Twee jaar vuile was

Ouders van een pasgeboren eersteling gaan zich na een poosje zorgen maken over de toekomst, want de kleine moet in 2021 studeren. Dan moet er geld op tafel komen, want de studiefinanciering bestaat dan niet meer en het is de vraag of de ouders alles kunnen betalen.

Zo maken lezers van een mug een olifant en grootouders helpen daar een handje bij. Een oud spreekwoord luidt: verzuip je kinderen niet, wie weet wat ze nog worden. De moderne versie lijkt te zeggen: help je kinderen zo goed je kan, want ze moeten wat worden. Op die drang spelen banken en verzekeraars slim in met spaarplannen en verzekeringen voor de kleine. Niet iedere ouder bindt zich graag aan zo'n instelling, hoewel een overlijdensrisicopolis met een flinke uitkering en een looptijd van een jaar of twintig eigenlijk tot de financiële eerste levensbehoeften van een ouderpaar hoort, in onze welvarende maatschappij.

Lezers vragen dus: wat kan ik zelf doen voor onze kleine, liefst belastingvriendelijk? Met die fiscale wens gaan ze vaak de fout in, blijkt bij andere financiële constructies. Mensen kijken te veel naar de fiscale kanten, terwijl je eerst andere punten moet overwegen. Je moet een goed plan maken voor de kinderhulp, als die hulp tenminste echt nodig is. Hoe pak je dit aan?

Als ouder mag je je kinderen geld schenken, vrij van schenkingsrecht. Dat is een belasting die de overheid heft wanneer een schenker, ten koste van zijn eigen vermogen, een begiftigde uit vrijgevigheid verrijkt. Zo ongeveer omschrijft de wet een schenking. Is de schenker dood, dan noem je die belasting successierecht, successiebelasting of erfenisbelasting.

Schenkingsrecht en successierecht zijn dus een broer en zus waar niemand van houdt, en iedereen vanaf wil komen. De overheid kan daar begrip voor opbrengen. Daarom zijn de tarieven voor een schenking tussen ouders en kinderen niet hoog. Maar hoe losser de familieband, hoe hoger de prijs, zelfs tussen opa en oma en hun kleinkinderen. En daar kan natuurlijk niemand begrip voor opbrengen. Ter zake.

Je wilt als ouder, vol goede voornemens, ieder jaar het maximale belastingvrije bedrag aan je kind schenken. In 2003 is dat 4.143 euro, 9.129 gulden, een bedrag dat de overheid elk jaar een beetje opschroeft.

Houd je dat 18 jaar vol, dan schuif je minimaal circa 75.000 euro (165.000 gulden) naar die kleine. Netto, want je moet eerst zo'n 130.000 bruto verdienen en er belasting over afdragen, voor je dat kan betalen. Een schenking mag je immers niet van je belastbare inkomen aftrekken. En ben je voor de eventuele volgende kinderen nog zo gul?

Qua belasting zet dit geen zoden aan dijk, want minderjarige kinderen vallen onder hun ouders. Er is wel een gering voordeel: het heffingsvrije vermogen van 18.800 euro in box 3 (sparen, beleggen, verzekeren) gaat per minderjarig kind met 2.510 euro omhoog. Maar is het kind eenmaal meerderjarig, dan verhuist er minimaal 75.000 euro (dus zonder rente en winst op beleggingen) van de ouderlijke box 3 naar die van het kind. Dat bespaart de ouders de 1,2 procent heffing in box 3, maar die krijgt het kind erbij. Tot zover de hoofdlijnen. Nu de details en de formaliteiten.

Wie op deze wijze schenkt, of voor een lager bedrag, kan dit het best laten vastleggen in een notariële akte. Verplicht is het niet, maar het kan later onenigheid voorkomen. Het is evenmin verplicht om bij de belasting aangifte te doen, omdat de waarde niet boven de vrijstelling uitkomt. Op deze regel bestaat een uitzondering voor de eenmalige extra hoge onbelaste schenking van 20.711 euro voor kinderen tussen 18 en 35 jaar. Daarvan moet de verkrijger aangifte doen.

Een rekening op naam van de kleine is overzichtelijk en duidelijk voor alle betrokkenen. Opa en oma kunnen hun donaties daar naar toe overmaken. Zij hebben een beperkte vrijstelling van 2.486 euro in een periode van twee jaar, die ook geldt voor een schenking tussen wildvreemden. En dan?

In het eerste jaar staat de voornoemde maximale vrijstelling van 4.143 euro op de rekening, en daar komt elk jaar ongeveer hetzelfde bij. Je kan dat geld er gewoon op laten staan, tot de 18de verjaardag van de rekeninghouder. Dat levert niet veel spaarrente op, want de 1,2 procent heffing gaat er elk jaar af, althans voor het saldo van de vrijstelling in box 3, hier 18.800 euro plus 2.510 euro kindertoeslag. Bij de huidige rentestand is de netto opbrengst ongeveer gelijk aan de inflatie. Tegen 2 procent netto en gelijkblijvende stortingen van 4.143 euro, bedraagt het saldo na 18 jaar 90.500 euro.

Het is aantrekkelijker om het geld te beleggen in aandelen. Bijvoorbeeld door elke maand circa 350 euro automatisch over te laten maken naar een wereldwijd beleggingsfonds of een ander fonds, dat moet iedere ouder zelf weten. Deze combinatie heet automatisch beleggen plus middelen. Een beproefd recept, hoewel veel deelnemers er knap zenuwachtig van werden toen de koersen alsmaar daalden, terwijl dat in hun voordeel werkte.

Er zijn (groot)ouders die voor hun (klein)kind op deze wijze in China beleggen, en daar zelf de meeste lol aan beleven. Je volgt de economische ontwikkelingen daar heel anders, wanneer er een beetje van je geld in zit.

Stel dat aandelen netto 6 procent per jaar opleveren, dan zit er na 18 jaar bijna 136.000 euro in de pot. Zal zo'n kind dan nog gaan studeren? Of eerst twee jaar op wereldreis gaan, tot de centen op zijn. Dan staan hij weer bij jou op de stoep, met twee jaar vuile was.

Adriaan Hiele beantwoordt de hele zomer door vragen over uw persoonlijke geldzaken op www.nrc.nl/hiele.