HET LAND VAN DE WA

Birma is een van de belangrijkste heroïneleveranciers ter wereld. De meeste opium komt uit een gebied dat valt onder de militaire dictatuur, maar in de praktijk autonoom is. Tot woede van de buurlanden. Deze week nog dreigde Thailand de inwoners allemaal over de kling te jagen. Welkom bij de Wa. `Jazeker kennen wij hier democratie. Mijn Politbureau heeft maar liefst zestien leden.'

Op het ene schaaltje legt Cheun Kyi Chen twee kogels en op de andere een bolletje opium. Aan een touwtje houdt ze het weegschaaltje omhoog en de opium zakt naar beneden. Dan legt ze een zilveren munt bij de kogels en de balans is volmaakt in evenwicht. ,,Ik geef je 54 yuan'', zegt de jonge vrouw tegen een opiumboer. Die heeft een dag door de bergen gelopen om hier op de markt zijn oogst te verkopen. Hij onderhandelt niet, de prijs ligt vast: het gewicht van één kogel staat vandaag gelijk aan 16 Chinese yuan en dat van de zilveren, Indiase rupee uit 1906 met koning Edward VII, is 22 yuan – drie euro.

Marktdag in Mong Pawk, een arm, stoffig stadje in het oosten van Birma, middenin het hart van de Gouden Driehoek, het centrum van de Aziatische drugsproductie. Tussen de kramen met wasmiddelen, vlees en wierook zitten opiumhandelaren zoals Cheun. Ze kopen opium van straatarme boeren die op de steile berghellingen rondom Mong Pawk hun opiumveldjes hebben. Er is vandaag veel meer handel dan anders, want de boeren willen van hun opium af voordat het regenseizoen begint en alle wegen en paden onbegaanbaar worden. Het ruime aanbod haalt de prijs naar beneden. Een kilo opium doet vandaag slechts 105 euro. Een opiumboer mag blij zijn als hij na een half jaar ploeteren twee kilo uit de gravelkleurige grond weet te halen. Met de opbrengst zal hij het een heel jaar moeten doen, want zijn land is alleen geschikt voor papaver.

Zuchtend legt de boer zijn zwartbruine opiumpasta op Cheungs kraam, een omgekeerde mand. ,,Opiumhandel is makkelijk'', zegt ze opgetogen, terwijl haar zus aan alle tassen van voorbijgangers voelt of ze opiumbollen in de aanbieding hebben. ,,Ik verdien genoeg om mijn kinderen te eten te geven en naar school te sturen. Soms wel veertig yuan op een dag'' – ruim 5 euro. Naast Cheung trapt de tandarts van de markt wild op het pedaal van het vliegwiel. Daarmee wordt – pijnlijk langzaam – een boor aangedreven. Een slok goedkope whisky is de verdoving. Alleen bij soldaten van het lokale leger springen de tranen niet in de ogen.

Formeel ligt Mong Pawk in Birma. Maar de autoriteiten uit de hoofdstad Rangoon hebben hier niets te zeggen, want dit is de autonome en afgesloten regio van de bergstam de Wa. Of beter gezegd: het land van de United Wa State Army (UWSA), een meedogenloos leger van 15.000 man dat een van de belangrijkste spelers is op de mondiale opium- en heroïnemarkt. In 1989 sloten de Wa-autoriteiten een overeenkomst met de regering in de Birmese hoofdstad Rangoon: laat ons en onze opium met rust, dan laten wij hier de vlag van Birma wapperen.

De inwoners van de Wa-staat hebben niets gemeen met Birma en alles met China. De meeste Birmezen mogen de Wa Special Region niet eens in. Blanke buitenlanders worden evenzeer geweerd, want die zouden wel eens uit kunnen zijn op de prijs die Amerikaanse drugsbestrijders op het hoofd van de Wa-top hebben gezet. Maar Chinezen zijn van harte welkom. Het land van de Wa, dat als een `L' om China ligt, lijkt sprekend op hun eigen land. De Chinese yuan is er het enige betaalmiddel, de taal van de Wa is een plat, Chinees dialect en de Chinese klok geldt, het is hier anderhalf uur later dan in Birma. Het enige verschil is dat bij de Wa alles legaal is wat in China en in de rest van Birma verboden is: gokken, prostitutie en drugs.

,,Mijn opium'', denkt opiumhandelaar Cheun, ,,komt uiteindelijk in China terecht.'' Later op de dag, als het donker is, zal een man op een motor bij haar thuis de opium opkopen. De stroman brengt het dan naar een onzichtbare Chinese groothandelaar die met een pick-up vol opium naar Kokang rijdt, ten noorden van het Wa-territorium. Een paar Wa-soldaten beveiligen het drugstransport. Onderweg moet de Chinees minstens één keer een tiende van zijn lading afstaan: belasting voor de Wa-autoriteiten. Eerder hebben die bij de bron, de opiumboeren, ook al 10 procent van de oogst geïnd.

Baby's roosteren

Het Wa-gezag brengt zijn `belastingopium' naar dezelfde plekken als waarnaar de Chinese handelaar op weg is: gecamoufleerde fabriekjes diep in de jungle waar ze van elke 10 kilo opium 1 kilo heroïne kunnen maken. Pas daarna gaat het naar China. Dáár wordt het geld verdiend. Want die kilo heroïne doet in Birma 4.000 euro, maar over de grens is dat tien keer zoveel.

,,Ik plant al tachtig jaar papaver op dit stukje grond'', krast Ahr Maw terwijl ze naar haar achtertuin wijst. ,,En vóór mij deden mijn ouders dat.'' Opium is al heel lang het eten en drinken van de Wa. In 1893 stuitte een Britse expeditie van de Schotse avonturier Sir George Scott op ,,enorme hoeveelheden''. Ook zagen ze voor het eerst de mythische Wa, de mannen waarmee Aziatische moeders hun ongehoorzame kinderen dreigden. ,,En nu stil, anders komt een Wa je halen.'' De Wa roosterden immers baby's. Onzin, schreef Scott in 1910 in zijn standaardwerk The Burman, het is eigenlijk een heel geciviliseerd volk. ,,Ware het niet dat ze zich nooit wassen en die ene zwakte hebben dat ze vreemdelingen onthoofden.'' Het gebeurde met twee van zijn expeditieleden.

Scott onderscheidde de tamme en de wilde Wa. Beiden waren animistisch. Het verschil: de wilde Wa hakten hoofden af en zetten die op totems bij de dorpspoort. Om het kwaad uit het dorp te weren. Een tamme Wa deed niet meer aan koppensnellen, maar kocht zijn hoofden bij de wilde Wa. Pas begin jaren '70 van de vorige eeuw werd de laatste vreemdeling onthoofd en gespietst. Veranderingen gaan langzaam bij de Wa. Wie de ongeschreven regels overtreedt verdwijnt nog steeds voor jaren in een diepe put waarin je alleen maar kunt staan.

Ook het dorp van de stokoude Ahr Maw ligt er nu net zo bij als toen ze er als klein meisje speelde: houten hutten op palen waaronder vrouwen kleden weven en meel stampen. En net als een eeuw geleden komt de opium van postzegelkleine percelen. Het verschil is dat er nu heel veel van die minuscule opiumveldjes zijn en dus heel veel opiumboeren. Meer dan de helft van alle families in het Wa-gebied is volledig afhankelijk van de papaverteelt.

En dat komt door de Amerikanen.

Na zijn nederlaag in 1949 tegen de Chinese communisten van Mao Zedong vluchtte een deel van de nationalistische Kwomintang (KMT) van Chiang Kai-shek naar het noordoosten van Birma. De Nationale Volkspartij eigende zich een hoek van dat land toe en beraamde nieuwe aanvallen op de communisten. Dat spoorde uitstekend met de buitenlandse politiek van Amerika, dat het uitdijende rode gevaar in Azië in de kiem wilde smoren. ,,Weten jullie wel wat voor goudmijn jullie hebben bezet'', zeiden CIA-agenten tegen de Chinese nationalisten. Ze doelden op het enorme opiumpotentieel.

Met opium kon de KMT de oorlog tegen de communisten financieren. De CIA vloog met zijn eigen luchtvaartmaatschappij, Air America, landbouwdeskundigen in die wisten hoe je een maximaal rendement uit een papaverveld kon halen. Binnen tien jaar was de jaarlijkse opiumproductie vertienvoudigd. De geheime dienst was ook zo vriendelijk om de kilo's opium en heroïne overal te bestemder plaatse te brengen. Een lang, vlak, maar overwoekerd veld in het dal van Mong Pawk is een stille getuige. Het was de landingsbaan voor de smokkelvliegtuigen van Air America. De VS creëerden zelfs een formidabele afzetmarkt in de buurt: een stevig deel van de Amerikaanse soldaten in Vietnam raakte verslaafd aan de heroïne.

Eind jaren '60 namen Birmese communisten de uiterst lucratieve opiumhandel met geweld van de Kwomintang over. Wapens en militaire training kwamen uit China. Er ontstond een zwaarbewapend leger en de Wa – geboren om te vechten, zeggen ze zelf – waren daarvan de ruggengraat. Totdat de Wa-commandanten Chao Ngi Lai en Pao Yu Chang het op 17 april 1989 tijd vonden om met de opium voor zichzelf te beginnen. Terwijl de communistische top naar China vluchtte, riepen de twee de Wa-staat uit en formeerden zij het UWSA-leger en de UWSP, de United Wa State Party. Chao ligt sinds 1995 na een beroerte in bed en Pao is alleenheerser. De man met een prijs van de CIA op zijn hoofd is zowel commandant van het Wa-leger als voorzitter van enkele communistische restanten, het Politbureau en Centraal Comité. ,,Jazeker kennen wij hier democratie'', zei de ongeletterde Pao eens, ,,mijn Politbureau heeft maar liefst zestien leden.''

Die stemmen in met een audiëntie in Pang Sang, de hoofdstad van de Wa. Op voorwaarde, zo eist Zhao Aik Nup, fungerend minister van Ceremonie, dat ze bij elke zin worden aangesproken met `excellentie'. Als hij zich daarvan heeft vergewist, rochelt Zhao diep in de keel, haalt zijn neus op tot zijn wenkbrauwen en lanceert een klodder in de richting van een kwispedoor. Dan keert de `chef de protocol' terug naar de vip-goktafel van het monstrueuze goudgeverfde casino van Pang Sang. Minimum inzet: 10.000 yuan, zo'n 1.200 euro.

Zilveren pistool

De drugshandel zou de Wa-autoriteiten schatrijk hebben gemaakt, maar de mannen van het Politbureau weten dat met hun plastic slippers en jaren-'40-kleding goed te verbergen. Het enige dat hen onderscheidt van de eerste de beste Chinese noedels-verkoper: een echte, gouden Rolex om de pols en een zilveren pistool permanent op de heup. Ze kijken meewarig naar visitekaartjes; de excellenties kunnen lezen noch schrijven. Hun jonge assistenten op de tweede rij wel.

,,Amerika noemt ons een terroristische organisatie'', heeft Politbureaulid Cheng Long Shong gehoord. ,,Want volgens de Amerikanen doen we in drugs. Maar in 2005 is opium hier met wortel en tak uitgeroeid.'' Hummend stemmen de overige leden van het Politbureau in met Cheng. Ondertussen richten ze de blik op de ontbijttafel die wordt gedekt. Bij elk bord staat een fles whisky. ,,De buitenwereld gelooft niet dat we 2005 halen'', zegt Cheng fel. Hij zwaait met zijn wijsvinger in de richting van de vertegenwoordiger van die buitenwereld. ,,Jullie weten niets van ons! Wij hebben zoveel macht dat we de hele opiumteelt binnen drie dagen voorgoed kunnen beëindigen. Dat doen we niet, want we moeten de boeren de kans geven alternatieve gewassen te verbouwen. Ze hebben nog twee jaar.''

Iedereen in het land van de Wa weet van `het jaar 2005'. Volgens onderzoek van het antidrugsbureau van de Verenigde Naties, de enige buitenlandse organisatie die actief is in de Wa-regio, daalt de opiumproductie snel en zou 2005 wel eens gehaald kunnen worden. Maar waarom iets opgeven dat een half miljard euro per jaar oplevert? ,,Kijk'', valt legercommandant Bo Lai Kham in, ,,het buitenland denkt dat onze opium en heroïne hún problemen oplevert, maar in werkelijkheid hebben wíj die.'' Dan gebaart Zhao, de minister van – opeens – Externe Relaties, dat het whisky-ontbijt nu gaat beginnen. Bo Lai Kham komt omhoog en legt uit: ,,Want opium levert de boeren nauwelijks wat op. En heel veel mensen hier zijn eraan verslaafd. Daardoor kunnen ze niet werken, hun families niet voeden en geen geld verdienen voor school en kliniek.''

Precies hetzelfde zeggen de dertig mannen die zo meteen gaan afkicken in het VN-detox centre nabij Mong Pawk. Eén op de vijftig Wa is verslaafd aan opium – en dat zijn overwegend ouderen. Opium is hun medicijn, hun pijnstiller. In dertig dagen moeten deze opiumjunkies af zien te komen van een verslaving die tientallen jaren heeft geduurd.

Vervolg op pagina 28

HET LAND VAN DE WA

Vervolg van pagina 27

Een paar uur nadat ze hun opiumpijpen hebben moeten inleveren, begint de eerste al te stuiptrekken. Loonwerker Teh Lone rookt dan ook al dertig jaar lang het formidabele aantal van zestig opiumpijpen per dag. ,,Ik wil hierna een echt leven: een stenen huis en een vrouw'', kreunt hij.

Tien kilometer verderop begint de 83-jarige Nah Ha aan de negende pijp van haar ochtendsessie. Voor haar kan het VN-centrum niets meer doen. ,,Want zonder opium ga ik dood, zegt de dokter.'' Afwisselend giechelt ze en moppert ze over de kwaliteit van de opium. In het midden van haar hut kookt ze mosterdbladeren. De stank is overweldigend. Nah Ha is de medicijnvrouw van het dorp. ,,Pas nadat mijn middeltjes werken, krijg ik mijn geld.'' Een Wa-soldaat komt haar voor 400 gram – anderhalve maand salaris – geld brengen, want dankzij de brouwsels van Nah Ha is zijn vrouw eindelijk zwanger. ,,Mijn man heeft me verslaafd gemaakt'', kraait de bejaarde druggebruikster, ,,als hij nog zou leven, zou ik hem net zo lang slaan tot hij dood was.''

Over twee jaar, denken de mannen van het Politbureau in Pang Sang, is er geen opium meer en dan stoppen die verslaafden er vanzelf wel mee. Even ondoordacht is hun plan om 100.000 Wa ,,voor hun eigen bestwil'' te verhuizen van de opiumvelden in de bergen in het noorden naar rijstvlaktes in het zuiden.

De teller staat nu op zo'n 60.000 `herplaatsten'. San Kah en Aii Sa zijn twee van hen. Na drie dagen lopen en rijden kwamen ze vier jaar geleden met een paar honderd Wa aan in hun nieuwe dorp, Song Keh. De nederzetting ligt in de rijstvelden die als een groene lappendeken over een oogverblindende vallei zijn gelegd. De onvermijdelijke gouden stoepa – Birma staat er vol mee – glimt in de damp. Een heel wat beter plaatje dan dat van de dorpen in de ontboste bergen waar niets anders wil groeien dan papaver en het leven een worsteling is. Maar die tegenstelling is schijn. ,,Toen we hier drie jaar geleden kwamen, was er helemaal niets'', zegt San Kah, de dorpsonderwijzer. ,,Jawel'', corrigeert het dorpshoofd Aii Sa: ,,malariamuggen.''

Hakmessen

De overgang moet voor de dorpelingen één lange lijdensweg zijn geweest. Of ze vrijwillig of gedwongen zijn verhuisd laten ze in het vage. Maar dat de Wa-autoriteiten totaal niet nadenken over de gevolgen van de verplaatsingen is zeker. ,,In het eerste jaar gingen 42 mensen dood en in het tweede 36'', dicteert de onderwijzer. ,,Vooral onze kinderen.'' Niemand wist immers wat malaria of longontsteking was. Nu wel. De boeren zouden bij de aanblik van de vruchtbare vallei vanzelf wel rijstvelden gaan aanleggen, dachten hun ongeschoolde, feodale leiders in Pang Sang. ,,We zijn hier opium gaan verbouwen'', zegt het dorpshoofd, ,,iets anders konden we niet.'' Dat was niet de bedoeling. Immers: `2005'. De gevreesde UWSA-soldaten kwamen daarom met hakmessen de totale opiumoogst van 2001 vernietigen. Weg inkomsten.

Song Keh heeft het geluk dat het in een projectgebied van de Verenigde Naties ligt. De 383 overgebleven dorpsbewoners kregen rijst om te planten en te eten en verder alle hulp. ,,Rijst is veel makkelijker dan opium'', zegt boer Aii Sa. ,,En rijst kun je eten. We proberen hier nu ook in het droge seizoen te oogsten. Dan kunnen we rijst zelfs gaan verkopen.''

Daarvoor zijn irrigatiekanalen nodig en met de VN kwamen die er. De organisatie hoopt dat de Wa aan Song Keh een voorbeeld nemen. Want in honderden `hergevestigde' dorpen buiten bereik van buitenlandse hulp weten ze niet hoe ze iets anders dan opium moeten verbouwen op het vruchtbare land dat aan hun voeten ligt.

De dorpen met hun arme boeren, generaties lang verstoken van elk onderwijs, zijn als zandkorrels tussen de tandwielen Pang Sang en Rangoon, waar de mannen zitten die willen dat de opium verdwijnt. Hun motieven zijn dubieus. De junta in de hoofdstad van Birma kan bij de vele buitenlandse critici goede sier maken met de totale uitroeiing van opium. Satellietbeelden zullen het bevestigen. ,,En voor onze economie maakt het geen verschil'', zegt politiekolonel Hkam Awng, de facto minister van Binnenlandse Zaken van Birma en 's lands meest vooraanstaande drugsbestrijder. ,,Want drugswinsten vloeien naar het buitenland, Hongkong vooral, en dringen nauwelijks door tot de legale economie.'' De Belg Jean-Luc Lemahieu, het hoofd van het antidrugsbureau van de VN in Birma, ziet nog een voordeel voor Rangoon: ,,Het afdwingen van de eliminatie van opium is voor de centrale autoriteiten een vehikel om weer meer controle te krijgen over autonome regio's.''

En waarom gaat Pang Sang akkoord? Die stad laat overal zien dat de Wa hun geld veel eenvoudiger kunnen verdienen dan met opium. Vrachtwagens vol teakhout rijden er af en aan. Met dank aan de hardhoutconcessie ver buiten de Wa-staat. Om de Wa verder gunstig te stemmen gaf Rangoon ze ook een vergunning voor een edelstenenmijn. Good Health Fine Jewellery, de enorme juwelierszaak schuin tegenover de privé-bowlingbaan van voorzitter Pao, verkoopt aan Chinezen die in eigen land een veelvoud moeten betalen. Ook de casino's – de enige in Birma – vormen een alternatieve goudmijn voor de Wa. Net als de karaokebars, waar Chinezen eerst heel vals zingen en dan met een prostituee naar een hok in een houten barak gaan.

En er zijn nog enkele honderden miljoenen redenen waarom het Wa-drugkartel ogenschijnlijk makkelijk afscheid neemt van opium: amfetaminepillen. Die zijn veel makkelijker te maken dan opium: een machine zo groot als een magnetron stanst zeven tabletten per seconde. Bovendien is opium voor ouwelui. Pillen zijn in. Vooral bij de buren in Thailand waar 2,5 miljoen mensen verslaafd zijn aan ya ba – de gekke pil. Nog eens miljoenen jonge Thai nemen af en toe zo'n efedrine-cafeïnepil à een euro.

Het Wa-politbureau ontkent dat het ook maar iets met de pillenproductie te maken heeft: ,,Daar hebben we de opleiding niet voor. Het zijn buitenlanders die bij ons hun pillen draaien.'' Feit is dat de grondstoffen ervoor uit de omringende landen komen, maar dat een commandant van het Wa-leger de grootste pillenhandelaar is. Zonder Thaise medewerking op hoog corrupt niveau kan de handel in ya ba niet bestaan, zegt drugsbestrijder Hkam Awng. ,,Handelaren stappen over van opium op pillen en gebruiken dezelfde handelsinfrastructuur.'' Kennelijk is het bij de Wa veilig pillen maken, want deze Speciale Regio loopt snel vol met voor satellieten onzichtbare mobiele keukenlaboratoria, vooral dicht tegen de grens met Thailand.

De pillen zijn alleen voor de lucratieve export – de Wa willen niet nog meer verslaafden hier. Wee een Wa die waanzinnig wordt door de ya ba. Dan zijn hun leiders meedogenloos, zo weten ze op de markt van Mong Pawk. Allemaal herinneren ze zich de man die vier uur lang met dat bord om zijn nek en Wa-soldaten achter zich aan rond het marktplein moest kruipen. Hij had onder invloed van een speedpil zijn vrouw de keel doorgesneden. ,,Ik ga straks dood. Dat komt door ya ba'', stond er op het bord. Huilend groef de man zijn graf, knielde ervoor, kreeg een nekschot en viel voorover in de kuil. Ook de mensen die er niet bij waren kennen alle details. Want de lokale Wa-leider liet foto's van de executie-in-fases ophangen in de stad. Ongeveer zoals de Wa nog niet zo lang geleden afgehakte hoofden op een totem spietsten. Om het kwaad te bezweren.