Kersensoep van Zosia

In Oost-Europese landen wordt van kersen, aardbeien, abrikozen, pruimen, bessen en perziken soep gemaakt. Een soep die als nagerecht wordt gegeten. Soms wordt de soep koud opgediend, soms lauw. Soms worden een kaneelstokje en een paar kruidnagels aan de te koken vruchten toegevoegd.

Vandaag een oud, Pools familierecept voor kersensoep die op verschillende manieren kan worden bereid. De rijpe ontpitte kersen worden in gewoon water of rode wijn gekookt. Er wordt zure room of een soort crème fraîche bij gegeten. Normandische crème fraîche is zeer geschikt. Zosia, van wie dit recept afkomstig is, haalde de verse ongepasteuriseerde room bij de boer en kookte behalve kersensoep ook vermicelli, die in Polen macaroni wordt genoemd. De kersensoep werd met vermicelli gegeten. En als de kersentijd voorbij was en de pruimen aan de bomen hingen, maakte zij op dezelfde manier pruimensoep van geschilde en ontpitte pruimen. Bij de kersen mogen de schilletjes blijven zitten. Maar de kersenpitten moeten voor het koken verwijderd worden. Pas het Poolse recept voor kersensoep aan de eigen smaak aan. Neem meer of minder suiker of room. Kaneel toevoegen is toegestaan, maar eigenlijk niet nodig. Bereiding: was de kersen. Verwijder de steeltjes. Snijd de kersen in en wip de pitten eruit. Roer de bloem door de room. Leg de kersen in een bodempje water in een pan. Kook de kersen op een vrij laag vuur gedurende een minuut of tien. Het water krijgt een mooie rode kleur. Voeg suiker naar smaak toe. Roer bij kleine beetjes tegelijk het room-bloemmengsel door de kersen. Laat de kersensoep afkoelen. Het vocht van de kersensoep hoeft niet gebonden te worden. Schep de kersensoep in diepe borden en serveer suiker en crème fraîche of zure room apart.