Duitse aannemer in Lesotho bestraft

Een rechtbank in het Afrikaanse bergkoninkrijkje Lesotho heeft voor de tweede maal een Westers bedrijf zwaar beboet voor het omkopen van staatsambtenaren. Het Duitse bouwbedrijf Lahmeyer International is veroordeeld tot een geldstraf van 1,25 miljoen euro wegens corruptie bij de aanleg van waterdammen in Lesotho.

Vorig jaar werd ook al het Canadese bedrijf Acres International schuldig bevonden aan het betalen van steekpenningen. In de rechtszaak worden ook twaalf Franse, Britse, Zweedse, Italiaanse en Zuid-Afrikaanse bouwbedrijven aangeklaagd die betrokken zijn geweest bij het Lesotho Highlands Water Project. Nooit eerder werden buitenlandse bedrijven vervolgd voor corruptie bij het verkrijgen van bouwcontracten. Een enkele keer wordt wel de ambtenaar berecht die de steekpenningen in ontvangst nam.

De voormalige directeur van het Lesotho Highlands Waterproject, dat water vanuit de bergen naar buurland Zuid-Afrika pompt, zit momenteel een gevangenisstraf van vijftien jaar uit voor het ontvangen van het smeergeld. Masupha Sole houdt zijn onschuld vol. Hij zegt dat er sprake is van een politieke hetze, die zich tegen hem heeft gekeerd wegens zijn contacten met de oppositie in Lesotho.

Ook de veroordeelde bedrijven, Lahmeyer en Acres International, zeggen onschuldig te zijn. Ze verwijzen daarbij naar de Wereldbank die het onderzoek naar de bedrijven vorig jaar sloot bij gebrek aan bewijs. De Wereldbank heeft geen van de betrokken bedrijven op een zwarte lijst geplaatst om te voorkomen dat ze in de toekomst contracten krijgen bij nieuwe bouwprojecten.

De hoofdaanklager in Lesotho maakte gisteren bekend dat de behandeling van de zaak tegen de Franse bedrijven Spie Batignolles en Dumez International in oktober begint. Het openbaar ministerie overweegt de vervolging van de andere betrokken bedrijven.