Oorlog Peru eiste in 20 jaar 70.000 levens

De oorlog tussen de maoïstische rebellenbeweging Lichtend Pad (Sendero Luminoso) en het Peruaanse leger heeft 70.000 mensen, vooral burgers, het leven gekost, rond twee keer zoveel als tot nu toe werd aangenomen.

Eenderde van de slachtoffers werd om het leven gebracht door het leger, de helft door Lichtend Pad en de rest door boerenmilities die door het leger werden gesteund en bewapend. De oorlog tussen Lichtend Pad en het leger, die twintig jaar heeft geduurd en tegen 2000 eindigde, werd gekenmerkt door racisme en een diepe cultuurkloof.

Dat zijn de belangrijkste bevindingen van de Waarheids- en Verzoeningscommissie (CVR), door de regering benoemd, die gisteren haar eindrapport overhandigde aan de Peruaanse president Alejandro Toledo. De oud-presidenten Alberto Fujimori en Alan Garcia worden door het rapport zwaar in opspraak gebracht.

,,De laatste twee decennia van de vorige eeuw werden gekenmerkt door verschrikking en schande voor Peru'', zei de voorzitter van de commissie, Salomon Lerner. Het rapport van negen delen is het resultaat van twee jaar onderzoek en ondervraging van 17.000 getuigen. De commissie had als eerste toegang tot geheime legerdocumenten en interviewde naast burgers ook gevangen rebellenleiders, publieke figuren en ex-presidenten van Peru.

Oud-president Alberto Fujimori (aan de macht van 1990 tot 2000 en na zijn afzetting uitgeweken naar het geboorteland van zijn ouders, Japan) zou de hand hebben gehad in twee slachtingen door een moordeskader. Hem wordt ook verweten de dreiging van de rebellie overdreven te hebben om zo aan de macht te blijven. Peru heeft Japan om de uitlevering van Fujimori gevraagd.

Zijn voorganger Alan Garcia (aan de macht van 1985 tot 1990) en zijn regering hebben volgens het rapport een politieke verantwoordelijkheid voor de massamoord op tweehonderd overgelopen rebellen in 1986.

De twaalfkoppige commissie werd in 2001 opgericht om opheldering te brengen in wreedheden, door het leger en Lichtend Pad begaan tussen mei 1980 en november 2000, meestal in ontoegankelijke Andesgebieden.

Het geweld begon in 1980 toen Lichtend Pad een opstand begon en Peruaanse boeren met terreur dwong hun kant te kiezen tegen de regering. Het leger, dat uitging van de veronderstelling dat veel boeren uit vrije wil de rebellen steunden, begon een wilde repressiecampagne tegen de indiaanse boeren, van wie velen alleen Quechua, de taal van de Inca's, spreken. Driekwart van de in totaal 69.280 slachtoffers waren Quechua-sprekers.

Voorstanders van de bevindingen van de commissie zeggen dat het rapport na twintig jaar gerechtigheid zal brengen voor miljoenen die geleden hebben onder de terreur. Critici komen vooral uit legerkringen; zij zeggen dat het rapport veel te mild is voor de rebellen. Ze doen de bevindingen van het rapport af als bevooroordeeld.

In 1992 werd Abimael Guzman, leider van Lichtend Pad, gearresteerd. Hij werd later tot levenslang veroordeeld. Enkele honderden rebellen zijn nog steeds op vrije voeten.