Dralen bij de uitgang

Het conflict dat Nederland van 1950 tot 1962 met het pas onafhankelijk geworden Indonesië uitvocht om de soevereiniteit van Nieuw-Guinea was een tot mislukken gedoemd achterhoedegevecht tegen een onontkoombare dekolonisatie. Nederland was `de Oost' aan het verlaten, maar draalde nog een beetje bij de uitgang.

De officiële argumenten die Nederland aanvankelijk opgaf voor de weigering het eiland aan Indonesië over te dragen, waren de noodzaak van een strategische pleisterplaats in Azië en het zelfbeschikkingsrecht van de Papoea's. Dat waren drogredenen. De echte reden had minder met macht en moraal te maken en meer met wrok. De Indonesische president Soekarno had in de Tweede Wereldoorlog met de Japanse vijand geheuld en dus mocht Nieuw-Guinea hem niet zomaar in de schoot vallen. Naarmate het conflict zich voortsleepte, werd duidelijker hoe weinig Nederland te zoeken had in Nieuw-Guinea. De legering van de troepenmacht, die in 1962 was opgelopen tot tienduizend man, kostte alleen maar geld. Nieuw-Guinea, gaf de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns toe `ligt aan de periferie van onze belangen, maar in het hart van onze principes.'

Dat klonk nobel, maar bij afwezigheid van nationaal belang bleef er voor Nederland maar één uitweg: met zo weinig mogelijk gezichtsverlies de aftocht blazen. De verlossing kwam toen de Amerikaanse president John F. Kennedy zijn politieke steun aan Nederland opzegde.

De Nederlandse strijd in Nieuw-Guinea was een overbodig oorlogje, waarbij meer dan honderd Nederlandse soldaten sneuvelden in gevecht met Indonesische infiltranten. Maar dat is geen reden om het conflict dat precies veertig jaar geleden eindigde met de overdracht van de soevereiniteit aan Indonesië, niet te herdenken. Het Delftse Legermuseum heeft een hele tentoonstelling ingericht (tot en met 4 januari 2004) en daarbij is een jubileumboek uitgegeven: Afscheid van Nieuw-Guinea. Het is een compleet en mooi vormgegeven boek geworden dat zowel de politieke achtergronden, de militaire tactieken als het dagelijks leven van de bestuurders en de soldaten belicht. Afscheid van Nieuw-Guinea is daarom méér dan een nostalgisch aandenken voor veteranen.

Nieuw-Guinea is ondanks het vergelijkbare moeilijke terrein en de aanwezigheid van gewapende guerrilla's, nooit een `Vietnam' geworden. De aangehaalde veteranen kijken met weinig plezier terug op de schaarse vuurgevechten, maar allemaal prijzen ze de vriendelijke Papoea's en het natuurschoon.

Martin Elands en Alfred Staarman (red.): Afscheid van Nieuw-Guinea. Het Nederlands-Indonesisch conflict 1950-1962. Thoth, 207 blz. €29,90

    • Menno Steketee