De hot line is jarig!

Vandaag bestaat de hot line tussen Washington en Moskou veertig jaar. Een succesnummer waar veel onzin over is verkocht.

De nucleaire wapenwedloop is allang voorbij, maar één van de belangrijkste rekwisieten uit die tijd bestaat nog steeds en beleeft vandaag zijn veertigste verjaardag: de hot line, het rechtstreekse alarmnummer voor panische of dolgedraaide Amerikaanse en Sovjet-leiders, die op het punt stonden elkaar en de wereld een vernietigende klap toe te dienen.

Tijdens de Koude Oorlog gold het als de laatste mogelijkheid om in een dialoog tussen de regeringsleiders van de twee supermachten het gezond verstand te laten zegevieren voordat een van hen een kernwapen afvuurde. De hot line werd zo een symbool van hoop.

Het ding figureerde in films als Dr. Strangelove en Fail-Safe, en er is veel onzin over verspreid. Om maar iets te noemen: de hot line is geen telefoon, is niet rood en staat ook niet op het bureau van de president in de Oval Office. Eens een teletype-systeem met telegraaflijnen is het nu een computer- en faxsysteem met satellietverbinding. Het verzendt berichten die bij aankomst in Washington of Moskou worden vertaald. Het apparaat staat in Washington in het Pentagon waar het verbinding heeft met de White House Situation Room, terwijl het in Moskou is ondergebracht in het Kremlin.

Het is met opzet geen telefoon: het geschreven woord, meenden de bedenkers in 1963, verkleinde de kans op misverstanden of foute vertalingen en gaf de leiders de kans om hun adviseurs te raadplegen. Alleen al het schrijven had een kalmerende werking op opgewonden leiders, was de gedachte.

De Sovjet-Unie ging vlug akkoord met de suggestie van president Kennedy om de hot line te installeren na de Cuba-kruisrakettencrisis tussen de twee landen in 1962. Toen bleek immers dat het diplomatieke verkeer vele uren vergde.

Een van de mysteries is hoe vaak de hot line is gebruikt; volgens sommigen niet meer dan enkele tientallen keren. In een aantal crises kwam het ding van pas. Volgens velen is het zelfs een van de grootste successen van het nucleaire tijdperk: Amerikaanse en Sovjet-leiders konden in het geheim explosieve situaties oplossen.

De Sovjets zonden de eerste boodschap op 5 juni 1967, na het uitbreken van de zesdaagse Arabisch-Israëlische oorlog. Minister van Defensie McNamara belde president Johnson in zijn slaapkamer met de mededeling: ,,Meneer de president, de hot line staat aan.'' Johnson en Sovjet-premier Kosygin wisselden zo'n twintig boodschappen uit om, met succes, betrokkenheid van hun landen bij de oorlog te vermijden.

President Nixon gebruikte de hot line tijdens de India-Pakistan-crisis van 1971 en tijdens de oorlog in het Midden-Oosten van 1973. President Carter zond zijn Sovjet-collega Brezjnev een brief over de ontwapeningsbesprekingen, en gebruikte de hot line later om te klagen over de Sovjet-inval in Afghanistan. Zijn opvolger Reagan dreigde in 1986 de Sovjets met ,,ernstige en verreikende maatregelen'' na de arrestatie van een Amerikaanse journalist. In 1999 installeerden de Amerikaanse minister Albright en haar Russische collega Ivanov nog een onderlinge lijn, na misverstanden over `Kosovo'.

De hot line heeft in de VS meer navolging gekregen: er zouden er nu zes of zeven bestaan met Rusland. Ook tussen China en de VS en tussen China en Rusland bestaan er directe verbindingen. En dit is nog maar een greep uit een reeks internationale hot lines tot in het Midden-Oosten en de beide Korea's.

Zo lijkt een hot line voor regeringsleiders in het moderne communicatietijdperk geen anachronistisch instrument. ,,De hot line is belangrijk omdat het ons toestaat ogenblikkelijk een open en directe dialoog te voeren'', zei een woordvoerder van het Witte Huis in 1999. Hij erkende dat de vriendelijker tijden van nu niet meer zo vaak het gebruik van de hot line vereisen. De intensiefste gebruikers zijn de technici die de lijn nog elk uur testen, met boodschappen over sportuitslagen of eetgewoonten.

Immers, de wereld telt nog slechts één supermacht, en George en Michail, Bill en Boris, en George W. en Vladimir gebruikten de afgelopen jaren gewone telefoonlijnen. Dat kan tot misverstanden leiden, zo blijkt uit het boek The Russia Hand van Strobe Talbott. De nieuwe president Clinton belde begin 1993 zijn Russische ambtgenoot Jeltsin om te zeggen dat hij prioriteit ging geven aan Rusland. Jeltsin bleek dronken. Verscheidene keren probeerde Clinton Jeltsin duidelijk te maken dat hij Strobe Talbott tot Rusland-specialist had benoemd. Maar Jeltsin meende de naam van Bob Strauss te horen, een Amerikaanse ambassadeur die hij kende uit de tijd Clintons voorganger Bush, en bejubelde de benoeming. Clinton staakte, schrijft Talbott, zijn pogingen om het gelal van Jeltson te corrigeren. Onbedoeld bewees Jeltsin zo het nut van die goeie ouwe hot line.