Drie boten halen ticket voor Athene

De Nederlandse olympische vloot van negen boten heeft bij de wereldkampioenschappen roeien in Milaan slechts drie startplaatsen voor de Olympische Spelen van Athene in 2004 verdiend, de helft van waarop was gerekend. De dubbeltwee vrouwen lichtgewicht met Kirsten van der Kolk en Marit van Eupen en de vier-zonder-stuurman lichtgewicht van Gerard van der Linden, Ivo Snijders, Karel Dormans en Joeri de Groot kwalificeerden zich. Zij komen dit weekeinde nog in de finales uit. Daarnaast wist alleen skiffeur Dirk Lippits aan de eisen voor deelname aan de de Spelen te voldoen.

Dat de vrouwen open klasse geen olympisch startbewijs verwierven, was sinds de Rotsee Regatta in Luzern te voorzien. Maar dat de Nederlandse dubbelvier mannen op de twaalfde plaats zou stranden, had niemand verwacht. Ondanks trainingen die vaak verre van optimaal verliepen, werd de boot gezien als medaillekandidaat. De ploeg van Michiel Bartman, Diederik Simon, Geert Cirkel en Gerritjan Eggenkamp had bij de eerste acht boten moeten eindigen om voor NOC*NSF aan de olympische limiet te voldoen.

In de kleine finale ging de ploeg voortvarend van start, maar na 1.500 meter verdween plotseling de snelheid en zakte de ploeg ver terug. Geen van de roeiers kon een oorzaak vinden. ,,Bij mijn laatste WK word ik gewoon laatste'', gromde Michiel Bartman. ,,Ik vind het zo absurd dat ik erom kan lachen, maar het is diep triest'', zei de roeier die in 1996 olympisch goud en in 2000 zilver won. ,,Het vuur moet wel branden. Nu is het met een blaasbalg de kolen warm houden.''

Ook Bartman's ploeggenoot Simon had niet verwacht dat het verlies zo groot zou zijn. ,,Twaalfde! Dat is gewoon een lachertje. Dat we dan niet gewoon elfde worden. Ik ben hier niet geweest, dit zet ik niet op mijn cv'', zei Simon. De roeier met vrijwel dezelfde erelijst als Bartman, omschreef de tweede plaats in Luzern als een ,,enorme meevaller''. Simon: ,,De wereldbekerwedstrijden waren uitschieters naar boven. Onze basis was domweg te laag.''

De Nederlandse dubbeltwee van Froukje Wegman en Femke Dekker maakte gisteren geen schijn van kans in de B-finale. Vanaf de eerste haal lag Nederland kansloos in laatste positie. De eveneens als twaalfde geëindigde boot, had zich met een zevende plaats nog gekwalificeerd voor Athene.

Ook de dubbelvier vrouwen werd, met een negende plaats, definitief uitgeschakeld. Alleen met de zevende plaats was bij het IOC nog een startbewijs te verdienen. De NOC*NSF eis, een plaats bij de eerste zes, was na de halve finale al niet meer haalbaar.

Irene Eijs, voorzitter dan de Commissie Toproeien zei mogelijkheden te zien voor één vrouwenboot die misschien via de olympische kwalificatiewedstrijden van volgend jaar de Spelen alsnog kan bereiken. ,,Als je niet over veel potentieel beschikt, moet je zeker niet gokken op twee ploegen'', aldus voorzitter Eijs.

Bij de mannen moet Nederland volgens Eijs, zelf brons bij de Spelen van Atlanta (1996), een dubbelvier of dubbeltwee met goede kansen kunnen formeren. ,,Ik zie een paar goede ploegen. Maar de route via het kwalificatietoernooi is heftig, dat wil je dus eigenlijk liever niet.''

De voorzitter van de keuzecommissie van de roeibond had lovende woorden voor de acht die gisteren dertiende werd door de C-finale te winnen. Eijs: ,,We moeten een traject zien te vinden voor de mensen die zich niet hebben gekwalificeerd.''

In 1999 slaagden vijf boten er in zich al te kwalificeren voor voor de Spelen van Sydney. Via het kwalificatietoernooi kwamen daar in 2000 nog twee boten bij. Nu kwalificeerden zeven roeiers (drie boten) zich voor de Spelen. Ten opzichte van de vorige wereldkampioenschappen heeft Nederland geen winst geboekt, is er zelfs sprake van achteruitgang.