Rennen als Tom & Jerry

Voor Scapino Ballet Rotterdam maakte Nanine Linning een choreografie gebaseerd op strips. Ze trof een ideale componist erbij: Jacob ter Veldhuis.

`Ready dansers? Oké.'' In een studio van Scapino Ballet Rotterdam start choreografe Nanine Linning de band. Er klinken stemmen, hectisch xylofoonspel, spookachtig hol gelach. Een zware slepende melodie wordt herhaald en herhaald. Plotseling klinkt uit de pandemonische geluidenbrij een welluidend: `koekoek'. Zes dansers laten hun lijven rollen, slingeren benen als uitgerekte kauwgomslierten om een ander, waggelen op onzekere pootjes en hobbelen tot slot op hun kont over de grond.

Jacob ter Veldhuis registreert ter plaatse de dans op video. Voor hem is dit een volgende stap bij de compositie die hij in opdracht voor de huischoreografe van dit dansgezelschap creëert. Onder haar bewegingspartituur kan hij de muziek aanpassen, accelereren of meer verstild maken. Tot nog toe zijn het nog maar enkele korte stukjes met werktitels zoals `kick ass', `hahaha echo' of `popeye beat'. In totaal moet het uitgroeien tot twaalf scènes. Uitgangspunt voor Bubble gum Wrapper, de vierde choreografie die Linning bij Scapino maakt, is de wereld van animatie: van cartoons, tekenfilms en strips.

Linning is gek op cartoons. Jaren geleden bracht ze veel tijd door in de studio van een animator en raakte gefascineerd door het maffe en energieke van diens tekeningen. ,,Het idee om daar iets mee te doen bleef sudderen'', zegt ze. Nu is het idee rijp. Ze zag meteen dat Ter Veldhuis de componist was die ze nodig had. ,,Door dat samplen, het gebruik van tekst en stemmetjes, door de snelle overgangen en scherpe contrasten.''

Linning leerde de muziek van Ter Veldhuis in 2001 kennen op een vierdaags Rotterdams festival dat aan hem was gewijd. Ze viel vooral voor zijn composities Heartbreakers en GRAB IT! en kocht vier van zijn cd's, bekent ze.

Toen ze een duet had afgerond en er muziek bij zocht, bleek een van zijn strijkkwartetten daar naadloos bij te passen. ,,Die man begrijpt me, dacht ik. Hij hanteerde eenzelfde spanningsboog. Het paste volkomen qua sfeer, dynamiek, klankkleur. Met humor naast het serieuze.''

Omgekeerd vond Ter Veldhuis het ontroerend hoe zijn tweede en derde strijkkwartet in Linnings choreografie Karpp! was gevisualiseerd, al was ook dat achteraf en dus bij toeval: ,,Expressief. Karpp! wierp een nieuw licht op mijn muziek.''

Linnings verzoek om samen aan iets nieuws te werken was niet aan dovemansoren gericht. Ter Veldhuis: ,,Ik was zelf nooit op het idee van cartoons gekomen. Het is leuk, speels. Bubble gum wrapper is zo'n kauwgomwikkel met een stripje erop, zoals Bazooka die vroeger had. Ik associeer dat met wegwerpcultuur. Ik ben gaan grasduinen in de wereld van Walt Disney, Superman, Donald Duck, Pink Panther en oudere strips als Popeye en Betty Boop. We zijn hun beeldtaal gaan bestuderen en gaan luisteren naar de typische geluiden. Het was fascinerend.

,,Vroeger had je mensen die de mafste geluidseffecten imiteerden: duivels gelach, krakende deuren, stomende en fluitende locomotieven, zoals in hoorspelen. Er worden ook bijzondere instrumenten gebruikt: mondharpjes, uittrekfluitjes. Strips bevatten humor, maar ze kennen daarbij spanning en ontspanning, drama. Ze vormen een caleidoscoop van gevoelens uit het echte leven. Het is natuurlijk een fantasiewereld, maar een die door mensen is bedacht.''

Tekenfilms

Waar de componist zich door geluid laat inspireren of ideeën opdoet door bijvoorbeeld op het woord `bubble gum' op internet te zoeken, of zijn compositie als kauwgom uit te rekken, vormt het beeld het domein van de choreografe.

Linning: ,,Ik heb laatst met de dansers naar tekenfilms met Goofy gekeken. Hoe Goofy beweegt is voor dansers totaal onmogelijk om na te doen. Maar de meeste stripfiguren hebben een beperkt bewegingsrepertoire. Zo kunnen Tom & Jerry alleen maar keihard rennen. En naast hun stereotiepe bewegingen hebben ze maar een of twee geluidjes.''

Stripfiguren zijn meestal dieren met mensentrekken. Interessant is hun uitgesproken fysieke karakter: de een is dik, zwaar of log, de ander iel en kauwgumachtig slungelig. ,,Om die kwaliteiten gaat het me'', zegt Linning. ,,Ik probeer de dansers een ander soort lichaam te geven en daarmee een eigen karakter. Ik gebruik nadrukkelijk dierlijke bewegingen om de vertaalslag van karikaturaal stripwezen naar mens te maken. Met Superman kan ik in dat opzicht minder beginnen. Daarvan bekijk ik de beweging van de camera, het in- en uitzoomen, hoe de ruimtelijke kadrering is en hoe de tekstballonnen getekend zijn. Dan zijn er nog die expressieve uitroeptekens, sterretjes of `poff', zo'n knallende vuiststoot.''

Ter Veldhuis: ,,Al dat verzamelde materiaal moet gerecycled worden tot iets eigens. Ik heb nu korte schetsen in mijn studio op cd gezet. Nanine kan daar op haar beurt mee aan de gang. Soms merk ik zelf dat iets niet werkt. Ik had laatst een collage van tien minuten Popeye-geluiden ingedikt tot twee minuten. Het was prachtig: alles kwam voorbij. Maar voor de dansers bleek dat iets te hectisch, om het zacht uit te drukken. Ze hadden geen enkel houvast meer in de vorm van cues. Soms moet het idee van het cartooneske worden gesublimeerd. Anders is het niet langer menselijk of juist weer een cliché.''

Soms laat Ter Veldhuis zich door situaties ter plekke inspireren. ,,Bij een vorige repetitie neuriede Nanine ter begeleiding van een dansdeeltje met neergaande bewegingen zachtjes een glissando: ta-ta-ta-teh. Die info pak ik dan op. Thuis ga ik op zoek naar glissandi – in tekenfilms stikt het daar van.

,,Als componist heb ik – veel minder dan in de dans – met beperkingen te maken. Dat besef ik goed. Ik vind deze samenwerking een boeiend proces van trial and error. We verstaan elkaar, zonder veel in woorden te communiceren. We houden beiden van het expressieve. Ons werk is toegankelijk en energiek. Daarin raken we elkaar.''

Het liefst componeert Ter Veldhuis over de grenzen van muziek heen. ,,Ik hou van dramatiek en soms is muziek me niet genoeg. Ik weet niet hoe ik er uitzie als ik componeer, maar volgens mij beweeg ik continu. Muziek en dans komen in oorsprong uit hetzelfde voort. Dat spanningsveld fascineert me, al ben ik verder een totale leek op dansgebied.''

Valse start

Twintig jaar geleden maakte Ter Veldhuis een valse start bij dansgroep NND. Hij werkte vijf maanden aan een stuk en kreeg toen het af was te horen dat het niet meer hoefde. Hij raakte er totaal ontgoocheld door. Maar tegenwoordig is Ter Veldhuis in de danswereld een geliefd componist. ,,Een tweede Arvo Pärt'', zegt hij daar schertsend over. Hans van Manen baseerde zijn Short Cut op twee delen uit een strijkkwartet van Ter Veldhuis, zijn Two Gold Variations op delen uit diens Goldrush Concerto en Trilogie op zijn Diverso il Tempo. Conny Janssen gebruikte zijn barokke combinatie van klavecimbel en rocksamples in het gelijknamige De zuchten van Rameau. Bronkhorst & Jongewaard kozen voor hun Soul zijn angstwekkende Postnuclear Winterscenario no. 9, gecomponeerd naar aanleiding van de eerste Golfoorlog.

De interpretatie van een choreograaf kan volgens Ter Veldhuis verrassen, iets toevoegen, zelfs al staat die haaks op de muziek. Zoals bij Van Manen, die juist verstild en intiem maakte wat bij Linning uitbundig werd. Maar soms ligt het moeilijker. Zo accentueerde Johan Inger onlangs in een ballet te zeer alleen het komische. Klaarblijkelijk moet er dus zoiets als artistieke geestverwantschap meetellen. Maar daaraan ontbreekt het de makers van Bubble gum Wrapper stellig niet.

Scapino Ballet Rotterdam met Programma 1: Bubble gum Wrapper. Choreografie: Nanine Linning. Compositie: Jacob ter Veldhuis. Four for Nothing (Amanda Miller). Located Behaviour, Shaped in attitude (George Reischl). Première: 1 oktober in Schouwburg Rotterdam. Inl.: www.scapinoballet.nl