WILD GEN MAAKT DE AARDAPPEL IMMUUN VOOR PHYTOPHTHORA

Aardappelveredelaars zijn weer een stapje dichter bij hun heilige graal: een aardappel die duurzaam resistent is tegen Phytophthora, de meest gevreesde en kostbaarste schimmelziekte in de aardappel- en tomatenteelt.

Onderzoekers van de universiteit van Wisconsin hebben een resistentiegen afkomstig van een wilde aardappelsoort uit Mexico in een cultuurras gezet. Deze genetisch gemanipuleerde aardappel heeft tot dusver geen last van de schimmel (Proceedings of the National Academy of Sciences, 5 augustus).

Navraag leert dat het onderzoeksinstituut Plant Research International in Wageningen hetzelfde `wilde' resisistentiegen in een cultuurras heeft gezet, wat eveneens een schimmelresistente aardappel heeft opgeleverd. Bedrijven willen echter eerst weten of het ook een duurzaam resistentiegen is, vertelt aardappelveredelaar Edwin van der Vossen, voordat ze overwegen de nieuwe transgene aardappel op te pakken voor verdere selectie.

De moeilijkheid voor aardappelbiotechnologen zit niet meer in het inbrengen van een resistentiegen dat is een standaardkunstje geworden maar in het inbrengen van een duurzaam resistentiegen. Planten bevatten waarschijnlijk zo'n 200 tot 300 resistentie-genen, te herkennen aan een bepaald stukje DNA. Deze genen stellen de plant in staat een eiwit van zijn belager te herkennen, zodat hij een afweerreactie kan starten. Maar de schimmel is ook slim: door het eiwit net even te veranderen verbergt hij zich weer, en is de moeizaam verkregen resistentie weer doorbroken. Duurzame resistentie tegen Phytophthora geven dus alleen die genen waarmee de aardappel een schimmeleiwit herkent dat de schimmel alleen kan veranderen op straffe van het loodje leggen. Dit type genen zijn in de tomaat reeds gevonden, zij het tegen een andere belager dan Phytophthora. Het feit dat het nu ingebrachte wilde aardappelgen een oud, geconserveerd resistentiegen is, en dat het ook in tomaat werkt geeft Edwin van der Vossen hoop dat nu een duurzaam resistentiegen is ingebouwd.

Bedrijven en instituten proberen ook resistente aardappelen te verkrijgen via kruising met wilde aardappelen. Dit duurt echter lang, omdat via kruising ook ongewenste genen meekomen naar het cultuurras wat de productiviteit meestal niet ten goede komt. En met veel wilde soorten is niet direct te kruisen. Wageningse aardappelveredelaars hebben niettemin vijfendertig jaar geleden een ingewikkeld kruisingsschema gevolgd met vier wilde, resistente aardappelsoorten. Naar verwachting zal nu komende jaren het eerste ras met dit type resistentie op de markt komen. Ook van deze niet-genetisch gemanipuleerde pieper moet dan nog blijken of hij productief genoeg is en of hij duurzaam resistent is.

    • Marianne Heselmans