Bemoeizucht

Eén op de tien huurders kampt met een huurachterstand en het aantal huisuitzettingen stijgt. Toch wil de gemeente Amsterdam geen geld meer steken in De Vliegende Hollander. Deze `dienstverleners' proberen te voorkomen dat mensen met schulden uit hun huis worden gezet. Over zelfredzaamheid, eigen verantwoordelijkheid en de noodzaak van pamperen. `Vooral allochtonen zoeken de schuld buiten zichzelf.'

Op een ochtend in de herfst, bijna drie jaar geleden, stond Willy Louwers voor het huis van een oude man in Amsterdam-West. Hij was al twee keer eerder bij hem langsgeweest, op een avond en op een middag, maar toen werd de deur niet opengedaan. Van een buurvrouw hoorde hij dat de man 's nachts werkte, hij maakte kantoren schoon en om acht uur 's ochtends kwam hij thuis. Willy Louwers was vroeg opgestaan, hij was er om half acht.

De man had een hoge huurschuld, hij zou zijn huis kwijtraken als hij niet betaalde. Maar de woningbouwvereniging had nog geen ontruimingsvonnis aangevraagd bij de rechter. Medewerkers van de incasso-afdeling wisten niet wat ze ermee aan moesten. De man was bijna tachtig. Ze belden met Willy Louwers van de Vliegende Hollander, een afdeling van HVO-Querido (vroeger Hulp Voor Onbehuisden) in Amsterdam die probeert ontruimingen te voorkomen.

Willy Louwers wachtte veertig minuten. Toen kwam de man eraan, op de fiets. In zijn huis stonk het naar urine. ,,Ik heb niet de indruk dat er wordt schoongemaakt'', schreef Willy Louwers later in zijn dossier. De man zei dat hij niet snapte waarom hij schulden had. De huur werd automatisch van zijn rekening afgeschreven, en daar stond altijd geld op, dacht hij. Hij had een AOW-uitkering, een pensioen, hij werkte nog, en hij verhuurde een kamer.

Willy Louwers zag op giroafschriften dat er bij pinautomaten grote bedragen van zijn rekening waren gehaald. Er was saldotekort. Maar de man zei dat hij zijn giropas alleen bij Albert Heijn gebruikte. Hij tekende een verklaring dat de Vliegende Hollander zijn financiën ging beheren. Willy Louwers zou de huur voor hem betalen, de ziektekostenverzekering en het gas en licht. De man zou iedere week geld krijgen voor boodschappen. Zijn rekening werd geblokkeerd. Maar zijn huis kon hij houden.

De Vliegende Hollander was in die tijd nog een experiment van HVO en het Leger des Heils in Amsterdam. De afdeling was in 1998 opgericht. Het idee kwam van medewerkers van HVO die daklozen op straat opzochten en probeerden te helpen. De politie of deurwaarders vroegen soms of zij opvang wilden regelen voor mensen die uit hun huis werden gezet. Ze waren erbij als huizen werden leeggehaald, en ze maakten mee dat er op het laatste moment toch nog met deurwaarders kon worden onderhandeld over afbetaling van de huurschuld.

In 2000, toen Willy Louwers bij de oude man voor de deur stond, kregen de medewerkers van de Vliegende Hollander per week vijf of zes meldingen van dreigende ontruimingen. Ze gingen meteen op huisbezoek. Meestal namen ze het financiële beheer van de huurders over en deden een voorstel aan de deurwaarder om de schuld in termijnen af te betalen. In zo'n tachtig procent van de gevallen had hun bemoeienis succes, de ontruiming ging niet door.

Vorig jaar kregen ze opeens twee keer zoveel werk. Het aantal meldingen steeg van zo'n driehonderd per jaar tot meer dan zeshonderd. Er waren opvallend veel gezinnen bij. De medewerkers hadden geen idee hoe dat kwam. Nu valt hun op dat ze steeds vaker cliënten hebben zonder inkomen, iedere week wel één of twee. Dat begrijpen ze wél. Het zijn mensen die hun werk kwijtraakten of ziek werden en soms maanden moeten wachten op een uitkering. ,,Eerder was het zo dat ze een voorschot kregen van de sociale dienst'', zegt Willy Louwers. ,,Die verhaalde dat dan op de andere instanties. Maar het wordt grimmiger. Mensen worden soms al bij de balie van de sociale dienst weggestuurd.''

De medewerkers van de Vliegende Hollander sturen hen dan weer terug. Of ze gaan zelf bellen. Willy Louwers: ,,Dat wekt irritatie, maar uiteindelijk heb je wel resultaat.'' Ook de bureaus voor schuldhulpverlening worden, zegt hij, strikter en slechter bereikbaar. ,,Door de recessie neemt de druk op die instanties ook toe. Vroeger waren schuldhulpverleners nog wel bereid om met het GAK te bellen over een uitkering die maar niet kwam. Nu zeggen ze: `Regel eerst zelf maar een uitkering.'''

Er waren ook schuldhulpverleners die cliënten met een huurachterstand meteen doorverwezen naar de Vliegende Hollander. Een bureau voor schuldhulpverlening in de binnenstad had het telefoonnummer van de Vliegende Hollander ingesproken op het antwoordapparaat: bij dreigende ontruiming moesten cliënten dáár zijn. Woningcorporaties en deurwaarders bellen ook steeds vaker naar de Vliegende Hollander om een ontruiming aan te kondigen. Het ontruimingsvonnis was bedoeld als laatste incasso-maatregel – kon de Vliegende Hollander bij de huurders langsgaan en een regeling bedenken?

Maar nu is het niet meer de bedoeling dat de medewerkers van de Vliegende Hollander 's ochtends vroeg op straat gaan staan om cliënten op te wachten. Ze gaan ook niet meer meteen op huisbezoek – soms blijft het bij een advies door de telefoon. En het is nu zelfs niet meer zo dat iedere melding in behandeling wordt genomen. ,,Wij reden als een vuilnisman door de stad'', zegt Stan Poels, directeur van HVO-Querido. ,,Maar zo moet het niet. De verantwoordelijkheid begint bij de woningbouwverenigingen. Dan heb je nog schuldhulpverleners en maatschappelijk werkers. Zij moeten eerst wat doen. Dan pas komen wij. Wij willen de bezemwagen zijn.''

Cocaïne en heroïne

Op een ochtend, begin augustus, zit Willy Louwers in de flat van een Turkse man in Amsterdam-Oud-West. De ramen en de gordijnen zijn dicht, op tafel brandt een kaars, de televisie staat aan. ,,Wilt u die uitzetten?'' vraagt Willy Louwers. De man zet de televisie uit. Hij is achtenveertig. Een stevige man met kort zwart haar en een snor. Naast hem op de bank zit zijn neef uit Turkije die met vakantie is in Nederland. De man zegt dat hij 's nachts trams schoonmaakte, maar nu heeft hij al tien jaar een WAO-uitkering.

,,U hebt een huurschuld van 1.500 euro'', zegt Willy Louwers. De man knikt, hij zegt: ,,Dinsdag komt mijn uitkering en dan ga ik 650 euro betalen.'' Willy Louwers: ,,Hebt u eerder met deurwaarders te maken gehad?'' Nee, zegt de man. Hij vertelt dat zijn uitkering zes jaar lang werd beheerd door een afdeling van de Jellinekkliniek, een verslavingskliniek in Amsterdam. Maar die afdeling werd begin dit jaar opgeheven.

Willy Louwers vraagt of hij bankafschriften van de afgelopen maanden kan zien. De man geeft hem een stapel papieren. ,,Uw uitkering komt binnen'', zegt Willy Louwers langzaam, ,,en dan haalt u het geld er meteen af. Wat doet u ermee?'' ,,Drugs, hè', zegt de man. ,,Kankerdingen.'' ,,Wat gebruikt u?'' vraagt Willy Louwers. ,,Cocaïne en heroïne'', zegt de man. ,,Al bijna twintig jaar.''

Het gas en licht in zijn woning zijn afgesloten omdat hij de rekeningen van het elektriciteitsbedrijf niet betaalde. Maar hij heeft het zegel van de afsluiting verbroken en nu kan hij toch televisie kijken. ,,Ik krijg daar een boete voor, vijftig euro.'' Willy Louwers reageert verbaasd. ,,Zo weinig?'' De man vertelt dat hij ook nog een andere boete moet betalen: 138 euro omdat hij op straat drugs gebruikte. Als hij volgende week zijn uitkering krijgt, wil hij die ook meteen betalen. ,,Maar u gaat 650 euro betalen aan de woningbouwvereniging'', zegt Willy Louwers. ,,Waar leeft u dan van?'' ,,Mijn neef gaat mij helpen'', zegt de man. Willy Louwers: ,,Uw neef? Dat vind ik niet passen, hoor. Die jongen heeft vakantie.'' De man zegt niets.

Willy Louwers denkt even na, dan zegt hij: ,,Die boete kan wel even wachten. Die wordt dan verhoogd, maar dat kan niet anders. Wij moeten ons nu concentreren op de huur.'' ,,Okee'', zegt de man, ,,dan betaal ik volgende week 800 euro aan de woningbouwvereniging.'' En hij wil graag dat Willy Louwers daarna zijn financiën gaat beheren. Maar die aarzelt. Er is een afdeling van de sociale dienst waar de man ook terecht kan – `financial services'. Maar dat wil de man niet. ,,Een vriend van mij is daar geweest. Ze stelen geld van je.'' Hij zet meteen zijn handtekening onder de papieren waarin staat dat de Vliegende Hollander zijn geld zal beheren. ,,U hoeft het niet te lezen?'' vraagt Willy Louwers.

Uit een onderzoek van de Nederlandse vereniging van woningcorporaties Aedes, dat in mei werd gepubliceerd, blijkt dat in de vier grote steden het aantal mensen met een huurachterstand vorig jaar is toegenomen met 2,7 procent, tot ruim 10 procent van het totale aantal huurders. Maar het aantal huisuitzettingen door huurschuld daalde in de grote steden met 7,4 procent. Volgens Aedes komt dat omdat corporaties streng zijn in hun incasso-beleid. Ze waarschuwen mensen eerder als er een achterstand is, ze werken samen met hulpverleners, ze bieden betalingsregelingen aan. Ook bleek dat het aantal uitzettingen als gevolg van overlast vorig jaar was verdubbeld. In het rapport staat dat dat ,,vermoedelijk'' ook komt door een strikter beleid van corporaties en door een veranderde houding bij rechters die een ontruimingsvonnis uitspreken. Zij lijken ,,mee te gaan in de maatschappelijke trend om minder te gedogen en eerder verantwoordelijkheid te nemen als grenzen van aanvaardbaar gedrag overschreden worden.''

In Amsterdam nam het aantal ontruimingen vorig jaar toe met 3,5 procent, het waren er 763. Volgens woordvoerder Jan Willem Kluit van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties zijn die uitzettingen in zo'n 80 procent van de gevallen het gevolg van huurschuld. Hij weet niet of ook in Amsterdam overlast nu vaker dan vorig jaar een reden is voor ontruiming. Maar erg duidelijk zijn die twee categorieën niet van elkaar te onderscheiden. Een lastige huurder die niet betaalt wordt sneller uit zijn huis gezet dan een rustige huurder die niet betaalt. De corporaties, zegt Jan Willem Kluit, zullen bij overlast ook minder snel een voorstel van de Vliegende Hollander accepteren.

Tot nu toe kreeg HVO-Querido geld van de gemeente voor deze afdeling, maar Amsterdam wil dat daar een eind aan komt. De Amsterdamse woningbouwverenigingen, de bureaus voor schuldhulpverlening en ambtenaren zitten sinds kort samen in een werkgroep om te bedenken hoe het verder moet met de Vliegende Hollander. Want allemaal vinden ze nu wel dat de afdeling niet zomaar mag verdwijnen. Uit een recent onderzoek, `Duurzaam geholpen?', door de Universiteit van Amsterdam blijkt dat bijna tachtig procent van de huurders bij wie een ontruiming op het laatste moment kon worden voorkomen ook een jaar later nog in hetzelfde huis woont. De woningbouwverenigingen hebben nu besloten dat ze tot het eind van dit jaar vijftigduizend euro over hebben voor de Vliegende Hollander. Maar ze willen, zegt Jan Willem Kluit die ook in de werkgroep zit, nu wel precies weten wanneer de Vliegende Hollander ingrijpt en waarom.

De werkgroep moet nu ook bedenken of de Vliegende Hollander wel bij HVO-Querido hoort. Jan Willem Kluit van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties denkt dat de afdeling misschien ondergebracht kan worden bij de bureaus voor schuldhulpverlening. ,,Dan worden zij daar een buitendienst van.''

Maar dan zou alles anders worden voor de Vliegende Hollander. Schuldhulpverleners moeten zich houden aan regels bedacht door de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet. Ze mogen bijvoorbeeld niet voorstellen dat cliënten eerst hun huurschuld afbetalen en andere schulden maar even vergeten. Schuldhulpverleners mogen ook maar een beperkt percentage van het inkomen gebruiken voor aflossing. De medewerkers van de Vliegende Hollander geven cliënten soms niet meer dan dertig euro per week om van te leven, als ze weten dat die een paar keer per week bij familie of vrienden kunnen eten. Dan blijft er meer geld over voor de deurwaarder, en die zal dan sneller akkoord gaan met een regeling.

De medewerkers van de Vliegende Hollander beslissen nu zelf of ze zich met een dreigende uitzetting bemoeien en hoe. Ze hebben zelf tijdens hun vergaderingen bedacht dat ze mensen maar één keer helpen, dat ze ook maar één keer op huisbezoek gaan, en dat ze niet langer dan een half jaar het financiële beheer van een cliënt doen. Maar als ze vinden dat het toch anders moet, dan doen ze dat. Er was een zwakbegaafd echtpaar in Bos en Lommer voor wie Willy Louwers bijna drie jaar lang het geld beheerde. Er was een man in de Jordaan, verslaafd aan alcohol, die hij het afgelopen half jaar zes keer heeft opgezocht. En soms proberen de medewerkers ook voor de derde keer nog een ontruiming te voorkomen. Nu doen ze dat bij een Surinaamse vrouw van 64 jaar met ruim drieduizend euro huurschuld. Ze vertrouwt niemand, ze houdt zich niet aan afspraken. Er is geen hulpverlener die nog zin heeft om iets voor haar te doen.

De medewerkers van de Vliegende Hollander gaan niet meer langs bij een Surinaamse vrouw met twee kinderen in Amsterdam-Zuid-Oost, die ook in 2001 al met ontruiming werd bedreigd. Ze heeft nu een huurschuld van bijna drieduizend euro. Vorig jaar was ze drie maanden in Suriname, de sociale dienst ontdekte dat en stopte met het betalen van haar uitkering. Een van de medewerkers van de Vliegende Hollander, die haar op een middag in augustus aan de telefoon had, doet voor haar collega's voor hoe de vrouw praatte: ,,Nou ja! Ik was drie maanden in Suriname en toen kreeg ik geen uitkering meer. Je moet toch op vakantie kunnen gaan?''

Nergens anders in Nederland bestaat een organisatie of een afdeling van een stichting die hetzelfde werk doet als de Vliegende Hollander in Amsterdam. De afdeling heeft nu zeven mensen in dienst. Ze hebben een HBO-opleiding, maatschappelijk werk of juridische dienstverlening, en ze zijn tussen de dertig en veertig jaar oud. Ze noemen zichzelf dienstverleners, geen hulpverleners. Ze vinden wel dat ze óók een opvoedende taak hebben. Daarom zei Willy Louwers tegen de Turkse man in Oud-West dat het ,,niet passend'' was als hij zijn neef vroeg om geld. ,,Ik vind dat je mensen moet wijzen op hun verantwoordelijkheid. Iemand mag van mij wel voelen dat hij verkeerde keuzes maakt.'' Het ergert hem als mensen de schuld van hun problemen buiten zichzelf leggen, en vinden dat ze recht hebben op voorzieningen. ,,Je ziet dat vooral veel bij allochtone cliënten. Dat heeft natuurlijk te maken met hoe wij onze verzorgingsstaat hebben opgebouwd.''

Uit het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam, `Duurzaam geholpen?', komt dat allochtonen zich ook makkelijker laten helpen dan autochtoon Nederlandse cliënten. De bemoeienis van de Vliegende Hollander heeft bij hen meer succes dan bij Nederlanders.

Bankafschriften

Op een woensdagmiddag, eind juli, rijdt Edwin Hes in de dienstauto van de Vliegende Hollander naar Amsterdam-Noord. In een klein huis met rood-witte luiken wonen een jongen van achttien en zijn oma van zesenzestig. De moeder van de jongen is vorige maand overleden. Ze liet een huurschuld na van 2.775 euro, over een week zal het huis worden ontruimd.

De jongen zit op een stoel voor de televisie. Die staat op SBS. Zijn oma zit op een gele leren bank. Ze draagt een geel-wit gestreept T-shirt en een gebloemde rok, ze heeft lang, grijs haar in een staart. Naast haar ligt een pakje shag. Het haar van de jongen staat in plukken overeind, hij draagt een gebleekte spijkerbroek, een trainingsjas, sportschoenen. Edwin Hes vertelt dat de moeder de Vliegende Hollander eind vorig jaar had gebeld over haar huurschuld. Maar ze wilde toen niet dat er iemand langskwam, haar zoon en haar moeder mochten er niets van weten. ,,We hebben haar een folder gestuurd. Meer konden we niet doen'', zegt hij. ,,Weet u waar dat geld aan is opgegaan?'' De oma zucht. ,,Geen idee. Ze vertelde nooit wat.'' De jongen zegt: ,,Ze dronk niet, ze rookte niet, ze was altijd thuis. Ze kwam alleen de deur uit als ik moest sporten, dan kwam ze kijken.''

Edwin Hes vraagt of er familie is die kan helpen. ,,We hebben met niemand contact'', zegt de jongen. ,,Mijn vader heb ik in januari gezien, voor het eerst sinds twaalf jaar. Hij doet niks voor mij.'' Hij zegt dat zijn oma suikerpatiënt is en aan een hartkwaal lijdt, ze kan nauwelijks lopen. Ze heeft een AOW-uitkering. De jongen heeft zelf een paar maanden in de bouw gewerkt, maar nu is hij werkloos. Edwin Hes: ,,Ben je al bij het CWI geweest om een uitkering aan te vragen?'' Nee, zegt de jongen. Dat zal hij straks meteen doen.

Edwin Hes vraagt of hij bankafschriften kan zien. De vrouw neemt hem mee naar de keukentafel. De jongen blijft zitten. Hij vertelt dat hij aan atletiek doet, en dat zijn opa wilde dat hij mee zou doen aan de Olympische Spelen. ,,Dat was zijn droom.'' Hij zegt ook dat hij er niet aan moet denken dat de deurwaarder het huis komt leeghalen. ,,Als je ziet wat ik boven heb staan. Alleen al voor een paar duizend euro aan schoenen, voor ieder onderdeel een ander paar.'' Edwin Hes hoort het niet. Als hij weer zit, vertelt de jongen over zijn moeder. ,,Haar hart is gescheurd, ze was opeens dood. Ik kan niks verwerken, er moet zoveel geregeld worden door die schulden. Ik heb al een black-out gehad. Ik zag vlekken en begon mezelf in mijn armen te snijden.'' Edwin Hes knikt. Hij legt uit dat de Vliegende Hollander hun geld zal gaan beheren en dat hij een voorstel zal doen aan de deurwaarder om de schuld af te betalen. ,,Het lijkt me stug'', zegt hij, ,,dat jullie worden ontruimd voor iets wat je moeder heeft gedaan.'' Buiten zegt Edwin Hes: ,,Een schrijnend geval. Als zij worden ontruimd, gaan wij op de stoep staan.''

Gevangenis

Twee dagen later is Edwin Hes opnieuw bij de vrouw en de jongen. Bij zijn eerste bezoek was hij een papier vergeten dat ze moeten tekenen om hun inkomen te laten beheren door de Vliegende Hollander. Hij vraagt of de jongen een uitkering heeft aangevraagd. ,,Nee'', zegt hij. ,,Gisteren was ik helemaal gebroken. Ik ga straks.'' De week erna, op maandag, belt Edwin Hes hem op zijn mobiele telefoon. ,,Heb je een uitkering aangevraagd?'' Nog niet, zegt de jongen. Het CWI-kantoor bij hem in de buurt was op vrijdag dicht, en nu lag hij op het strand. ,,Dat heb je ook nodig'', zegt Edwin Hes. ,,Maar morgen moet je echt gaan.'' Twee dagen later belt Edwin Hes de oma van de jongen om te vertellen dat de deurwaarder zijn voorstel heeft geaccepteerd, ze moeten iedere maand 75 euro afbetalen, de ontruiming gaat niet door. ,,Is uw kleinzoon al bij het CWI geweest?'' De vrouw weet het niet, maar ze zal hem laten terugbellen. Dat doet hij niet, en hij neemt de dagen erna zijn mobiele telefoon niet op. ,,Ik denk dat hij ziet dat ik het ben'', zegt Edwin Hes.

Edwin Hes vindt van zichzelf dat hij ,,te goed van vertrouwen'' is. Er zijn collega's, zegt hij, die veel meer van cliënten willen weten dan hij. Maar hij vindt dat hij niet meer zo naïef is als toen hij net bij de Vliegende Hollander kwam werken, tweeënhalf jaar geleden. ,,Mijn inschatting was toen steeds dat mensen hun geld ook wel zelf konden beheren. Daar ben ik van terug gekomen.''

De medewerkers van de Vliegende Hollander weten dat ze het vooral moeten hebben van hun bemoeizucht. Hun cliënten zijn vaak mensen die niet begrijpen wat ze moeten doen om van hun problemen af te komen. In contact met instanties of hulpverleners zijn ze te afwachtend, of te agressief. De Vliegende Hollander, zegt Willy Louwers, ,,vult het tekort van andere instanties aan''. Het is daardoor wel moeilijk om weer van cliënten af te komen. Na een half jaar zouden anderen het werk van de Vliegende Hollander moeten gaan doen. Familie, de kerk, een welzijnsstichting, een wijkpost voor ouderen, een maatschappelijk werker, een commercieel bureau, of de sociale dienst.

Op een woensdagmiddag houdt Leon Koetsenruijter van de stichting Humanitas Inkomensbeheer intake-gesprekken met cliënten die hij overneemt van de Vliegende Hollander. Edwin Hes van de Vliegende Hollander is er ook bij. Tegenover hen zit een man uit Amsterdam-Oost, 49 jaar. Hij heeft een shaggie in zijn mondhoek, hij draagt een blouse met gele bloemen, een spijkerbroek, slippers. Leon Koetsenruijter noemt alle vaste uitgaven van de man op en vraagt of de bedragen kloppen. ,,U betaalt 45,43 euro per maand voor UPC. Dat is veel.'' ,,Ja'', zegt de man, ,,ik betaal dat altijd, maar ik denk: ze belazeren de boel bij de kluit.'' ,,We moeten nagaan hoe dat zit'', zegt Leon Koetsenruijter. ,,We gaan niet meer betalen dan nodig is, toch?''

De man vertelt dat hij zich over een paar weken bij de gevangenis moet melden, hij moet zeventig dagen zitten. Maar dan wordt net zijn woning gerenoveerd en krijgt hij vervangende woonruimte. Als hij niet thuis is, krijgt hij die woning niet. ,,Wat gaat u nu doen?'', vraagt Leon Koetsenruijter. De man heeft geen idee. Edwin Hes vraagt: ,,En wat gebeurt er als je je niet meldt?'' ,,Dan komen ze me op een dag halen, 's ochtends vroeg'', zegt de man. Edwin Hes: ,,Wacht dan gewoon tot je die woning hebt. Dan meld je je daarna.'' De man knikt, hij zegt: ,,Ze komen meestal toch pas na anderhalve maand.'' Leon Koetsenruijter: ,,Dus u bent van plan om zich nu niet te melden?'' De man kijkt naar Edwin Hes. Die zegt: ,,Dat lijkt mij de beste optie. Het is vervelend als ze je komen halen, maar het komt niet onverwacht. Zet je tas met je tandenborstel maar vast klaar.'' De man glimlacht: ,,Heb ik al gedaan.''

Leon Koetsenruijter doet het dossier van de man dicht en zegt: ,,Laat u het ons weten als u in detentie gaat of als u wordt opgepakt? Dat is van belang in verband met uw uitkering. U kunt mij bellen tijdens ons telefonisch spreekuur, maar het is niet makkelijk om er doorheen te komen. Buiten dat spreekuur ben ik niet bereikbaar.''

Cliënten van de Vliegende Hollander, zegt Leon Koetsenruijter later, zijn niet gemakkelijk. ,,Als ze bij ons komen, is het een cold turkey voor ze. Ze zijn door de Vliegende Hollander vertroeteld.''

    • Petra de Koning