Omar Sharif krijgt prijs voor zijn hele oeuvre

Op het festival van Venetië is de verhouding tussen de islam en het westen een van de thema's. Verschillende films willen daar in fictie iets over beweren.

Eerder deze maand was Omar Sharif in het nieuws omdat hij in een Parijs casino met een agent had gevochten. Maar vanavond krijgt de Egyptische acteur een Gouden Leeuw voor zijn hele oeuvre. Sharif (71) speelde onder veel meer in Dr. Zhivago, Lawrence of Arabia en Funny Girl, films waarin zijn achtergrond vaak geen rol leek te spelen.

Omar Sharif is een statenloze schoonheid, die voor vrijwel elke nationaliteit ingezet kan worden. Zijn achtergrond als Libanees die voor zijn huwelijk moslim werd, speelt waarschijnlijk een rol in het toekennen van de prijs. Volgens festivaldirecteur Moritz de Hadeln is Sharif er in geslaagd een brug te slaan tussen de westerse en de islamitische wereld, een van de zwaartepunten van het festival. Dat gebeurt ook in de nieuwste film waarin Sharif een hoofdrol speelt, Monsieur Ibrahim et les fleurs du Coran van François Dupeyron. In deze buiten competitie vertoonde Franse film is Sharif een Turkse kruidenier in Parijs, die vriendschap sluit met een joods jongetje en dat later adopteert. De regisseur karakteriseerde de film als ,,een glimlach'' en Monsieur Ibrahim is inderdaad pijnlijk zoet. De film speelt zich waarschijnlijk niet voor niets af in een nostalgisch niemandsland dat de jaren vijftig moet verbeelden.

Relaties tussen Europeanen en Noord-Afrikanen komen aan bod in Raja, de in competitie draaiende film van Jacques Doillon, die hier eerder een Gouden Leeuw won voor Ponette. Raja gaat over een rijke Franse man in de Marokkaanse stad Marrakech die naar bed wil met een van de meisjes die in zijn tuin werken, en over alle transacties die daarvoor nodig zijn. Doillon slaagt erin de seksuele spanning tussen de twee verstikkend te maken. De Fransman wordt als vermoeide koloniale kapitalist te kijk gezet, maar aan het eind wordt toch sympathie voor hem gevraagd. Doillon, die tot het laatst wisselde van perspectief tussen de Fransman en de Marokkaanse, kiest dan toch partij voor zijn landgenoot – de liefde van de Marokkaanse zou hem kunnen verlossen. De film leidt eerder tot de conclusie dat liefde helemaal niet bestaat.

Raja en Monsieur Ibrahim zijn voorbeelden van films die via fictie iets proberen te beweren over het westen en het oosten. Oliver Stone gaat rechtstreekser te werk. In de documentaire Persona Non Grata reist de Amerikaanse regisseur door Israël en de bezette gebieden en probeert alle belangrijke spelers in het conflict te spreken te krijgen. De met een digitale camera opgenomen en hard gemonteerde film wil het conflict in al zijn complexiteit tonen. Maar ook hier is gepoogd de politiek persoonlijk te maken. Steeds krijgen we het gezicht van Oliver Stone zelf in beeld. Het lijkt alsof hij zijn best doet er niets van te begrijpen.