, verminderde onafhankelijkheid worden door de collegevoorzitters weggewoven. Ze weten het zeker: de toekomst is aan de ondernemende universiteit.

De enige afwijkende geluiden komen uit Utrecht. J. Veldhuis, voorzitter van de Universiteit Utrecht, keert zich tegen de in zijn ogen modieuze fixatie op marktwerking, concurrentie en ongelijkheid. Hij wil juist de andere kant op, naar een Universitas Neerlandica, alle universiteiten virtueel bij elkaar. ,,Alleen in zo'n samenwerkingsverband kan een vuist gemaakt in het krachtenveld van de publieke en private partijen.''