Jeugd Volendam worstelt met drank en depressies

Volendamse pubers van rond de 14 jaar die op nieuwjaarsdag 2001 de brand in café 't Hemeltje meemaakten, zijn daarna veel meer alcohol gaan drinken dan hun leeftijdgenoten. Ze zijn ook agressiever, depressiever, angstiger en hebben meer concentratieproblemen dan leeftijdgenoten. De Volendamse pubers gebruiken na de ramp echter niet meer marihuana, ecstasy en kalmerende middelen. Dit schrijven onderzoekers van TNO Preventie en Gezondheid in Leiden in het Britse medisch-wetenschappelijke tijdschrift The Lancet dat morgen uitkomt.

Bij toeval kon TNO meten wat er door de brand bij de Volendamse pubers veranderde, in vergelijking met leeftijdsgenoten elders in Nederland. Dat kwam doordat 15 maanden voor de brand 124 tweedeklassers van het Don Bosco College in Volendam een TNO-enquête invulden. Samen met 830 leerlingen van twee scholen elders in Nederland vormden zij de controlegroep van een onderzoek naar de effectiviteit van rook- en drankpreventieprogramma's.

Van de geënquêteerde leerlingen waren er 31 in café 't Hemeltje toen de brand uitbrak; 17 raakten gewond en één leerling overleed. Na de cafébrand greep arts-epidemioloog dr. Menno Reijneveld van TNO de unieke kans aan om de gevolgen van de ramp te onderzoeken. Voor het eerst waren daardoor bij een groep mensen die een ramp meemaakten, vooraf gegevens vastgelegd. In overleg met de schoolleiding werd besloten om de al geplande vervolgenquête in mei 2001 – vijf maanden na de ramp – door te laten gaan.

Reijneveld: ,,Er zijn in Volendam enkele vragen toegevoegd over hoe de leerlingen tot nu toe de hulpverlening hadden ervaren en wat hun wensen waren. Die uitslagen zijn indertijd buiten de publiciteit gehouden en zijn direct aan de schoolleiding gerapporteerd.'' De getroffen leerlingen waren tevreden over de opvang. De resterende wensen varieerden van een regelmatige herdenking tot een extra lift in het schoolgebouw voor leerlingen die gehandicapt raakten, zegt Reijneveld nu.

Uiteindelijk vulden 91 leerlingen ook de tweede keer de lijst in. 33 deden niet meer mee. ,,Daar waren relatief veel slachtoffers bij'', aldus Reijneveld, ,,sommigen lagen nog in het ziekenhuis. In werkelijkheid zijn de problemen dus nog groter dan nu gemeten.''

Om de gevolgen van de brand te kunnen meten, vergeleken de onderzoekers de Volendamse jeugd met de pubers van de andere scholen uit de controlegroep. [Vervolg VOLENDAM: pagina 3]

VOLENDAM

Vooral de meisjes gingen drinken

[Vervolg van pagina 1] Driekwart van de onderzochte Volendamse pubers – inmiddels ongeveer 15 jaar oud – dronk een paar maanden na de ramp excessief veel. Het betekent dat ze in de voorafgaande twee weken eenmaal bij één gelegenheid vijf of meer glazen alcoholhoudende drank dronken. Voor de ramp, toen de geënquêteerde groep gemiddeld 13,5 jaar oud was, dronk één op de tien pubers zoveel. ,,De toename zit deels in het leeftijdsverschil'', licht Reijneveld toe, ,,want op de controleschool steeg het aantal excessieve drinkers van 15 naar 41 procent.'' Op de andere scholen was het drankgebruik tijdens de vooraf-meting dus anderhalf keer zo hoog, maar na de ramp bijna tweemaal zo laag als in Volendam.

Onder de Volendamse meisjes was het drankgebruik veel sterker toegenomen dan onder de jongens. Reijneveld: ,,Je moet niet uit het oog verliezen dat meisjes op een veel lager niveau begonnen. Hun drankprobleem is wel zevenmaal zo ernstig geworden, en bij jongens bijna driemaal, maar nog steeds hebben de jongens meer excessief drankgebruik dan de meisjes.''

Niet alleen het alcoholgebruik was vooraf op de niet-Volendamse scholen hoger. Ook roken (14 tegen 7 procent) deden de niet-Volendamse jongeren tijdens de eerste enquête al meer. Anderhalf jaar later rookte 27 procent van de niet-Volendammers, tegen 14 procent van de Volendamse pubers. Van de Volendamse pubers had 25 procent gedrags- en emotionele problemen, tegen 15 procent van hun leeftijdsgenoten elders in het land. Hun uitgangspositie anderhalf jaar eerder was precies gelijk: elf procent gedragsproblemen.