Olietanks op een onbewoond eiland

Tankopslagbedrijf Vopak richt zich met een uitbreiding ter waarde van 10 miljoen euro op de Aziatische markt. `Nu halen we eenderde van onze business uit Azië. Over vijf jaar is dat wellicht 50 procent.'

Waar andere bedrijven hun schepen, platforms en opslagtanks ten doop houden door er met geweld champagneflessen tegenaan te gooien, opende tankopslagbedrijf Vopak gisteren in Singapore zes olietanks met een simpele muisklik. Een groot beeldscherm toonde hoe de vrouw van de topman van de Rotterdamse onderneming het Windowspijltje op een venster met `Open' liet neerdalen, daarna klikte ze op `OK' en Vopak had er weer 100.000 kubieke meter opslagcapaciteit bij.

De witte olieopslagtanks staan op veilige afstand van de stad op een van de zestig onbewoonde eilandjes van Singapore, Pulau Sebarok. Pulau Vopak is een betere naam, want dit eiland wordt vrijwel geheel in beslag genomen door hun tanks. Carel van den Driest, de topman van het tankopslagbedrijf, opende er op de dag af twintig jaar geleden de eerste tank en daarmee begon de Aziatische aanwezigheid van Van Ommeren, dat later met Pakhoed tot Vopak fuseerde. Nu staat er voor ruim 1 miljoen kubieke meter capaciteit. ,,Vanuit Singapore veroveren we Azië'', belooft John Paul Broeders die Vopak-Azië leidt. ,,Nu halen we eenderde van onze business uit Azië'', vult Van den Driest aan. ,,Het zou me niet verbazen als dat over vijf jaar 50 procent is.''

De capaciteitsuitbreiding in Singapore – kosten 10 miljoen euro – is een kleine stap in het bedwingen van Azië. Vopak heeft in de regio nu twaalf opslagterminals voor de chemische en olie-industrie – ,,goedbeschouwd hebben we slechts honderd klanten'', verklaart Van den Driest. In 2008 moeten er twintig terminals zijn. Reden: China. ,,Europa en Amerika zijn inmiddels volwassen markten, daar zit geen grote groei meer. In Azië wel, vooral door de geweldige potentie van China. Daar hebben ze enorme logistieke problemen en daar kunnen wij dus een leuke rol spelen.''

Vopak heeft voor bijna 400 miljoen euro in Singapore geïnvesteerd. ,,Ik vind ze heel slim'', zegt Teo Ming Kian die met zijn Economic Development Board buitenlandse investeerders naar de stadstaat moet halen. ,,Vopak begrijpt dat China belangrijk is, maar ze zien ook dat India over tien jaar net zo interessant is als China nu. Wij, Singapore, zijn het betrouwbare, stabiele scharnier tussen die twee aanstaande economische reuzen.''

Met Singapore als middelpunt mag Vopak zijn Aziatische terminalnetwerk dan willen uitbreiden, makkelijk is dat volgens Van den Driest niet. ,,Het probleem is: waar vind ik de juiste mensen. We moeten een Aziatische keten bouwen, maar die is zo sterk als de zwakste schakel.''

Van den Driest werkte een kwart eeuw bij Van Ommeren en zei, toen hij vorig jaar aantrad als Vopaks bestuursvoorzitter ,,het werk af te (willen) maken waarmee ik bij Van Ommeren ben begonnen''. Maar dat afmaken is volgens de topman ,,een moving target''. Het bedrijf achterlaten als een eenduidige en simpelere onderneming, is het doel waar Van den Driest op mikt. ,,We zijn een kleine onderneming, maar marktleider op een specialistisch marktsegment. Dat kunnen we alleen blijven als we een totaal op tankterminals gefocust bedrijf zijn. De logistieke diensten die we daaromheen aanbieden, horen daar voor het grootste deel niet bij. Daarin gaan we desinvesteren.''

Als dat een feit is, zit de klus er voor Van den Driest ogenschijnlijk op. Dan is Vopak weer bijna Van Ommeren. ,,Maar het zou onverstandig zijn om dan de naam Vopak overboord te gooien. Veel van onze klanten weten al niet meer dat die is voortgekomen uit de fusie met Pakhoed. En wat belangrijker is: zonder Pakhoed hadden we nooit het succes in Azië gehad dat we hier nu hebben en in de komende jaren zullen beleven.''