Sardinië wil geen dump worden

De Italiaanse regering zoekt een locatie om kernafval op te slaan. In Sardinië voelt men nattigheid.

Het bijna bovennatuurlijk mooie Sardinië is sinds jaar en dag de topbestemming voor Italiaanse toeristen. Maar de aantrekkingskracht van het eiland gaat verder. Het dreigt ook de favoriet te worden van kernenergiespecialisten op zoek naar een dumpplaats voor de 55.000 kubieke meter radioactief afval in Italië. Sardinië's uitzonderlijke geologische structuur zou heel geschikt zijn voor de opslag van afval uit kerncentrales, ziekenhuizen en laboratoria.

Sinds deze zomer zijn liefhebbers en bewoners van Sardinië in verzet tegen de mogelijke bouw van een centrale opslagplaats voor Italië's nucleaire restanten. ,,Die rommel bedreigt de vakantie-industrie'', aldus oppositieleider Gianmaria Selis van de linkse democraten in de regio Sardinië. En dat terwijl het relatief arme eiland voor de toekomst nog zoveel meer verwacht van het toerisme. Opslag van radioactief afval staat volgens Selis ook haaks op de recente opening van een groot aantal natuurreservaten. ,,Het zou ons imago als nog onbedorven vakantieparadijs in één klap vernietigen.''

Italië heeft na een referendum in 1987 alle vier zijn kerncentrales gesloten. Maar het probleem van het radioactief afval is daarmee niet opgelost. Tot nu toe is het bewaard op een twaalftal plekken, waaronder de terreinen van de ontmantelde kerncentrales. Maar vrijwel direct na de aanslagen van 11 september 2001 op het WTC in New York en het Pentagon in Washington besloot de Italiaanse regering dat de opslag beter moest. Veiliger, zodat kwaadwillende lieden er minder makkelijk bij kunnen komen. Om het afval van kerncentrales en ziekenhuizen beter te bewaken werd besloten dat er een centrale opslagplek moest komen. Een generaal, Carlo Jean, kreeg de opdracht om uit te zoeken waar dit zou moeten geschieden.

Hij stelde een lijst met karakteristieken op waaraan de opslagplaats moet voldoen. Het moet een dunbevolkt gebied zijn, met veel militaire bases en verlaten mijnen, zonder risico voor aardbevingen, vulkaanuitbarstingen of overstromingen en met honderd meter dikke ondergrondse kleilagen.

,,Dat is Sardinië'', zo concludeerde een journalist van l'Unione di Sardegna. Hij publiceerde een serie artikelen waarin hij verslag deed van het dreigende gevaar. Onmiddellijk was het vakantie-eiland in rep en roer. Vele beroemde Italianen, onder wie Oscarwinnaar Roberto Benigni, tekenden tegen de komst van het afval. Kerk, ondernemers, vakbonden, vakantiegangers en bewoners protesteerden fel, en het bestuur van de regio nam een wet aan waarin Sardinië tot niet-nucleair gebied werd verklaard.

Generaal Jean reageerde door te stellen dat zijn commissie nog nooit een naam had genoemd en dat het dus onzin was ervan uit te gaan dat Sardinië met het afval zal worden opgescheept. Berlusconi en andere politici beklemtoonden in hun reactie dat er nooit radioactief afval op Sardinië zou worden opgeslagen.

Toch vocht de regering slechts een paar dagen later al Sardinië's antinucleaire wet aan bij het constitutionele hof. Een daad die op Sardinië wordt beschouwd als een bevestiging van de veronderstelling dat de politiek in het geheim al heeft besloten dat het afval naar Sardinië moet worden verscheept.

Na Sardinië begonnen ook andere regio's alvast te protesteren tegen de mogelijke komst van kernafval. Met name in Apulië, in de hak van Italië, is men bang uitgekozen te worden als centrale opslagplaats voor radioactief afval. [Vervolg KERNAFVAL: pagina 5]

KERNAFVAL

Sardinië ongerust over kernafval

[Vervolg van pagina 1] Vlak voor de zomer hebben de presidenten van alle Italiaanse regio's het voorstel met de criteria voor opslag van generaal Carlo Jean gezamenlijk verworpen. Ze willen niet tegen elkaar worden uitgespeeld. Dit geeft ze echter slechts tijdelijk uitstel, omdat in de Senaat spoedig wordt gestemd over een wet die de regering de bevoegdheid geeft om binnen een jaar de criteria per decreet vast te stellen, indien de regio's er onderling niet uitkomen.

Inmiddels circuleren er diverse meer of minder serieuze alternatieven voor de centrale opslag. Het meest aantrekkelijke, maar nog lang niet realiseerbare en volgens veel politici om ethische redenen te vermijden alternatief is het afval exporteren naar Rusland. In het kader van de G8 en het global partnershipprogramma wordt momenteel gewerkt aan een plan om tegen flinke betaling een enorme hoeveelheid buitenlands radioactief afval in Rusland veilig op te verwerken. Nu ontbeert dat land kennis en geld om veilig met het materiaal om te gaan. In die besprekingen wordt overwogen om nucleair afval uit West-Europa in vernieuwde Russische installaties en opslagplaatsen te verwerken.

Minister van Parlementszaken Carlo Giovanardi stelde deze week voor om in plaats van een centrale opslagplaats te kiezen voor diverse kleine dumpen in verschillende Italiaanse regio`s.

Maar daar is onder meer door Paolo Russo, de voorzitter van de parlementscommissie die zich met de zaak bezighoudt, verzet tegen aangetekend. Het kernafval zou dan minder goed te beveiligen zijn, de opslag zou veel duurder worden en Italië zou bovendien niet voldoen aan de eis van de Europese Unie dat er een centrale opslagplaats moet komen. Bovendien zou het voordeel van centrale opslag zijn dat ter plekke een kenniscentrum kan worden ontwikkeld waar wetenschappers onderzoek kunnen doen naar de manier waarop radioactief afval het best kan worden behandeld. Dergelijke innovatieve kennis zou volgens Russo te gelde kunnen worden gemaakt als de aanbesteding begint voor de ontmanteling van een aantal Oost-Europese kernreactoren.

Op Sardinië is men allerminst gerust op de goede afloop. Volgens de journalist die de discussie aanzwengelde wordt Sardinië niet alleen om geologische, maar ook om politieke redenen uiterst geschikt geacht. De regio is met anderhalf miljoen inwoners relatief dunbevolkt en levert dus maar weinig parlementszetels op.

Oppositieleider Selis voegt daar aan toe dat Sardinië al eens eerder is bedrogen door de politiek in Rome, ook ten aanzien van nucleaire zaken. De Amerikaanse onderzeeërs die in de jaren zeventig naar de NAVO-basis op het eiland kwamen, zouden, zo beloofde indertijd de regering voor hun komst, conventionele exemplaren zijn. Later bleken het echter om nucleaire onderzeeërs te gaan. ,,Wie garandeert ons dat de regering nu wel doet wat ze belooft?''