Een kip in de soep

Dirigent Valery Gergjev wijdt dit jaar zijn Gergjev Festival geheel aan de componist Sergej Prokofjev, de muzikale steunpilaar van het sovjetsysteem.

Toen Josef Stalin op 5 maart 1953 overleed – dit jaar vijftig jaar geleden – kwam de Sovjet-Unie rouwend tot stilstand. Heel het volk ging de straat op, mannen en vrouwen huilden van wanhoop. Hoe moest het nu verder met het verweesde Russische volk, zonder vadertje Stalin? In de straten van Moskou trok een enorme menigte op naar het Kremlin. Meer dan honderd mensen werden in de massa doodgedrukt en vertrapt.

Op dezelfde dag als Stalin overleed de componist Sergej Prokofjev. Terwijl Rusland weende om de man die met zijn terreur zeker twintig miljoen Russen ombracht, bleef de dood van de beroemde Russische componist onopgemerkt. Prokofjev had het sovjetsysteem muzikaal ondersteund en was uitgeroepen tot `Volkskunstenaar van de Sovjet-Unie'. Later werd hij door het Kremlin verguisd. Maar hoewel Prokofjev drie jaar voor zijn dood toch nog onderscheiden met de Stalinprijs, stond de dood van de componerende kameraad natuurlijk in geen verhouding tot het overlijden van Stalin, de erfgenaam van Ivan de Verschrikkelijke.

De Russische dirigent Valery Gergjev wijdt dit jaar in Rotterdam zijn Gergjev Festival geheel aan de Russische periode van Prokofjev tussen 1927 en 1947. Al jaren pleit Gergjev met concerten, operavoorstellingen en festivals voor de componist, die ondanks zijn uitbundige brille meestal wordt gezien als minder belangrijk dan Stravinsky en Sjostakovitsj. Volgens Gergjev wordt Prokofjev slecht begrepen.

Gergjev: ,,Ik wil het oeuvre van Prokofjev niet opdelen in vóór en na zijn terugkeer naar Rusland. Er is wel het verschil tussen de jonge en sensationale Prokofjev en de volwassen Prokofjev. Zijn late neo-classicistische stijl is prachtig.'

Stravinsky is na de Oktoberrevolutie nooit naar Rusland teruggegaan. Sjostakovitsj zat daar in eigen land gedwongen opgesloten. Maar Prokofjev ging in 1936 uit eigen vrije wil definitief terug naar de Sovjet-Unie en werd daar ruimschoots ingeschakeld bij de sovjetpropaganda.

Lofzang

Gergjev dirigeerde vorig jaar in Rotterdam Prokofjevs cantate Zdravitsa. Het is een weerzinwekkende lofzang op Stalin, waarin een ouderpaar de hoop bezingt dat het eerste woord op de lippen van hun pasgeboren kind `Stalin' zal zijn. Het Rotterdamse publiek reageerde niettemin enthousiast, alsof zulke teksten er niet toe doen. Precies zoals Gergjev hoopte, luisterde men tijdens het lezen van de boventitels toch vooral naar de muziek. De noten overtuigden, de propaganda was niet meer actueel en alleen nog historisch interessant.

Prokofjevs terugkeer naar de Sovjet-Unie, in de woorden van Gergjev ,,de controversieelste verhuizing van een musicus in de 20ste eeuw', is nog altijd omstreden. Het eenvoudigst is die stap te typeren als het gevolg van heimwee, het is dan de thuiskomst van de verloren zoon. Vadertje Stalin en Moedertje Rusland omarmden na zijn omzwervingen in het westen hun geniale muziekkind, de componist van het ballet De verloren zoon.

Die terugkeer had een complex van redenen, betoogt David Nice in het eerste deel van zijn nieuwe biografie van Prokofjev, waarin hij de periode tot 1936 behandelt. Eenduidige conclusies zijn nauwelijks mogelijk. Al tussen 1923 en 1925, toen de Russische kunstwereld sterk opbloeide en veel internationale contacten had, overwoog Prokofjev zich opnieuw in Rusland te vestigen. In de late jaren twintig had hij bij zijn bezoeken aan de Sovjet-Unie veel artistiek succes, zoals met zijn Derde pianoconcert. Aan de andere kant waren er toen al onmiskenbare waarschuwingen voor sovjetcensuur. Prokofjevs Symfonisch lied kreeg in Moskou slechts drie paar handen op elkaar en het blad Sovjet Muziek schreef: ,,Een stuk voor de elite, een droevig verhaal van de verdwijnende cultuur van het individualisme.'

Uiteindelijk koos Prokofjev voor de Sovjet-Unie. Dmitri Sjostakovitsj, die als geen ander het sovjetsysteem kende uit eigen ervaring, was achteraf uiterst cynisch over die beslissing. In Testimony, zijn memoires zoals Salomon Volkov die na zijn dood publiceerde, zegt Sjostakovitsj dat Prokofjev met zijn terugkeer naar de Sovjet-Unie terechtkwam als ,,een kip in de soep'. Prokofjev was een gevangene van de Sovjet-Unie. Stalin kon hem maken en breken en hij deed dat dan ook, net als met Sjostakovitsj zelf.

Sjostakovitsj was een collega, een lotgenoot in het sovjetsysteem, maar zeker geen vriend van Prokofjev. Hij vond hem verwaand, oppervlakkig, in niets anders geïnteresseerd dan in zichzelf en zijn eigen muziek.

Sjostakovitsj zei dat Prokofjev alleen naar Rusland was teruggekomen wegens gokschulden in het westen. Volgens hem kende hij slechts twee woorden: `amusant' en `begrepen?' Hij zou Sjostakovitsj als componist nooit serieus hebben genomen. Alleen Stravinsky beschouwde hij als een rivaal, op wie hij telkens afgaf.

Prokofjev raakte verstrikt in het grillige sovjetsysteem, onvoorspelbaar en onberekenbaar als Stalin. Lof, verguizing en gedwongen zelfkritiek wisselden elkaar af. Sjostakovitsj somt Prokofjevs vernederingen op. Hij mocht niet naar het buitenland, zijn opera's en balletten werden niet uitgevoerd, elke ambtenaar kon hem orders geven. Prokofjev schreef de Oktober cantate op teksten van Lenin en Stalin, maar het stuk werd geweigerd. Toen de theaterdirecteur Meyerhold begon aan zijn opera Semyon Kotko, die ook in het Gergjev Festival wordt uitgevoerd, werd hij gearresteerd.

Sarcastische houding

Volgens Gergjev liet Prokofjev zich heel moeilijk breken: ,,Hij had een sarcastische, ironiserende houding ten opzichte van het sovjetsysteem. Hij had succes en de fiasco's deerden hem niet erg. Hij wist heel goed wat hij waard was als componist, als pianist, als vernieuwer. Hij was voorbestemd om zijn eigen weg te gaan. Sjostakovitsj schreef na de tweede versie van Lady Macbeth van Mtsensk helaas geen andere opera meer.'

Valery Gergjev, die veel heeft gesproken met Prokofjevs zonen Oleg en Svjatoslav, ziet voor Prokofjevs terugkeer geen politieke redenen, eerder het heimwee naar het muzikaal-culturele klimaat in Rusland. ,,In Amerika werd hij niet echt gewaardeerd als componist, terwijl zijn bezoek aan de Sovjet-Unie in 1927 een triomf was: de muzikale wereld, de intelligentsia èn het publiek bewonderden hem. En Prokofjev was in het westen afgesneden van belangrijke Russische musici.

,,Prokofjev staat bekend als de componist van successen, zoals Romeo en Julia, en van mislukkingen. Mijn idee is dat het beeld van die `mislukkingen' moet worden herzien. Bijvoorbeeld de symfonieën 2, 4, 6, 7 – waarom zijn die niet populairder? Tweede symfonie is een grote symfonie. Ik heb die pas nog een aantal malen in Duitsland gedirigeerd, en eerder in New York en San Francisco. Ik zweer dat het publiek geschokt was door die glorieuze energie, maar ook extatisch gelukkig.'

Gergjev ziet de schaduw van Stravinsky als het grootste probleem van Prokofjev.,,Stravinsky was tien jaar ouder en brak veel jeugdiger door. Je kunt niet zeggen: Le sacre du printemps is beter dan Romeo en Julia, het zijn totaal verschillende stukken. In filmmuziek is Prokofjev onverslaanbaar, hij is de beste aller tijden, bijvoorbeeld in Ivan de Verschrikkelijke.

,,Mahler zei: `Mijn tijd zal komen'. Prokofjev zei na de slechte ontvangst van zijn Tweede symfonie: `Mijn innerlijke gevoel zegt dat het geen slecht stuk is.' Wie zou veertig jaar geleden hebben gedacht dat Mozarts opera La clemenza di Tito nu zo wordt gewaardeerd?

,,Daarvoor is zo'n Prokofjev-festival: de ene dag een beroemd stuk, de volgende dag een totaal onbekend werk en dat maakt dan óók enorme indruk.'

Gergjev Festival: 4 t/m 14 sept. in De Doelen Rotterdam

David Nice: Prokofiev – From Russia to the West 1891-1935. Yale University Press New Haven; Londen. ISBN 0-300-09914-2

Prokofiev – Fiftieth Anniversary Edition - 24 cd. Warner Classics