Hier in Engeland mag alles

En, was het terecht? Op grond van de eerste vijf hoofdstukken gaf de uitgever Monica Ali 200.000 pond om het boek af te maken. Nog voor ze ook maar één letter had gepubliceerd, belandde ze op basis van het manuscript Brick Lane op de Granta-lijst van de twintig meest belovende Britse schrijvers onder de veertig jaar. De Brits-Pakistaanse Monica Ali zou met haar talent, haar thema (de multiculturele samenleving), haar 35 jaar, haar biculturele achtergrond, haar intellect (ze studeerde filosofie, economie en politicologie aan de universiteit van Oxford) én haar verbluffende schoonheid, de `nieuwe Zadie Smith' zijn. Diens eigentijdse multiculturele satire White Teeth (2001) voerde lange tijd de bestsellerlijsten aan. Net als dat boek destijds, staat Brick Lane nu ook op de longlist van de Booker Prize; de vertaalrechten zijn inmiddels aan bijna 25 landen verkocht.

Juist de vergelijking met Smith zet je op het verkeerde been. Wie hoopt op de satirische scherpte, humor en levendigheid van White Teeth, komt bedrogen uit. Brick Lane is niet bepaald een snel, swingend, origineel of vernieuwend boek. Het is een bij vlagen mooi, maar ook een heel rustig, zelfs wat traag en lang uitgesponnen epos, dat op zijn beste momenten doet denken aan het werk van bijvoorbeeld de Brits-Indiase auteur Anita Desai. Net als Desai, schrijft Ali gedetailleerd en realistisch over de alledaagse beslommeringen van een doorsnee gezin, waarbij ze vooral de aandacht richt op vrouwenlevens.

We volgen in Brick Lane het leven van Nazneen, die op achttienjarige leeftijd vanuit Bangladesh naar Londen komt omdat ze is uitgehuwelijkt aan de veel oudere Chanu. Ze kent twee woorden Engels (`sorry' en `dank u wel'), maar mag van haar man niet naar school. Wel mag ze zijn teennagels knippen, het huishouden doen en de kinderen verzorgen. Wanneer Nazneen verliefd wordt op de veel jongere Karim, de leider van een moslimorganisatie in oprichting, wordt ze bevangen door angst en schaamte. Durft zij zich te ontworstelen aan een voor vrouwen onderdrukkende traditie en haar lot in eigen hand te nemen? En als ze dat kan, is dat dan een garantie voor geluk? Immers, haar zus Hasina, die achtergebleven is in Bangladesh en gekozen heeft voor een liefdeshuwelijk, wordt geslagen en bedrogen door haar man. Via de correspondentie tussen de zussen volgen we ook Hasina's leven, waardoor we een vergelijking kunnen maken tussen de beide vrouwenlevens.

Ali wil van haar personages geen stereotypen maken en verplaatst zich dus ook in de drijfveren van een man die zijn vrouw niet naar school laat gaan. Chanu voelt zich miskend in de Britse samenleving: hij kan Hume en Shakespeare citeren, maar heeft nooit een voet tussen de deur gekregen aan de universiteit en eindigt als taxichauffeur. Thuis strooit hij met citaten uit de wereldliteratuur, zodat hij tegenover zijn vrouw de schijn hoog kan houden. Treffend is Ali's beschrijving van de amateuristische, maar bevlogen oprichting van een moslimorganisatie. Eerst wordt er uren over een naam vergaderd. De net gekozen secretaris maakt tot ergernis van zijn concurrent geen aantekeningen. `Waar staat er iets in de Koran over het maken van aantekeningen?' Vervolgens moet het partijprogramma worden vastgesteld. `Waar zijn we tegen?' `Iedereen die tegen ons is!'

Zo storend expliciet als Ali soms is in het becommentariëren van passages door haar personages (`Nazneen zag dat de oude man platte, open sandalen droeg met een witte plastic bloem op de hiel: vrouwenschoenen. En ze begreep dat de imam recent geïmporteerd was'), zo weinig expliciet is ze in het beschrijven van het overspel van Nazneen. Plotsklaps is daar Karim in haar leven, ineens wordt er een kus uitgewisseld, wordt er hevig verlangd, en deelt Nazneen aan een vriendin mee dat ze een affaire heeft. Het is alsof Ali zich de schaamte van het personage zo goed voor kan stellen, dat ze er niet over kan schrijven. Omdat het personage van Karim vaag blijft, en het onduidelijk is wat hij in Nazneen ziet en vice versa, is het overspel ongeloofwaardig. Dat is jammer, want juist Nazneens overspel zou de dramatische kern van Brick Lane kunnen zijn, die de morele dilemma's van Karim, Nazneen en Chanu uitvergroot naar voren laat komen. Nu blijft enigszins onduidelijk wat Ali ermee voor ogen heeft. Wil ze laten zien hoe hypocriet Karim is, of de islam? Of dat slechts de liefde voor een andere man Nazneen uit haar uit lot kan tillen?

Brick Lane bevat een aantal mooie, goed geschreven scènes, maar het boek verontrust noch schuurt. Gênant zijn de stilistisch onbeholpen brieven van Hasina. Om onduidelijke redenen worden die in gebroken Engels geschreven. `I hope this reach you. I hope you are in same address'. Waarom zouden twee zussen, die tot Nazneens achttiende samen in Bangladesh zijn opgegroeid, zo met elkaar communiceren? Immers, alle personages spreken Bengaals met elkaar (want Nazneen spreekt geen Engels) en wij lezen gewoon het Engels. Het maakt Hasina tot een kinderlijk, dom en naïef personage.

De inzichten van Ali in de multiculturele samenleving zijn niet bepaald wereldschokkend. Nazneen kijkt televisie, ziet vliegtuigen zich in torens boren, en we krijgen te horen dat ze het allemaal heel erg vindt. Maar in Brick Lane komt het allemaal wel goed met de maatschappij. Nazneen, de traditionele moslimvrouw die nauwelijks op straat kwam, is gepromoveerd tot een vrouw die zelfstandig een uitje maakt naar de ijsbaan. `Kan dat, in een sari schaatsen?', vraagt ze aan een vriendin. `Dit is Engeland. Je kunt doen wat je maar wilt'. En dat is als een compliment bedoeld, want inmiddels is duidelijk geworden dat het leven van Nazneen in Londen verreweg te verkiezen is boven dat van haar zuster in Bangladesh.

Eigenlijk is Brick Lane nog het meest geslaagd als `romantropologie': via fictie kruipen we in de huid van enkele individuen van een bevolkingsgroep, die zo waarheidsgetrouw mogelijk worden geportretteerd en die tot nog toe geen of nauwelijks een stem hadden in de Britse letteren. Bestreken Vikram Seth en Salman Rushdie het Indiase continent in hun volumineuze boeken, zette Amitav Ghosh Birma op de kaart en Hanif Kureishi Pakistan, Ali gaat het om de `Bangla British', de in Groot-Brittannië woonachtige Bengalezen. Via Nazneen kijken we door de ogen van een immigrant naar de Britse samenleving. `The notice said: No smoking, no eating, no drinking. All the signs, thought Nazneen, they only tell you what not to do.' Achterin kunnen we lezen dat Ali een studie over de Bengaalse vrouwelijke fabrieksarbeiders uit Londen en Dhaka, heeft geraadpleegd.

Terwijl Brick Lane je in slaap sust als het om conflicten in de multiculturele samenleving gaat, maken het boek en de schrijfster daarvan intussen ironisch genoeg wél een grimmig debat los over multiculturaliteit in de Britse letteren. Zo weigerde Ali bij monde van haar uitgever een interview met Maya Jaggi van The Guardian. Ze wilde niet door een Aziatische journaliste geïnterviewd worden omdat `over zwarte en Aziatische schrijvers vaak louter in termen van ras wordt gesproken'. Ze stelde een andere interviewer voor, bijvoorbeeld een witte man. Als reactie schreef Jaggi een vlammend betoog in The Guardian, over hoe de schrijfster even vergat dat ook de journaliste op haar kwaliteiten beoordeeld wilde worden.

Deze rel leidde op zijn beurt weer tot de beschuldiging dat de uitgever bang was voor kritiek op Brick Lane uit de Brits-Aziatische hoek. Terwijl de witte Britse critici superlatieven tekort komen voor het `meesterwerk' Brick Lane, waarbij het lang niet altijd gaat om overtuigende argumenten (`deze groep heeft recht op zijn literatuur'; `heerlijk ouderwets'; `net V.S. Naipaul'), noemde een van de weinige Brits-Aziatische critici in het gezelschap, Aparisim Ghosh, het boek `saai' en `stereotiep'. Dat leidde weer tot een debat over de vraag hoe wit de `cultural gatekeepers' van Groot-Brittannië zijn. Kunnen zij alleen het werk van de mooie, maar ongevaarlijke halfies aan, zoals Zadie Smith, omdat het werk van de écht zwarte schrijvers te verontrustend zou zijn, zoals journaliste Yasmin Alibhai-Brown beweerde?

Verontrustend of niet, de straat Brick Lane in Oost-Londen lift intussen blijmoedig mee op het succes van het boek: The Evening Standard ging er een kijkje nemen en concludeerde dat het de coolste straat van de stad is. Je kunt er niet alleen fantastisch winkelen en de beste curry eten, maar ook uren in het echt staren naar de mensen die door Ali, aldus de krant, `onsterfelijk zijn gemaakt in haar fictie'.

Monica Ali: Brick Lane. Doubleday, 416 blz. €25,50. Een vertaling (door Paul van den Hout) verschijnt dinsdag bij Prometheus, 432 blz. €19,95