Niet elke veendijk staat op doorbreken

Veendijken zijn kwetsbaar bij droogte. Maar als de ondergrond ook veen is, is het risico op doorbraken doorgaans niet groot, zeggen onderzoekers.

,,Als je me een maand geleden had gevraagd wat een stabielere dijk is, een droge of een natte, dan had ik gezegd een droge dijk'', zegt onderzoeker Arno Rozing van GeoDelft in Delft. De medewerkers van het zelfstandige kennisinstituut zijn ,,verrast'' over de doorbraak van de veenkade in de Ringvaart bij Wilnis. Ze hadden eigenlijk eerder problemen verwacht met veendijken die na een lange periode van droogte plotseling regen te verwerken krijgen. Een week voor de doorbraak in Wilnis begonnen ze met een onderzoek daarnaar bij Waverveen, op vijf kilometer afstand van Wilnis. ,,Daar zitten risico's'', zegt onderzoeker Theo Stoutjesdijk. ,,Als een veendijk lang droog staat, kunnen er scheuren in komen. Die scheuren lopen vol met water, de doorlatendheid van de dijk neemt toe. Dat kan de stabiliteit ervan aantasten''. Vanaf vandaag is het dan ook oppassen geblazen voor de veendijken in Noord- en Zuid-Holland. Een voordeel daarbij is wel dat er in het westen vandaag nog geen grote plensbuien zijn gevallen maar lichte regen, stellen de onderzoekers, zodat er een geleidelijke overgang naar de normale siutatie mogelijk is.

Over de oorzaak van het wegschuiven van de dijk bij Wilnis willen de onderzoekers niet speculeren. De eerste berichten over de vermoedelijke oorzaak wijzen op uitdroging van de veenkade, die daardoor (vergelijkbaar met een spons) zo licht zou zijn geworden dat de boezemkade als het ware kon wegschuiven. Maar onduidelijk is dan nog wel waar deze ondergrond dan precies uit heeft bestaan. Rozing en Stoutjesdijk wijzen er op dat veenkades honderden jaren bestaan en vrijwel altijd goed hebben gefunctioneerd, ook in perioden van droogte. Dat komt, legt Stoutjesdijk uit, omdat de ondergrond dikwijls niet een totaal andere samenstelling heeft dan de dijk, maar uit hetzelfde materiaal bestaat: een slappe veenbodem. Van het ,,afbreken'' of ,,wegdrijven'' van een kade komt het dan ook niet. ,,Men heeft in het verre verleden dijken en kades gebouwd met materiaal dat in de omgeving voorhanden was'', zegt Rozing. Zijn collega Stoutjesdijk: ,,Al was het maar omdat het transport gemakkelijker was.''

Veen in kades is ,,lastig materiaal'', zegt Rozing. ,,Het is zo ingewikkeld dat er nog weinig over bekend is.'' Wel is zeker dat veen vele malen meer ,,samendrukbaar'' is dan bijvoorbeeld klei. Het ophogen van veendijken leidt doorgaans gemakkelijk tot deformaties van de dijk. Het duurt erg lang voordat een veenkade zich heeft ,,gezet''. Dit proces kan worden versneld door verticale drainage in de ondergrond aan te brengen. De drainage leidt ook tot versterking van de ondergrond door afname van de waterspanning, belangrijk voor de stabiliteit.

Er zijn drie factoren die de sterkte van een dijk bepalen, leggen de onderzoekers uit: de opbouw van de dijk, het fundament ervan en de waterhuishouding in de dijk. Een bekend probleem, vooral bij rivierdijken, is ,,verzadiging'' van een dijk door hoge rivierwaterstanden. In het geval van boezemkades speelt deze kwestie minder, omdat in ringvaarten de waterstand niet of nauwelijks fluctueert. Wel kunnen veenkades instabiel worden door de bodemdaling in de polders erachter. De daling van het maaiveld in veenpolders bedraagt zo'n halve meter per eeuw, en dat betekent dat de hoogte van de kades steeds verder toeneemt. Dat maakt het risico van instabiliteiten groter. Je kunt kades sterk genoeg maken door het taluud te verflauwen, zegt Stoutjesdijk, ,,maar meer kennis over de kades is dan wel noodzakelijk''.