Willen winnen is levenshouding

Matthew Pinsent is de meest succesvolle deelnemer aan de wereldkampioenschappen roeien in Milaan. Sinds 1991 is de 32-jarige Brit ongeslagen bij WK's en Olympische Spelen. Dit weekeinde hoopt èn verwacht hij zijn elfde wereldtitel te winnen. ,,Je blijft steken in de zoektocht naar perfectie.''

Zilver won Matthew Pinsent nooit. De twee bronzen medailles waarmee de roeier uit Henley on Thames in 1989 en 1990 genoegen moest nemen, werden bedolven onder een laag goud. Tien gouden WK-medailles verzamelde Pinsent sinds in 1991 zijn bizarre zegetocht langs 's werelds roeibanen begon. Ook bij de Olympische Spelen van Barcelona (1992), Atlanta (1996) en Sydney (2000) won de roeier goud. ,,Zolang ik me kan herinneren, wil ik winnen. Winnen is geweldig. Winnen is een verbazingwekkend gevoel. Ik ben olympisch- en wereldkampioen, ik heb alles gewonnen wat je kunt winnen in roeien. Er bestaan talloze prachtige emoties. Maar winnen is een heel heftige emotie, een geweldige kracht die je niet elders in het leven vindt'', zegt Pinsent.

Hij werd geboren in Norfolk. Eerst op de Serpentine, een `vijver' in Hyde Park in Londen, en later op Eton College nabij Londen kwam hij in aanraking met het roeien. Hij kwam uit voor de roeiploeg van Oxford University, waar hij geografie studeerde. ,,Ik werd niet bepaald gedreven door de noodzaak om uit dat getto weg te komen'', zegt Pinsent lachend.

Op het eerste gezicht voldoet Pinsent volledig aan het beeld van de klassieke, traditionele Engelsman. Tijdens zijn vele reizen of in trainingskampen leest Pinsent graag historische romans. Zijn favoriete kinderboek is `Danny de Wereldkampioen' van Roald Dahl. Verder speelt Pinsent graag rugby en golf. Door koningin Elizabeth werd hij tot Commander of the British Empire benoemd. De 1,95 meter lange, 110 kilo zware en breed geschouderde roeier heeft een vriendelijk gezicht met ondeugende ogen. Hij houdt van het vliegen met helikopters, hoewel daar weinig van komt. ,,Veel te duur. Ik rijd wel regelmatig op de motorfiets, daar houd ik gewoon van. Ik wil niet dat roeien mijn hele leven beheerst, al doet het dat toch volledig. Ik realiseer me het gevaar van een ongeluk en toch blijf ik het doen. Maar een jaar voor de Olympische Spelen niet meer. Het is geven en nemen.''

Pinsent droeg de Britse vlag tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Sydney 2000. ,,Dat je dat mag doen is een eer. Het is heel anders dan het winnen van een wedstrijd. Maar om bij de Spelen – die mijn leven al erg lang domineren – een nog grotere rol te krijgen dan gewoon het zijn van een atleet, is cool. Ik liet de vlag over de hoofden van mijn collegasporters gaan, zodat iedereen hem kon aanraken. Als een opgewonden kind rende ik rond.''

In 1988 werd olympisch kampioen Steve Redgrave gevraagd of Pinsent en Tim Foster een keer met hem mochten meetrainen. Hij zag niet veel in het tweetal en was dan ook verrast toen ze later dat jaar wereldkampioen werden bij de junioren. ,,Hoe je er naast kun zitten'', schreef hij later in zijn autobiografie A Golden Age. De tweede ontmoeting tussen Redgrave en Pinsent vond een jaar later plaats in een BBC-studio. Roeiers van verschillend allooi roeiden een stukje op een ergometer. Pinsent begon met roeimachine en al te glijden over de gladde vloer totdat hij strandde bij een judomat waar andere topsporters bezig waren, memoreerde Redgrave.

Als 19-jarige roeide Pinsent in 1990 met Steve Redgrave in de twee-zonder-stuurman, eerst een wedstrijd in Luzern, een week later in Seattle. Daar werden Pinsent en Redgrave vrienden voor het leven. In alles wat het tweetal ondernam zat een element van competitie. ,,Zeer prestatiegericht. Het was dwaas, bedenkelijk, we deden aan allerlei soorten van vals spelen, van de ander in de weg zitten, het was enorm leuk,'' herinnert Pinsent zich.

Het was Redgrave die bij verschillende coaches informeerde naar de kansen op de wereldtitel als hij met Pinsent naar de wereldkampioenschappen, drie maanden later, ging. Redgrave, ongeveer van gelijk postuur maar acht jaar ouder dan Pinsent, had op dat moment goud bij de Spelen van 1984 en 1988 op zijn erelijst staan. In augustus 1990 gingen Pinsent en Redgrave voor het eerst als twee-zonder het water op. Bij de wereldkampioenschappen in Tasmanie stopte het tweetal halverwege de voorwedstrijd, maar won uiteindelijk brons. ,,We laten ons nooit meer verslaan'', beloofden de vrienden elkaar.

Een gouden afspraak. Wereldkampioen in 1991, 1993, 1994, 1995 en olympisch kampioen in 1992 en 1996. Tussen de Spelen van Barcelona en Atlanta verloor het gouden duo nooit. Ook geen voorwedstrijd of halve finale. Tegenstanders roeiden niet langer voor goud, Pinsent en Redgrave werden onverslaanbaar geacht. Pinsent: ,,Je moet moedig zijn om te winnen. Sommige mensen zijn bang om te winnen. Bangheid om een race te leiden, bang om aan te vallen, zoiets. Sommige mensen komen dichtbij maar halen het nooit.''

,,Soms nam ik winnen voor lief. Terugkijkend heb ik misschien te weinig genoten van het winnen in 1993 en 1995. We waren wereldkampioen, ongeslagen, alles ging goed. Je blijft steken in de zoektocht naar perfectie, de drijfveer om beter te worden. Dat is moeilijk. Het is vermoeiend om telkens na het winnen te bedenken hoe je je kunt verbeteren.''

,,Steve heeft me veel geleerd. Ik ontwikkelde me fysiek, maar tegelijkertijd hielp hij me mentaal. Het voelde niet onnatuurlijk, hij onderwees niet op een autoritaire manier. Maar niet alleen daardoor kon als 21-jarige een olympische finale roeien? Ik zeg niet dat Steve me niet heeft geholpen, maar ik was nadrukkelijk ook de de helft van het genootschap was. Ik was de helft van de kracht, de helft van het brein. Het heeft een behoorlijke tijd geduurd totdat ik besefte dat ik niet het gelukkige kind was dat met hem mocht roeien maar dat ik de helft van de twee was. Steve heeft het met anderen geprobeerd, maar die kwamen nooit over die drempel heen.''

De Spelen van Atlanta in 1996, waar Redgrave zijn vierde gouden medaille won, betekende het einde van een uitzonderlijk duo. ,,Wie me ooit nog in een boot ziet, mag me neerschieten'', verklaarde Redgrave. Pinsent, die in 1996 zijn tweede olympische gouden medaille won, was vastbesloten bij de Spelen van Sydney weer van de partij te zijn. Op 1 december 1996 meldde Redgrave zich echter weer bij het vlot. Redgrave zag kansen voor een vijfde gouden medaille. Maar hij erkende het riskante van de onderneming; op 38-jarige leeftijd zou hij niet meer in absolute topvorm zijn. In de twee-zonder, waar elke roeier een zijde voor rekening neemt, bepaalt de zwakste schakel de snelheid.

Pinsent en Redgrave kozen daarom voor de vier-zonder. Een sponsor legde 1,6 miljoen euro op tafel voor goud in Sydney. Weer volgde zege na zege. Wereldkampioen in 1997, 1998 en 1999. Pinsent, Redgrave, Tim Foster en James Cracknell werden tijdens de laatste wedstrijd voor het olympisch toernooi geheel onverwacht verslagen door drie landen. Pinsent: ,,Ik zal nooit zeggen dat ik blij ben met verliezen, maar ik kan leven met verlies als ik op mijn best hebt geroeid. Dan ben je verslagen door iemand die beter is, die het winnen meer verdient.''

Bij de Spelen van Sydney schreef Redgrave geschiedenis door bij vijf Olympische Spelen op rij goud te winnen. Pinsent greep voor de derde keer naar de hoogste prijs. Pinsent: ,,Toen we thuis kwamen waren we de biggest story. Het was krankzinnig. Steve, maar het geldt ook voor mij, kreeg meer publiciteit na Sydney dan na alle andere Spelen bij elkaar! Het is sindsdien buiten alle proporties en deel ik handtekeningen uit waar voor die tijd daar niemand om vroeg'', aluds Pinsent. In Henley werden bronzen beelden opgericht. Een roeibaan werd naar het duo vernoemt: het Redgrave and Pinsent Rowing Lake. Pinsent verdiende veel geld met spreekbeurten voor talloze bedrijven. Kon men de vijfvoudig olympisch kampioen niet betalen, dan kwam Pinsent in beeld. ,,Ik dacht die telefoontjes houden wel op rond Kerst, maar het bleef komen. Een automobielfabriek wilde Steve voor een campagne. Hij kon niet. Het was een middagje werk, ik kreeg een koffer vol geld en een auto.''

Pinsent stond voor de beslissing stoppen of goud bij de Spelen van Athene. Weer kwam een sponsor: met een cheque van bijna 1,5 miljoen euro voor een gouden medaille. ,,Ik moest weer zin krijgen om de boot in te gaan. Dat duurde een lange tijd,'' zei hij. Drie maanden roeide Pinsent helemaal niet. Hij twijfelde . Soms wilde hij juist voor vier jaar bijtekenen op andere dagen (,,maar een paar hoor'') overwoog hij helemaal te stoppen.''

Met Cracknell vormde Pinsent vlak voor de jaarwisseling een twee-zonder. ,,We werden in het begin ingehaald door clubskiffeurs. Het ging heel langzaam, maar we wisten dat de ruwe ingrediënten groots waren. James is beter dan ik tien jaar geleden was. Hij kan dingen op een ergometer die Steve en ik nooit deden en hij is sterker aan het worden. Sterker dan ik ooit was'', zegt Pinsent.

Tijdens de wereldkampioenschappen van 2001 in Zwitserland lieten Cracknell en Pinsent zien ook zonder Redgrave te kunnen winnen. Binnen een tijdsbestek van twee uur won het duo de wereldtitel in zowel de twee-met als in de twee-zonder. ,,Mentaal was de laatste bijna de zwaarste race ooit omdat je weet dat je tegen mensen roeit die nog fris zijn. Alleen de finale van de twee-zonder in 1994 tegen de Duitsers was zowel mentaal als fysiek zwaarder. Toen braken we ook het wereldrecord maar ik was echt bijna dood.''

Pinsent lacht om mensen die beweren dat hij wil bewijzen een grotere roeier dan Redgrave te zijn. ,,Voor die lui ben ik pas beter als ik zes gouden olympische medailles heb gewonnen. Voor mezelf is het niet belangrijk of ik beter ben dan Steve. Vreemd dat na tien jaar roeien met Steve mensen denken dat dit de motiverende factor is.''

Hij denkt dat niet dat vijf keer olympisch goud voor hem mogelijk is. ,,Ik heb gezien wat Steve daarvoor allemaal moest doorstaan.. Ik zeg nu: 'dat doe ik zeker niet'. Maar, ik weet het, Steve zei ook dat hij zou stoppen na Atlanta.''

,,Mijn relatie met Steve is anders geworden sinds we niet meer samen roeien. Als je samen roeit moet er een beetje competitie zijn, je probeert in de twee-zonder het beste uit de ander te halen, of het nou op de roeimachine, in het krachthonk of in de boot is, je zet de ander aan tot meer. Nu is dat overbodig, weg'', aldus Pinsent. ,,Steve is met een tevreden gevoel uit het roeien gestapt. Hij is dan ook oprecht ingenomen dat James en ik het record hebben gebroken dat Steve en ik hadden. Dat is tamelijk zeldzaam, de meeste mensen die met sport stoppen willen dat de wereld met hen tot stilstand komt.''

Pinsent's vriend en leermeester Redgrave sloeg deze week de halve finale van zijn voormalige ploeggenoten gade langs de oevers van roeibaan Idroscalo in Milaan. ,,Ik denk dat ze zullen winnen.''