Springploeg door zege bij CHIO uit degradatiezone

De Nederlandse springruiterploeg heeft gisteren tijdens het CHIO in Rotterdam de landenwedstrijd in de Super League gewonnen. Door de zege is het gevaar dat Nederland zou moeten degraderen vrijwel afgewend. In de League klom de ploeg naar de vierde plaats en heeft nu elf punten voorsprong op hekkensluiter Italië.

De Nederlandse ploeg bestond uit Eric van der Vleuten met Jikke, Jan Tops met Grande Dame, Albert Zoer met Lowina en Peter Geerink met Joint Venture. De voorsprong op nummers twee, Zweden, Frankrijk en Italië, was zo groot dat de vierde ruiter, Geerink, in de tweede ronde zijn paard niet hoefde te zadelen. De andere drie waren in beide manches foutloos gebleven zodat het optreden van de vierde ruiter het eindresultaat niet zou kunnen verbeteren.

Even zag het er overigens naar uit dat een barrage met de Zweedse ploeg noodzakelijk zou zijn om de winnaar aan te wijzen. Tot enthousiasme van het veelkoppige, deels in het oranje gehulde publiek maakte de Zweedse amazone Maria Gretzer met Cinderella op de allerlaatste hindernis een fout, waardoor de Zweden samen met de Fransen en Italianen de tweede plaats moesten delen.

Bij de organisatoren van de CHIO bestond de angst dat de bodem van de springpiste, die afgelopen zomer geheel werd gerenoveerd, veilige springsport in de weg zou staan. Op de eerste dag bleek dat niet alleen op de plaatsen waar de paarden bij de hindernissen afzetten en landen grote gaten in de structuurloze bodem vielen, maar ook op de plaats van de wendingen.

Volgens CHIO-directeur Körner komt dit vooral door de droogte van de afgelopen maanden waardoor het dit voorjaar ingezaaide gras onvoldoende diep heeft kunnen wortelen. ,,Natuurlijk is de grasmat afgelopen tijd zeer intensief besproeid, maar daardoor bleef het wortelstelsel van het gras te veel aan de oppervlakte. De paarden kunnen het gras daardoor met hun hoeven gemakkelijk los trappen.''

Bijkomend probleem is dat de direct onder het gras liggende laag waterdoorlatend lavazand als de graszode verdwenen is, erg rul wordt. De paarden hadden die eerste dag amper afzet, waardoor het vertrouwen van de paarden in zichzelf bij iedere sprong verder afnam. In de landenwedstrijd werd na iedere ronde van acht ruiters de bodem met walsen aangereden, waardoor gaten die ontstonden bij de afzet en landing werden dichtgemaakt. ,,Natuurlijk hadden we zorgen over de bodem, maar deze heeft zich beter gehouden dan we hadden durven hopen'', aldus Körner.

Daarnaast had de parcoursbouwer, de Engelsman Robert Ellis, rekening gehouden met de matige kwaliteit van de springpiste, want hij had zijn bouwwerken niet tot enorme hoogtes opgetrokken. Voor bondscoach Bert Romp was de zege van zijn team er een precies op tijd kwam. ,,Het mooiste is om een landenwedstrijd in eigen land te winnen en dat is gelukt.''

    • Jacob Melissen