Rechters omzeilen kwestie botonderzoek

In een Arnhemse rechtszaak stond vanmiddag het omstreden leeftijdsonderzoek bij minderjarige asielzoekers ter discussie. Tot nu toe heeft geen enkele rechter er een principiële uitspraak over gedaan.

Ze wonen bijna vier jaar in Nederland, A.M. uit Togo en B.B. uit Guinee. Als alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama's) kwamen ze aan in september 1999. Omdat Nederland toen nog een coulant beleid voor minderjarigen voerde, hadden ze een grote kans in Nederland te mogen blijven. Uit röntgenfoto's van hun sleutelbeenderen, het zogeheten leeftijdsonderzoek, bleek echter dat ze niet jonger dan achttien waren, zoals ze zelf zeiden, maar twintig jaar of ouder. Mede op grond daarvan werd hun asielaanvraag afgewezen. Vanmiddag zouden de jongens voor de rechtbank in Arnhem claimen dat ze bij aankomst wél minderjarig waren en dat het leeftijdsonderzoek niet deugt.

In die opvatting staan ze niet alleen. Het in 1999 ingevoerde leeftijdsonderzoek, waarmee volgens de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) inmiddels een kleine vijfduizend jonge asielzoekers zijn beoordeeld, is op allerlei manieren bekritiseerd. Medici concludeerden dat het stoelt op een wankele wetenschappelijke basis en dat de uitvoering onethisch is. De Nationale Ombudsman zette vraagtekens bij de betrouwbaarheid van de uitslagen en adviseerde de IND er minder vérgaande conclusies aan te verbinden. Twee kinderradiologen die in de Arnhemse zaak optreden als deskundigen vinden dat röntgenfoto's van de sleutelbeenderen technisch ongeschikt zijn om betrouwbare conclusies op te leveren. Mogelijk leidt deze zaak daarom tot een principiële rechterlijke uitspraak over het botonderzoek. Omdat die tot nu toe ontbrak, kon de IND het ondanks alle kritiek gewoon voortzetten.

Maar de vraag is of de rechter zich tot een principiële uitspraak zal laten verleiden. In navolging van de Raad van State, de beroepsinstantie voor vreemdelingenzaken, toetsen vreemdelingenrechters besluiten van de IND `terughoudend', ervan uitgaand dat het de expertise van de IND is, en niet van de rechter, om asielverhalen en leeftijdsclaims te beoordelen. Zo oordeelde een vreemdelingenrechter in Den Bosch in oktober 2000 dat het leeftijdsonderzoek de conclusie dat een Guinese asielzoeker 21 jaar of ouder was onvoldoende onderbouwde, maar hij verbond daaraan geen algemeen oordeel over het onderzoek.

Dit jaar had het leeftijdsonderzoek in een aantal rechtszaken wel de wind tegen. Zo stelde de rechtbank van Dordrecht vorige maand in de zaak van een Ethiopische asielzoekster dat een bestuursorgaan dat een besluit baseert op onderzoek door een adviseur – de IND heeft de uitvoering van het botonderzoek uitbesteed aan een onderzoeker – ,,zich ervan dient te vergewissen dat dit onderzoek op een zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden''. De rechter oordeelde verder dat de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie ,,dient na te gaan of het onderzoek is verricht door een ter zake kundig persoon''. In het geval van de Ethiopische vrouw was dat niet gebeurd, stelde de rechtbank: ,,Zo kon verweerder [de minister, red.] desgevraagd ter zitting niet aangeven door welke deskundigen het onderzoek is verricht en heeft verweerder [...] niet zelf inzage gehad in het aan het rapport ten grondslag liggende materiaal.'' De Ethiopische won de zaak; de staat stelde hoger beroep in bij de Raad van State, dat half september dient.

Nog nadeliger voor het leeftijdsonderzoek bleek een uitspraak van de Haagse rechtbank in juni. Drie Angolese asielzoeksters eisten de namen van de radiologen die de röntgenfoto's beoordelen, omdat zij tegen hen een tuchtprocedure aanhangig wilden maken. De IND weigerde deze namen te geven, met als argument dat de radiologen dan uit veiligheidsonverwegingen mogelijk niet meer bereid zouden zijn dit werk te doen. De rechtbank oordeelde echter dat van medici mag worden verwacht ,,dat niet reeds een potentiële dreiging hem/haar ervan zal weerhouden zijn werk uit te oefenen'' en beval de namen ter beschikking te stellen. Prompt trokken de radiologen inderdaad hun medewerking in. Sindsdien ligt het leeftijdsonderzoek stil: er worden nog wel röntgenfoto's van jonge asielzoekers gemaakt, maar de beoordeling daarvan is opgeschort. Ook in deze zaak dient een hoger beroep.

En zo zijn er tientallen uitspraken in individuele zaken waarin iets over het leeftijdsonderzoek wordt gezegd. Marie-Christine Siemerink van de stichting Rechtsbijstand Asiel (SRA) in Den Bosch hoopt op een doorslaggevend oordeel: ,,Ik vind het goed dat er een test is, maar ik vind het slecht zoals hij nu wordt uitgevoerd. Er zijn te veel uitkomsten die ik onbetrouwbaar vind, er is te veel kritiek uit de medische wereld.'' Volgens Jos Sluijsmans van de SRA in Arnhem, die de jongens uit Togo en Guinee bijstaat, heeft het onderzoek ook schadelijke neveneffecten. ,,De IND gaat vluchtverhalen als ongeloofwaardig beoordelen als volgens het leeftijdsonderzoek over de leeftijd is gelogen.'' Vluchtelingen krijgen volgens hem dan geen eerlijke kans meer om aan te tonen dat ze lijden aan een trauma of terecht bang zijn in hun land van herkomst te worden vervolgd, gronden om in Nederland te worden toegelaten.