Boegbeeld Tour gaat in vlammen op

Bijna twee maanden geleden startte de honderdjarige Tour de France aan de voordeur van Au Réveil Matin, een herberg waar op 1 juli 1903 de eerste Tour begon. Twee weken geleden brandde het perceel in Montgeron af. Een mysterie.

Om twintig minuten over elf op zondagochtend likken de vlammen aan de prachtige, meer dan een eeuw oude uit meulièrestenen opgetrokken muren, aan de unieke rode daken en aan de beroemde paardenstal, de halte van de legendarische postkoets uit Lyon. In een ommezien verandert de meest bekende herberg van Frankrijk in een vuurzee. Als de brandweer arriveert is het al te laat. Uitgerekend in het jaar van de centenaire, de 100-jarige Tour de France, gaat het boegbeeld van de geschiedenis van de ronde verloren.

Op 1 juli 1903 is Au Réveil Matin de historische eerste permanence van de Tour. Rond de eeuwwisseling vertrekken vanuit deze herberg alle wielerkoersen rond Parijs. De herberg ligt op 19 kilometer van de Champs Elysées aan een kruispunt van wegen aan de rand van het beroemde Forèt de Sénart, waar tijdens een wandeling door het bos Jean Antoinette Poisson, de latere Madame De Pompadour, op een dag koning Lodewijk XV ontmoet, die haar voor de rest van haar leven zal beminnen.

Je verlaat Parijs langs het Bois de Vincennes, waar in 1968 Jan Janssen de Tour de France wint, via de Route National nummer 6 en bereikt het sluimerende, ietwat dromerige platteland. Op de 6 juli jongstleden maakt de Tourkaravaan met z'n duizenden voertuigen nog een ommetje door Parijs om met indrukwekkend ceremonieel te stoppen voor de Réveil Matin waar de officiële start van de eerste etappe plaatsvindt.

Het apetrotse stadje Montgeron heeft in de dagen vooraf een tiental werklieden gezonden teneinde de omgeving van de herberg op te poetsen. Onkruid wordt verwijderd, steentjes opgezogen, waar nodig krijgen borden en bankjes een lik verf. Camera's van tientallen televisieploegen zoemen in om het moment vast te leggen dat het derde herinneringsbord in de historie aan de meulièrestenen van de herberg wordt getimmerd. Dan pas vertrekt de ronde richting de Alpen.

Sinds november 2002 is in de Réveil Matin een Mexicaans restaurant gevestigd, `Hacienda' genaamd. Eigenaresse Raymonde Potteau, die na de oorlog de herberg van haar ouders erft, heeft de voormalige handballer Patrick Asnoun als bedrijfsleider aangesteld. In juni van dit jaar eet ik voor het laatst in de Réveil Matin. Asnoun heeft enkele tonnen in het interieur geïnvesteerd. Zodat nu aan de muur de legendarische eerste Tourwinnaar Maurice Garin pal naast het met grote veren getooide opperhoofd van de Chichimeca hangt. En een historische oude fiets uit 1903 naast een grote sombrero is getimmerd. Het is dinsdag en om half twaalf in de ochtend zijn er geen gasten. We drinken een Poire Williams, het favoriete drankje van Asnoun.

De vorige huurder is volgens Raymonde Potteau in 1994 met achterlating van enorme schulden spoorloos verdwenen. De herberg heeft een macabere geschiedenis. Hij is tientallen jaren de laatste halte vóór Parijs van de postkoets uit Lyon. In de Réveil Matin worden de paarden gewisseld en slapen de koetsiers boven de aangebouwde paardenstal. In het holst van de nacht overvallen bandieten de paardenstal, vermoorden twee koetsiers en gaan er met goud, juwelen en een grote geldsom vandoor. Dit misdrijf gaat de geschiedenis is als L'Attaque du Courrier de Lyon. Er wordt een toneelstuk over geschreven dat tientallen jaren een kassucces is in de Parijse theaters.

Raymonde is bijna negentig en ze sist in haar keuken tussen haar tanden van ongenoegen. Maar met Patrick Asnoun aan het bewind zullen er betere tijden aanbreken. Jarenlang is de Réveil Matin door souvenirjagers uit vele landen – onder wie volgens Madame Potteau ook Nederlanders en zelfs Amerikanen – geplunderd. ,,Als we onze rug gedraaid hadden, gristen ze alles van de muren, petjes, fietspompen, dankbussen, gesigneerde foto's, tricots.''

Asnoun heeft toch nog mooie relikwieën uit het Tourverleden overgehouden. Een stuur van de fiets van Garin, een pet van Hippolyte Aucouturier, een trui van Jean-Baptiste Dortignacq. De Réveil Matin ademt, ondanks de Mexicaans Indiaanse invloeden, nog de sfeer van de pionierstijd. Toen de `vader van de Tour', Henri Desgranges, wekelijks kwam dineren.

Het is twaalf uur. Ik ben nog steeds de enige gast. En bedenk dat zich hier mogelijk een nieuwe financiële catastrofe voor de Réveil Matin aftekent. Tour de France-directeur Jean-Marie Leblanc wil een paar jaar geleden de herberg kopen en er het Tourmuseum inrichten. Maar hij vindt te weinig kapitaal.

Half een op deze dinsdag. Plotseling zwaaien de deuren van Réveil Matin open en in korte tijd zit het restaurant vol. Ik reserveer snel de laatste tafel. Zestig, zeventig personen kwekken tijdens hun etentje. Je kunt Mexicaans eten. de lievelingskeuken van Tourwinnaar Greg LeMond, Borito en Fejitas. Of gewoon klassiek Frans. Asnoun glundert: ,,We draaien een goede omzet.''

Maar dan op zondagochtend komt het hellevuur, dat past in het drama van honderd jaar Tour. Ik bel Asnoun op al zijn nummers, hij lijkt van de aardbodem verdwenen. Ik spreek monsieur Bellet, le commissaire de la police van Montgeron. Hij is zeer terughoudend. Er loopt een enquête, een onderzoek. Bellet zegt: ,,Of het is een ongeluk of het is een criminele actie.''

Intussen ligt het museumstuk, de fiets uit 1903, gesmolten tussen het puin op de vloer.