De dictator in Willemstad

Geen geld voor basisonderwijs, geen plek in het ziekenhuis van Willemstad. Sint Maarten wil onder het juk van Curaçao uit, ondanks dreigende taal van de Antilliaanse minister van Financiën. `Er bestaat helemaal geen Antillengevoel.'

David bestaat niet volgens de overheid op Sint Maarten. Hij komt niet voor in de bevolkingsregisters en kan geen geboorteakte laten zien. De 11-jarige David kan daar niets aan doen. Toen zijn moeder, afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, hem baarde in het ziekenhuis op Sint Maarten, kon ze de rekening niet betalen. Ze verdween vlak na de geboorte. Maar zonder betaling verstrekt het ziekenhuis geen geboortebewijs. En zonder geboortebewijs geen officiële geboorteakte.

David vond onderdak bij Cassandra Gibbs, een buschauffeur. Zij vangt in haar huis een groeiende groep `documentloze' kinderen op. David heeft nu de leeftijd waarop hij naar school kan. Maar dat mag hij niet, vertelt Gibbs. ,,Want hij heeft geen documenten.'' Een tweede `ongedocumenteerde' jongen zou in Nederland kunnen worden opgevangen, want daar zit een stiefbroer die zich over hem wil ontfermen. ,,Maar de jongen heeft geen identiteit en dus verstrekt de landsregering op Curaçao hem geen reispapieren.''

De opvang van `ongedocumenteerde' kinderen is de verantwoordelijkheid van de voogdijraad en de landsregering op Curaçao, maar die beschikt over te weinig geld en te weinig opvangmogelijkheden. Daarom weten de politie en andere instanties de weg naar Gibbs te vinden. Twee weken geleden kwam de politie nog aanzetten met twee baby's. Ze waren door hun moeder achtergelaten op een vuilstortplaats – de vrouw had al zeven kinderen. Eigenlijk had de voogdijraad een `ondertoezichtstelling' moeten regelen. Maar de opvanghuizen zitten vol, gastgezinnen zijn dun gezaaid en geld voor meer opvangplekken ontbreekt. Gibbs: ,,De twee kinderen zijn teruggebracht naar hun moeder, een jonge vrouw, zonder iets aan haar situatie te doen. Ze is overigens opnieuw zwanger.''

Curaçao laat ons in de steek, luidt overal op Sint Maarten de noodkreet. Enkele kilometers verderop, in een bouwvallig onderkomen in Middle Region, vlakbij de krottenwijk Dutchwalk, bestiert Norma Reyes een schooltje voor veertig illegale kinderen. Ook Reyes' `Good Samaritan-school' is een particulier initiatief. De eilandsraad van Sint Maarten wíl graag meebetalen, maar heeft er geen geld voor.

Niet alle leerlingen op die illegalenschool zijn de dupe van onbetaalde ziekenhuisrekeningen. Er zitten ook kinderen van gastarbeiders uit Haïti, Jamaica of de Dominicaanse Republiek die na hun legalisatie vrouw en kinderen lieten overkomen, maar daar nooit aangifte van hebben gedaan. Op het schooltje van Reyes leren de illegale kinderen Nederlands, Engels, wiskunde en maatschappijleer. Soms lukt het alsnog aan identiteitspapieren te komen, meestal niet. Norma Reyes moet zich bedruipen met particuliere giften, donaties uit het bedrijfsleven, en hulp van vrijwilligers. Haar lesmateriaal: gekopieerde schoolboeken van reguliere scholen uit de buurt.

De landsregering op Curaçao financiert en bestiert sinds jaar en dag vanuit Willemstad de meeste sociale projecten op de andere eilanden. Maar de budgetten worden kleiner. Op alle terreinen doet zich het scherp opgelopen begrotingstekort gelden – komend jaar wordt er op de Antillen een tekort van 376 miljoen Antilliaanse guldens verwacht (190 miljoen euro).

Jongeren die met justitie in aanraking zijn gekomen en in het gouvernements-opvoedingsgesticht thuishoren, kunnen niet meer terecht in Willemstad, terwijl het eilandsbestuur van Sint Maarten zelf zo'n jeugdinrichting niet mag openen. ,,Dat is federaal beleid en het federale bestuur heeft geen geld'', zegt Gibbs. ,,Dus moesten die kinderen tot voor kort naar Curaçao, afgesneden van familie, vrienden en eigen milieu. Tegenwoordig gebeurt zelfs dat niet meer. Hoe het verder moet met de opvang van die jeugdcrimineeltjes op Sint Maarten weet niemand.''

Curaçao heeft het voor een belangrijk deel voor het zeggen op de Antillen. Het eiland bezet 14 van de 21 zetels in het parlement. Dit is zo afgesproken in het Statuut voor het Koninkrijk, op basis van de bewonersaantallen van de eilanden. Maar de banden knellen steeds meer naarmate het geld opraakt. De spanningen tussen de eilanden groeien.

Politieke partijen zijn per eiland georganiseerd en voelen zich vooral vertegenwoordigers van hún electoraat. Sinds de jongste verkiezingen is Frente Obrero Liberashon (FOL), de partij van Anthony Godett, de grootste politieke partij in zowel de landsregering als de Staten. Zo dicteert Curaçao de onderhandelingen met Nederland over de besteding van ontwikkelingsgelden. Want het Nederlandse kabinet en parlement stellen zich tot nu toe op het standpunt dat de Antilliaanse landsregering het bestuurlijke aanspreekpunt is, niet de afzonderlijke eilanden.

Klippers en scooters

,,Het bedrijfsleven hier heeft Godett mede in het zadel geholpen'', zegt de topman van een groot overslagbedrijf op zijn boot aan Barbara Beach. Hij wil niet met zijn naam in de krant, om zijn zakelijke belangen te beschermen. Barbara Beach, vlakbij Willemstad, is elke zondag de ontmoetingsplaats voor de jetset van Curaçao. Een langgerekt wit strand, met palmbomen en vlak voor de kust een lange rij afgemeerde jachten, klippers en waterscooters. Het is de ontmoetingsplek van de enkele duizenden pensionados van het eiland, de top van het Curaçaose bedrijfsleven en hoge ambtenaren. Zondag is de dag van familiereünies op het water. Het is de dag van barbecue, roddels uitwisselen en af en toe flaneren op het strand. Tussen de boten met families liggen scooters en jachten met hangende tieners, van wie iedereen weet waar die hun geld mee verdienen: drugshandel. Anders vertellen de namen van hun boten het wel: `white snow', `XT(sea)'. House waait opdringerig naar de andere boten, zonder dat iemand daar iets van durft te zeggen.

,,FOL kreeg geld van het bedrijfsleven, toen men in de gaten had dat die in 1999 de grootste partij zou worden'', vervolgt de zakenman. ,,Financiering van politiek door bedrijven is staande praktijk op de Antillen'', bevestigt ook Ramosito Booi, politiek leider van de grootste partij op Bonaire, de UPB. ,,Dat is zo en zal altijd zo blijven.'' Regels voor partijfinanciering bestaan niet op de Antillen. Het strafproces tegen politieke kopstukken van FOL en andere politieke partijen geeft aan hoe die cultuur kan uitmonden in smeergeld- en omkooppraktijken.

Door de donaties is FOL met handen en voeten gebonden aan Curaçao. De partij moet haar beloften aan het bedrijfsleven waarmaken en tegelijkertijd het electoraat in de achterstandswijken bedienen. De focus van FOL is gericht op Curaçao.

Curaçao heeft de macht over de Antillen. Toen het eilandsbestuur van Sint Maarten afgelopen week een petitie overhandigde aan een delegatie van Nederlandse fractievoorzitters waarin zelfstandigheid en eigen onderhandelingen met Nederland werden bepleit, kondigde minister Ersilia de Lannooy van Financiën resoluut een boycot van het eiland af. Ze dreigt een openstaand bedrag van 3 miljoen Antilliaanse guldens (omstreeks anderhalf miljoen euro) niet te betalen, geld dat is bedoeld voor uitbetaling van de ambtenarensalarissen. ,,Ik leg in de eerste plaats verantwoording af aan God. Daarna aan de Staten en vervolgens aan de bevolking van Curaçao'', verklaarde de minister in een toelichting.

,,De minister van Financiën lapt met zo'n sanctie de ambtenaren en de onderwijzers aan haar laars'', reageert gedeputeerde Roy Marlin van Sint Maarten. ,,We hebben een mening uitgedragen en dat wordt nu afgestraft. Dat is dictatoriaal.'' Marlin heeft inmiddels voorzorgsmaatregelen getroffen. ,,Als die 3 miljoen inderdaad wordt ingehouden, krijgen we een overbruggingskrediet van de lokale banken. Maar het wordt hoog tijd dat alle betrokken partijen binnen het koninkrijk met oplossingen komen voor zulke praktijken.''

Nederlandse fractievoorzitters, die de eilanden bezoeken maar niet hebben gehoord van het dreigement, geven Marlin desgevraagd gelijk. ,,Pure chantage als Curaçao dat dreigement werkelijk uitvoert'', zegt Boris Dittrich (D66). ,,Het land is in principe bankroet. Er moet gesaneerd worden. Zo doormodderen kan niet meer'', aldus CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen. ,,Het dreigement geeft aan dat er hier totaal geen Antillen-gevoel bestaat. Er zal iets moeten gebeuren om Sint Maarten meer autonomie te geven.'' PvdA-fractievoorzitter Wouter Bos: ,,Het wordt tijd voor een nieuwe generatie politici. Of Nederland moet de koppen hier eens geweldig tegen elkaar slaan. Sint Maarten heeft het volste recht om een dergelijk pleidooi te houden. Het wordt tijd voor een rondetafelconferentie met een eigen positie voor alle eilanden.''

Intensive care vol

De almacht van Curaçao doet zich ook gelden in de gezondheidszorg. Sint Maarten heeft een ziekenhuis, het Medical Centre, niet alleen voor Sint Maarten, maar ook voor patiënten uit de andere bovenwindse eilanden Saba en Sint Eustacius. Maar het ziekenhuis in Willemstad heeft de exclusieve status van algemeen ziekenhuis van de Antillen. En die status geeft het ziekenhuis het recht op een hogere vergoeding per medische handeling dan andere ziekenhuizen. ,,Dat zou nog te verteren zijn als patiënten van de bovenwindse eilanden net zo makkelijk toegang hebben tot het ziekenhuis in Willemstad als patiënten uit Curaçao'', zegt regeringsleider en gedeputeerde Sarah Wescott-Williams van Sint Maarten. Maar dat bleek niet het geval toen twee weken geleden het ziekenhuis in Willemstad een medewerker van de kustwacht, betrokken bij een ernstig auto-ongeluk, weigerde.

Wescott:,,Er was geen plek, want de intensive care zat vol. Die man is uiteindelijk hier op Sint Maarten overleden. Complexe gevallen van te vroeg geboren kinderen kunnen we op Sint Maarten niet behandelen, die moeten naar Willemstad. Maar we hebben onlangs vanuit Curaçao te horen gekregen dat een paar baby's daar niet naartoe konden. Wegens overbezetting en personeelsgebrek. En dan gaan patiënten uit Curaçao voor.''

,,Curaçao pleegt stelselmatig roofbouw op de overige eilanden'', zegt gedeputeerde Marlin. De gezaghebber van Sint Maarten, Franklyn Richards ondersteunt de wens van het eilandsbestuur om uit het huidige staatsbestel van de Antillen te stappen en rechtstreeks gesprekspartner van Nederland te worden. Het eilandsbestuur heeft inmiddels audiëntie gevraagd bij minister Thom de Graaf (D66) van Koninkrijksrelaties om zijn wensen op dat vlak te bespreken. Richards: ,,Het doemscenario is een faillissement van het eilandsbestuur als gevolg van dit voortdurende ad hoc-beleid. De Antillen kennen geen begrotingsdiscipline. Met het risico van sociale onrust op het eiland en toename van emigratie naar Nederland.''