Kwai

Weer een illusie armer.

Een van de favoriete films uit mijn jeugd was The Bridge On The River Kwai uit 1957 van David Lean. Een spannend epos over Britse soldaten die onder de heroïsche leiding van commandant Nicholson (Alec Guinness) in Japans krijgsgevangenschap een brug bouwen over de rivier de Kwai aan de Birma-spoorweg. Nicholson wordt steeds trotser op `zijn' brug en verzet zich ten slotte als een Engelse patrouille de brug wil opblazen.

Deze week herzag ik de film, en dat viel niet mee. Wat nu vooral opvalt in deze tergend trage `draak' is de ongeloofwaardige manier waarop Lean en Hollywood-producer Sam Spiegel de ontberingen van de dwangarbeiders in beeld brengen. Dat er aan de Birma-spoorweg ruim 200.000 mannen stierven, daar rept de film niet van.

De film begint met het verzet van Nicholson tegen zijn Japanse superieuren. Nicholson wil niet dat zijn officieren zélf dwangarbeid verrichten. ,,Mijn officieren zijn geen koelies'', zegt hij. Wél staat Nicholson zijn gewone soldaten gaarne af voor de dwangarbeid. En die soldaten vinden het prachtig, zij juichen hun leider vurig toe (,,He is a jolly good fellow'') als hij zijn zin krijgt en vieren een feestje zodra de brug klaar is.

Ik wilde de film nog eens bekijken nadat ik het pas verschenen boek Dansen op de Kwai van Tony van der Meulen had gelezen. Hij beschrijft het slavenbestaan van de dwangarbeiders en hoe het met hen en de Birma-spoorweg is afgelopen.

Over de speelfilm concludeert Van der Meulen dat daarmee `veel mis' is.

Er was wel een brug die door Engelse troepen vernield werd, maar die lag niet in Birma, zoals de film wil, maar in Thailand. Bovendien was het een stalen spoorbrug, geen houten brug als in de film. De rivier de Kwai heeft zelfs nooit bestaan. Er zijn twee rivieren, de Khwae Yai en de Khwae Noi, die de Amerikaanse filmers tot één naam hebben samengesmolten.

Van der Meulen ontdekte waarom de film zo mild is voor het Japanse kampbeheer. In het boekje bij de dvd-uitgave van de film las hij dat Spiegel het script ter goedkeuring aan de Japanse regering had voorgelegd. Spiegel wist hen ervan te overtuigen dat hij geen anti-Japanse film wilde maken. De Japanse regering besloot daarop het project te steunen en leende zelfs een technische assistent uit als adviseur voor de kampscènes.

Waarom wilde Spiegel die Japanse steun, vroeg ik Van der Meulen. Hij vermoedt commerciële motieven. ,,Spiegel wilde een film maken die wereldwijd vertoond kon worden. Een waardevrije film waarin de Japanners niet als bad guys wat ze aan die spoorweg wel degelijk waren werden aangewezen.''

De `bad guy' van de film is eigenlijk de Engelse commandant Nicholson, die in zijn naïeve trots min of meer collaboreert. Maar dat is weer complete fictie. Nicholson is weliswaar gemodelleerd naar een heuse Engelse kolonel, Philip Toosey, maar dat was in werkelijkheid een heldhaftig

man die de bouw van die ijzeren brug voortdurend gesaboteerd heeft.

De beroemde speelfilm The Bridge On The River Kwai blijkt niet meer dan een verzameling verzinsels en leugens.