De solo van een antropoloog

Vier jaar geleden introduceerde een antropoloog uit Noord-Brabant een botonderzoek om te testen of minderjarige asielzoekers liegen over hun leeftijd. De IND gaf hem een contract. Maar het onderzoek is omstreden, bleek gisteren bij de Arnhemse rechtbank. Hoe een creatieve doctorandus in zijn eentje kan wikken en beschikken over het lot van ten minste 4.530 asielzoekers.

In een wereld waarin mensen zich op zoek naar welvaart massaal over grote afstanden verplaatsen, is de introductie van het zogeheten botonderzoek, begin 1999, voor Nederland een geschenk uit de hemel. Nederland heeft op dat moment te maken met een schijnbaar onstuitbare toeloop van jonge asielzoekers, vooral dankzij het speciale `minderjarigenbeleid' waardoor kinderen bijna altijd worden toegelaten. Het aantal alleenstaande minderjarige asielzoekers stijgt van 3.504 in 1998 (8 procent van het totaal) naar 5.009 in 1999 (14 procent) en 6.705 in 2000 (15 procent). Deze cijfers liggen aanzienlijk hoger dan in de ons omringende landen. `Zo ontwikkelt Nederland zich tot een internationale crèche voor jeugdige asielzoekers', smaalt een columnist in deze krant.

De meeste minderjarigen komen uit andere landen (China, Angola, Guinee) dan het gros van de volwassen asielzoekers. Dat versterkt het vermoeden dat mensensmokkelaars achter hun komst zitten. Meestal kunnen de jongeren hun minderjarigheid niet aantonen met documenten. Een door een tandarts ontwikkelde methode om via gebitsanalyse meerderjarigheid aan te tonen was na scherpe kritiek op de betrouwbaarheid eind 1996 gestaakt.

Het nieuwe botonderzoek is in opdracht van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ontwikkeld door de Noord-Brabantse antropoloog H.Th. van der Pas. Hij leidt de meerderjarigheid van de asielzoekers af uit röntgenfoto's van hun sleutelbeenderen en handpolsgewrichten. Niet alleen de IND, ook hulporganisaties zijn er blij mee. ,,Er werd misbruik gemaakt van het aparte minderjarigenbeleid'', zegt Wilma Lozowski van Vluchtelingenwerk Nederland. ,,Iedereen die te maken had met de echte kleintjes had daar last van. Als er een betrouwbare wetenschappelijke methode is, zijn we heel blij als we het misbruik eruit kunnen halen.''

Harry van der Pas mag de door hem ontwikkelde methode zelf gaan uitvoeren: in februari 1999 geeft de IND hem een contract. Jonge asielzoekers van wie de opgegeven leeftijd betwijfeld wordt gaan sindsdien van het aanmeldcentrum Rijsbergen per bus naar het Regionaal Diagnostisch Centrum in Eindhoven, waar van hen vier röntgenfoto's worden gemaakt. Aan de `rijping' van het handpolsgewricht kan volgens Van der Pas worden afgelezen of een asielzoeker ouder of jonger is dan 14,7 (meisjes) of zestien jaar (jongens). Aan die van de sleutelbeenderen is te zien of iemand meerderjarig is. Van der Pas stuurt de foto's per computer op naar de afdeling Radiologie van het Eemland Ziekenhuis in Amersfoort (inmiddels MMC Amersfoort), waar twee radiologen onafhankelijk van elkaar beoordelen of de desbetreffende botten zijn `uitgerijpt'. Daarna verbindt Van der Pas hieraan zelf conclusies over de leeftijd, die hij opstuurt aan de IND.

Volgens de IND zijn sinds 1999 ongeveer 4.530 jonge asielzoekers op deze manier onderzocht. Van hen bleken 2.400 volgens het leeftijdsonderzoek meerderjarig. In combinatie met een strenger asielbeleid, dat anderhalf jaar geleden werd ingevoerd, werpt het leeftijdsonderzoek vrucht af: vorig jaar vroegen nog 3.233 alleenstaande minderjarige asielzoekers asiel in Nederland, in de eerste helft van dit jaar slechts 74.

Maar de nieuwe methode krijgt ook forse kritiek. In februari 2001 concluderen twee kinderartsen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde dat hij ethisch niet door de beugel kan. Volgens de Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst moeten de jongeren vrijwillig aan het onderzoek meewerken. Officieel vragen ze het ook zelf aan, maar in de praktijk hebben ze nauwelijks keus: werken ze niet mee, dan beschouwt de IND hen als meerderjarig. De IND stelt hiertegenover dat de bewijslast volgens het bestuursrecht in de eerste plaats bij de asielzoeker ligt en dat deze altijd een contra-expertise kan aanvragen.

Voor zulke second opinions kloppen rechtshulpverleners vaak aan bij de stichting Medisch Advies Kollektief in Amsterdam, een groep artsen die pro Deo medisch advies verzorgt in gerechtelijke procedures. Artsen van dit Kollektief vinden dat de methode rammelt en zien hun oordeel bij andere medici bevestigd. Zo bestuderen de Utrechtse klinisch epidemiologen Karel Moons en Cuno Uiterwaal als getuige-deskundigen in een rechtszaak de wetenschappelijke studies waarop Van der Pas zijn methode heeft gebaseerd. Ze concluderen dat deze onderzoeken het gebruik van botonderzoek bij asielzoekers niet rechtvaardigen. Moons: ,,Het waren veelal oude studies, uitgevoerd op overleden westerse mensen en in één geval levende Indiase studenten. Overleden of zieke westerlingen en Indiase studenten zijn niet hetzelfde als jonge asielzoekers.'' Die vormen bovendien vaak een bijzondere groep door bijvoorbeeld ras, voedingstoestand en doorgemaakte stress, wat allemaal van invloed kan zijn op de botrijping, zegt Moons. Na de getuigenis van de artsen twijfelt ook de rechtbank aan de betrouwbaarheid van het botonderzoek en adviseert de IND in oktober 2000 er nog eens naar te kijken.

Hierop vraagt de IND advies aan anatoom dr. George Maat van het Leids Universitair Medisch Centrum, inmiddels hoogleraar fysische antropologie. Maat heeft in 1999 in het blad Modus voor recherche en forensische wetenschappen een artikel gewijd aan de methode-Van der Pas. Hij concludeerde daarin dat het wel wetenschappelijk verantwoord is te stellen dat iemand met uitgerijpte sleutelbeenderen 20 jaar of ouder is. Maat adviseert de IND deze leeftijd aan te houden en niet, zoals eerder, de leeftijd van 21 jaar, omdat dat volgens hem alleen verantwoord is bij bevolkingsgroepen die goed zijn onderzocht. De IND neemt dit advies over en het botonderzoek gaat voort.

Groeischijfjes

In de schaduw van de IND ontwikkelt Harry van der Pas intussen zijn eigen beleid. Zijn conclusies gaan vaak aanzienlijk verder dan de constatering dat iemand met uitgerijpte sleutelbeenderen 20 jaar of ouder is. Zo baseert hij zijn oordelen niet alleen op de röntgenfoto's, maar ook op het verslag van het eerste gesprek tussen de asielzoeker en een IND-ambtenaar, waarvan hij standaard een kopie ter inzage krijgt. Hij noteert als conclusie van het leeftijdsonderzoek van een Nigeriaanse jongen: ,,In het Eerste Gehoor wordt een leeftijd van 23 jaar genoteerd. Deze leeftijd behoort tot de reële mogelijkheden.'' Dat is niet zuiver, vindt de Amsterdamse vreemdelingenadvocaat Frank van Haren: ,,Hij zegt niet: ik krijg een mannetje voor me, ik doe een test, daar komt de leeftijd uit. Nee, hij combineert het met andere informatie.''

De antropoloog beperkt zijn observaties evenmin tot de asielzoekers met uitgerijpte sleutelbeenderen. Ook als de zogeheten `groeischijfjes' van de sleutelbeenderen nog niet geheel gesloten zijn, wat erop wijst dat het bot nog niet volledig is uitgerijpt, deelt hij de IND mee hoe ze de leeftijd moeten inschatten. Daartoe past hij waarschijnlijkheidsberekeningen toe, waaruit moet blijken hoe groot de kans is dat een jongere met open groeischijfjes tóch meerderjarig is, dus tóch liegt. ,,De kans op minderjarigheid (= een leeftijd van 17,99 jaar of jonger) ten tijde van het asielverzoek is 15,87 procent. De kans op meerderjarigheid is 84,13 procent'', schrijft Van der Pas in augustus 2000 over een jongen uit Angola, die zegt 15 jaar te zijn en bij wie de groeischijven nog niet gesloten zijn. Op 6 januari van dit jaar schrijft hij over een Angolees meisje met niet-uitgerijpte sleutelbeenderen dat zelf zegt veertien te zijn: `Er moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van minderjarigheid ten tijde van de asielaanvraag, maar meerderjarigheid is zeker niet uit te sluiten.'

Vluchtelingenwerk Nederland vraagt de IND in een aantal brieven om opheldering over deze werkwijze en de Nationale Ombudsman publiceert er eind vorig jaar na een klacht van het Medisch Advies Kollektief een vernietigend rapport over. Volgens de ombudsman is de enige conclusie die ,,met zekerheid'' uit het botonderzoek kan worden getrokken dat een asielzoeker met een gesloten sleutelbeen ouder is dan twintig jaar. Hoogleraar Maat bevestigt dat. ,,Anders krijg je gesoebat over een beetje gesloten, bijna gesloten, net niet gesloten.'' De ombudsman beveelt aan het onderzoek te beëindigen voor zover daaruit verder reikende conclusies worden getrokken.

Vier maanden later verklaart minister Nawijn van Vreemdelingenzaken en Integratie in een schriftelijke reactie zich niet gebonden te voelen aan deze aanbeveling, omdat die ,,steeds de staande praktijk'' is geweest. Hij benadrukt dat Van der Pas ,,geen medewerker is van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, maar een onafhankelijk onderzoeker, die onder eigen verantwoordelijkheid rapportages omtrent de uitgevoerde onderzoeken uitbrengt''. De IND, schrijft Nawijn, trekt daaruit eigen conclusies: ,,Al vanaf de start van het leeftijdsonderzoek wordt aan de vreemdeling van wie het sleutelbeen nog niet volledig is uitgerijpt het voordeel van de twijfel gegeven in die zin, dat deze wordt aangemerkt als minderjarig.''

Maar dit is aantoonbaar onjuist, zo blijkt uit dossieronderzoek. Bij een Chinese asielzoeker die in 1982 geboren zegt te zijn, blijken de groeischijfjes van de sleutelbeenderen in maart 1999 niet gesloten te zijn, maar berekent Van der Pas de kans dat hij toch meerderjarig is op 73,24 procent. De IND neemt deze conclusie over.

Een jongen uit Niger die in september 2000 aankomt in Nederland zegt op 15 maart 1984 te zijn geboren. Ook bij hem blijkt uit het leeftijdsonderzoek dat zijn sleutelbeenderen niet volledig zijn uitgerijpt, maar Van der Pas berekent de kans dat hij toch meerderjarig is op 90,66 procent. De IND neemt ook deze conclusie over. `1 juli 1979' is volgens de IND-rapporteur de eigenlijke geboortedatum van deze jongen. `Toegekende datum naar aanleiding van het leeftijdsonderzoek', staat er tussen haakjes achter in de rapportage. De `leugen' over zijn leeftijd is voor de IND bovendien een reden om te twijfelen aan de rest van het verhaal van de jongen uit Niger: `Nu de verklaring van betrokkene omtrent zijn leeftijd niet geloofwaardig is, doet deze ernstig afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn overige verklaringen', aldus de uiteindelijke beschikking, waarin de asielaanvraag wordt afgewezen.

Wie is drs. Harry van der Pas, de `onafhankelijke onderzoeker' aan wie de IND het leeftijdsonderzoek heeft uitbesteed? Zelf doet hij daar geen mededelingen over, anders dan dat hij fysisch antropoloog is. Volgens de Leidse hoogleraar Maat houdt de fysische antropologie zich bezig met ,,de fysieke ontwikkeling van de mens in tijd en plaats''. De Leidse tak is gespecialiseerd in onderzoek naar archeologisch menselijk skeletmateriaal en daarnaast in gerechtelijk onderzoek naar de identificatie van meer recente menselijke resten, bijvoorbeeld na rampen. Sleutelbeenanalyse is volgens Maat een gangbare techniek in de fysische antropologie, ,,maar dan in de eerste plaats bij archeologisch materiaal''. Het idee om dit toe te passen op asielzoekers is voorzover hij weet van Van der Pas afkomstig.

Van der Pas ondertekent zijn rapportages aan de IND met `universitair docent Katholieke Universiteit Brabant', maar daar is hij moeilijk te vinden. Deze instelling, inmiddels omgedoopt tot Universiteit van Tilburg, heeft geen vakgroep antropologie. Navraag bij sociologie leert dat Van der Pas verbonden moet zijn aan vrijetijdswetenschappen, maar op een lijst van medewerkers daarvan komt zijn naam niet voor. De secretaresse geeft een ander telefoonnummer, zo te zien buiten de universiteit, waar wordt opgenomen met `secretariaat Van der Pas'. Gevraagd naar Van der Pas' functie op de universiteit, zegt deze secretaresse: ,,Hij is de enige die u dat kan zeggen.''

Decaan prof.dr. Arie de Ruijter van de faculteit Sociale Wetenschappen verschaft opheldering. Van der Pas is formeel universitair docent, maar leidt geen studenten op en krijgt niet betaald. Hij is ,,universitair docent buiten bezwaar van 's rijks schatkist'', zegt De Ruijter, die spreekt van ,,een regeling in het kader van een vroegere reorganisatie''. Vóór die reorganisatie was Van der Pas volgens De Ruijter universitair docent, met studenten en onderzoekstijd. Is het dan niet vreemd dat hij niet gepromoveerd is, zoals vrijwel alle andere universitair docenten in Tilburg? ,,Ja hoor, hij is wél gepromoveerd, dat weet ik zeker.'' Maar waarom ondertekent hij zijn rapportages dan met drs.? ,,Nu raak ik in de war. Overigens zijn er wel universitair docenten die niet gepromoveerd zijn hoor, met name als ze voor 1980 zijn aangenomen. Maar dat is een uitstervend ras. En dat is maar goed ook.'' De decaan kan niet zeggen wanneer de regeling met Van der Pas is ingegaan of hoe lang die nog duurt.

Mogelijkerwijs voorziet Van der Pas met zijn contract met Justitie in zijn levensonderhoud. Over de hoogte van de betalingen doet Justitie geen mededelingen, noch over de jaarlijkse kosten van het leeftijdsonderzoek. Op de begroting voor 2001 was er 4,7 miljoen gulden voor uitgetrokken.

Geen collegiaal artsencontact

Van der Pas bestiert het leeftijdsonderzoek vrijwel in zijn eentje. Niet alleen heeft hij het ontworpen en voert hij het zelf uit, ook het protocol voor de uitvoering is van zijn hand. Naar buiten toe is hij de enige die het woord voert. Als medewerkers van het Medisch Advies Kollektief navraag willen doen bij de radiologen die de röntgenfoto's beoordelen, stuiten ze op hem. ,,Normaal gesproken krijg je altijd antwoord als de ene dokter iets aan de andere vraagt'', zegt Annemieke Keunen van het Kollektief. ,,Maar wij krijgen dan antwoord van Van der Pas.'' Tot voor kort was Van der Pas zelfs de enige die wist welke radiologen het betrof. Een uitspraak van de Haagse rechtbank maakte daar in juni een einde aan: de rechter beval dat hij de namen van twee radiologen moest afstaan aan drie Angolese asielzoekers die hen voor de tuchtrechter willen slepen. Prompt legden de radiologen hun werk neer, ze zouden zich niet veilig meer voelen. Volgens een woordvoerder van de IND is het beoordelen van de foto's nog altijd niet hervat, zodat het leeftijdsonderzoek al enige tijd stil ligt.

Nadere toetsing van zijn methode acht Van der Pas onnodig. De eerder genoemde Utrechtse epidemiologen Moons en Uiterwaal stelden in 2000 in de Volkskrant voor het botonderzoek toe te passen op enkele honderden asielzoekers van wie de leeftijd vaststaat op basis van documenten. Röntgenfoto's van hun sleutelbeenderen zouden dan moeten worden beoordeeld door twee radiologen die de ware leeftijd op dat moment niet kennen. Van der Pas doet deze onderzoeksopzet in de Volkskrant af als ,,te academisch'': `Onze methode voor leeftijdsinschatting is geen medische test, en moet dan ook niet als zodanig worden beoordeeld. De methode moet meer worden gezien als forensisch onderzoek.' Bovendien acht hij dergelijk onderzoek moeilijk uitvoerbaar: `[..] de meeste asielzoekers komen uit landen met een slecht bevolkingsregister en een slecht bestuurssysteem. Ze komen niet voor niks hierheen. Hoe zeker is dan hun leeftijdsopgave?' Moons en Uiterwaal onderschrijven dit niet. ,,Uiteraard is het wel een medische test en natuurlijk kunnen we een groep asielzoekers vinden van wie de leeftijd vaststaat'', zegt Moons, ,,bijvoorbeeld asielzoekers in Nederland die niet claimen dat ze onder de achttien zijn.'' Van der Pas wilde tegenover deze krant niet reageren.

Zelfs het onafhankelijk toezicht op zijn eigen onderzoek is volgens Van der Pas zijn zaak, zo blijkt uit de volgende `wetenschappelijke conclusie van de onderzoeker' uit zijn protocol: `In het geval dat een wetenschappelijk aspect van het leeftijdsonderzoek naar de mening van de onderzoeker externe toetsing behoeft zoekt de onderzoeker contact met een of meer onafhankelijke deskundigen teneinde een dergelijke toetsing tot stand te brengen en daarover te rapporteren.'

Deze situatie bleef niet onopgemerkt bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, die al in 1998 pleit voor de instelling van een medisch-ethische commissie voor toezicht op het leeftijdsonderzoek. Justitie zegt dit aanvankelijk toe, maar voert het nooit uit. Pas nadat eind vorig jaar ook het rapport van de Ombudsman is verschenen, gaat het solisme van de antropoloog de Tweede Kamer te ver, waarop toenmalig minister Nawijn in mei dit jaar toezegt alsnog een medisch-ethische commissie in te stellen.

Pyrrusoverwinning

Hoewel er al veel rechtszaken over het botonderzoek zijn gevoerd, heeft nog geen enkele vreemdelingenrechter er een principiële uitspraak over gedaan. In navolging van een uitspraak van de Raad van State, de beroepsinstantie voor vreemdelingenzaken, toetsen rechters besluiten van de IND `terughoudend', ervan uitgaand dat het bij uitstek de expertise van de IND is asielverhalen en leeftijdsclaims te beoordelen. Gisteren diende voor rechtbank in Arnhem een zaak die mogelijk wel tot een principiële uitspraak leidt. Een jongen uit Togo en een jongen uit Guinee betwisten hierin dat op basis van het botonderzoek hun meerderjarigheid kan worden vastgesteld. Twee vooraanstaande kinderradiologen hebben in deze zaak betoogd dat dat zeker niet mogelijk is op basis van röntgenfoto's. De landsadvocaat kwam met een Belgische radioloog die vindt van wel.

Het Medisch Advies Kollektief hoopt dat de Arnhemse rechter het leeftijdsonderzoek afwijst. ,,De staat heeft een instrument ontwikkeld dat in handen is van één persoon'', zegt Annemieke Keunen. ,,En daarna heeft de staat de oren dicht gedaan. En de IND heeft het consequent afgedekt.'' Áls het botonderzoek wordt verworpen, zijn honderden jonge asielzoekers sinds 1999 mogelijk ten onrechte als meerderjarig aangemerkt. Toch verwachten vreemdelingenadvocaten in dat geval geen lawine aan claims. ,,Hoe spoor je die cliënt weer op?'', zegt de Amsterdamse advocate Anne Louwerse. ,,Die leven allang ergens op straat of zijn het land uitgezet.'' Haar collega Frank van Haren: ,,Wij moeten nu al cliënten weigeren. Oude cliënten gaan wij niet opzoeken. Daar hebben we het gewoon veel te druk voor.''

Van Haren vraagt zich ook met enige huiver af wat eventueel het alternatief voor het botonderzoek zal zijn. ,,De verdwijning van het leeftijdsonderzoek kan een Pyrrusoverwinning zijn. Toen het hof van Straatsburg `de pingpongroute' van Roosendaal verbood [waarbij asielzoekers op de trein werden gezet en meteen weer terugkwamen - red.] was het enige effect voor ons dat cliënten nog veel langer dan voorheen in vreemdelingenbewaring zaten.'' De IND zal volgens hem hoe dan ook doorgaan de leeftijd van jonge asielzoekers te betwisten. ,,Het belang is te groot. Dit kunnen we niet winnen.''